← België

H. contra W.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 871

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 877

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Recht op bewijs - Onderzoeksmaatregelen - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 871

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 877- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0463.N 1. C.H., 2. C.H. Comm

V, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen

  1. A.W.,
  2. A.W. bv, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen van 12 oktober 2022 en 22 maart
  3. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 871 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter aan iedere gedingvoerende partij bevelen het bewijsmateriaal dat zij bezit, over te leggen. Krachtens artikel 877 Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, wanneer er ernstige en bepaalde aanwijzingen bestaan dat een partij of een derde een stuk onder zich heeft dat het bewijs inhoudt van een ter zake dienend feit, bevelen dat het stuk of een eensluidend afschrift ervan bij het dossier van de rechtspleging wordt gevoegd.
  5. De rechter beoordeelt onaantastbaar of een bewijsmaatregel, zoals een bevel tot overlegging van bepaalde informatie, dienstig is voor de beoordeling van het geschil. Voor zover hij het recht op bewijs van de partijen niet miskent, is de rechter niet verplicht om een bewijsmaatregel te bevelen.
  6. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - tussen partijen een samenwerkingsovereenkomst werd gesloten voor thuisverpleging waarbij de eerste verweerster instond voor verpleegkundige zorgen aan patiënten van de eerste eiseres; - de eerste eiseres met aangetekende brief van 15 maart 2019 een einde stelde aan de samenwerking; - de eiseressen voorhouden dat de verweersters zich schuldig hebben gemaakt aan schending van het niet-concurrentiebeding opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst door onrechtmatig patiënten af te werven; - de eiseressen de veroordeling van de verweersters vorderden tot voorlegging van de facturen die zij hebben uitgeschreven voor verpleegkundige zorgen aan door hen bij naam genoemde patiënten in de periode van 15 maart 2019 tot 15 september
  7. De appelrechter die de vordering tot voorlegging van de voormelde facturen voor veertien van bij naam genoemde patiënten afwijst op grond dat de eiseressen niet aannemelijk maken dat de eerste verweerster zich met betrekking tot deze patiënten schuldig heeft gemaakt aan een schending van het niet-concurrentiebeding aangezien het loutere feit dat de patiënten zich na 15 maart 2019 niet meer door de eerste eiseres lieten verzorgen, niet aantoont dat zij door de eerste verweerster werden verzorgd en dat het verzoek tot overlegging van de facturen met betrekking tot deze patiënten neerkomt op een “fishing expedition” of op een proactief onderzoek waarbij zij “vissen” naar onbekende informatie in de hoop alsnog op bezwarende elementen te stuiten die hun vermeende aanspraken kunnen staven, miskent het recht van de eiseressen om met de door hen gevorderde bewijsmaatregel tot overlegging van stukken te bewijzen dat in de periode van 15 maart 2019 tot 15 september 2019 door de verweersters verpleegkundige zorgen werden verstrekt aan deze door de eiseressen bij naam genoemde patiënten. Het middel is gegrond. Overige grieven
  8. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Omvang van de cassatie
  9. De gedeeltelijke vernietiging van het arrest van 12 oktober 2022 heeft de vernietiging van het arrest van 22 maart 2023 tot gevolg. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten, behalve in zoverre het arrest van 12 oktober 2022 het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde arresten. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daarover aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 14 maart 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250314.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.