← België

E.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250318.2N.13 Rolnummer: P.25.0323.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-03-25 Raadplegingen: 353 - laatst gezien 2026-06-15 08:35 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De strafuitvoeringsrechter kan op grond van artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit afwijzen indien hij vaststelt dat het feit dat de veroordeelde niet de mogelijkheid heeft om in zijn behoeften te voorzien aanwezig is; die beslissing is regelmatig met redenen omkleed indien de strafuitvoeringsrechter ondubbelzinnig die vaststelling doet en de feitelijke gegevens vermeldt waarop hij dit oordeel steunt; niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter daarvoor de letterlijke bewoordingen van artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering gebruikt. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Afwijzing van een modaliteit - Tegenaanwijzing van het niet in staat zijn in zijn eigen behoeften te voorzien - Motivering - Geen overname van de wettelijke bewoordingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Afwijzing van een modaliteit - Tegenaanwijzing van het niet in staat zijn in zijn eigen behoeften te voorzien - Geen overname van de wettelijke bewoordingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 Voor de vaststelling dat de door artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing aanwezig is, waarover de strafuitvoeringsrechter onaantastbaar oordeelt, kan hij alle feitelijke omstandigheden in acht nemen waarover de veroordeelde tegenspraak heeft kunnen voeren; door het oordeel over de aanwezigheid van deze tegenaanwijzing te gronden op feitelijke gegevens die hij vermeldt, volgt niet dat de strafuitvoeringsrechter daardoor aan die gegevens het karakter toekent van een autonome en niet bij wet bepaalde tegenaanwijzing. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Afwijzing van een modaliteit - Tegenaanwijzing van het niet in staat zijn in zijn eigen behoeften te voorzien - Motivering - Vermelding van feitelijke gegevens - Verduidelijking van de wettelijke tegenaanwijzing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Tegenaanwijzing van het niet in staat zijn in zijn eigen behoeften te voorzien - Motivering - Vermelding van feitelijke gegevens - Verduidelijking van de wettelijke tegenaanwijzing - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1, 1° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0323.N M. E.T., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Wim W agemakers, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 19 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis grondt de afwijzing van eisers verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht op de vaststelling dat niet uitdrukkelijk werd verklaard dat de eiser zich mag inschrijven op het adres waar het elektronisch toezicht zou plaatsvinden, waardoor de toekenning van deze modaliteit afhankelijk wordt gemaakt van een niet door de wet bepaalde voorwaarde. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis grondt de afwijzing van eisers verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht op de vaststelling dat de eiser louter een werkbelofte overlegt, maar geen arbeidsovereenkomst, waardoor de toekenning van deze modaliteit afhankelijk wordt gemaakt van een niet door de wet bepaalde voorwaarde. Het derde onderdeel voert schending aan van artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering: met het oordeel dat het risico dat de eiser bij zijn invrijheidstelling niet in zijn behoeften zal kunnen voorzien, stelt het vonnis niet vast dat de door artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing aanwezig is.
  3. De strafuitvoeringsrechter kan op grond van artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit afwijzen indien hij vaststelt dat het feit dat de veroordeelde niet de mogelijkheid heeft om in zijn behoeften te voorzien aanwezig is. Die beslissing is regelmatig met redenen omkleed indien de strafuitvoeringsrechter ondubbelzinnig die vaststelling doet en de feitelijke gegevens vermeldt waarop hij dit oordeel steunt. Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter daarvoor de letterlijke bewoordingen van artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering gebruikt.
  4. Voor de vaststelling dat de door artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing aanwezig is, waarover de strafuitvoeringsrechter onaantastbaar oordeelt, kan hij alle feitelijke omstandigheden in acht nemen waarover de veroordeelde tegenspraak heeft kunnen voeren. Door het oordeel over de aanwezigheid van deze tegenaanwijzing te gronden op feitelijke gegevens die hij vermeldt, volgt niet dat de strafuitvoeringsrechter daardoor aan die gegevens het karakter toekent van een autonome en niet bij wet bepaalde tegenaanwijzing.
  5. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  6. Het vonnis oordeelt niet enkel dat de eiser zich niet bij zijn ouders mag domiciliëren maar ook dat hij geen referentieadres bij het OCMW heeft en dus niet over een vast adres beschikt, niettegenstaande hij die toestand had kunnen regulariseren. Het oordeelt verder op basis van de inhoud van de werkbelofte en in het bijzonder de afwezigheid van een opstartdatum in die belofte dat de tewerkstelling weinig concreet is. Op grond van die redenen en zonder dat het vonnis daardoor een niet bij wet bepaalde tegenaanwijzing aanneemt, kan het wettig oordelen dat het risico te groot is dat de eiser niet in zijn behoeften zal kunnen voorzien. Aldus stelt het ondubbelzinnig de aanwezigheid vast van de in artikel 28, § 1, 1°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250318.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.