← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Straftoemeting - Verbeurdverklaring - Illegale vermogensvoordelen - Raming naar billijkheid - Beoordeling aan de hand van gegevens van het strafdossier - Controle door het Hof op de wettigheid van de beslissing Wettelijke bepalingen:

Art. 42

, 3° - 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 43bis- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1795.N M. J., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bert Partoens, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 4 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 42, 3° en 43bis Strafwetboek, alsook miskenning van de motiveringsplicht: het arrest beveelt lastens de eiser de verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel dat het in billijkheid bepaalt op 500.000,00 euro; met de enkele redenen dat rekening wordt gehouden met de rol en het aandeel van de eiser in de in kaart gebrachte vereniging en dat hiermee geen onredelijke straf wordt opgelegd, preciseert het arrest niet op welke concrete elementen uit het strafdossier voor die verdeelsleutel wordt gesteund om de omvang van het voordeel zo nauwkeurig mogelijk te bepalen en laat dit het Hof niet toe zijn wettigheidscontrole op de toegepaste straf van de verbeurdverklaring uit te oefenen; evenmin houdt het arrest rekening met de precaire financiële toestand van de eiser of motiveert het waarom geen mildering wordt toegepast; aldus is de bepaling van het vermogensvoordeel algemeen en willekeurig gebeurd.
  3. Om ex aequo et bono het vermogensvoordeel te bepalen die een beklaagde uit een misdrijf heeft verkregen, dient de rechter de gegevens van het strafdossier in aanmerking te nemen die deze bepaling zo nauwkeurig mogelijk toelaten. Het volstaat dat de beslissing de essentiële gegevens bevat die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole op de toegepaste verbeurdverklaring uit te oefenen.
  4. Met eigen en van het beroepen vonnis overgenomen redenen oordeelt het arrest als volgt: - het openbaar ministerie vordert lastens de eiser de verbeurdverklaring van een illegaal vermogensvoordeel dat wat hem betreft in billijkheid wordt bepaald op 1.000.000,00 euro wegens zijn betrokkenheid bij de aanmaak en de verkoop van MDMA-kristallen vanuit het druglabo te Maasmechelen; - uit het verslag van het NICC blijkt dat in het druglabo te Maasmechelen circa 2.380 kilogram MDMA-kristallen werden aangemaakt, waarvan 541 kilogram werd aangetroffen in de kelder van een medebeklaagde van de eiser, wat impliceert dat 1.839 kilogram MDMA werd verkocht; - op basis van de gegevens van het voorliggende strafdossier, onder meer de groothandelsprijzen van MDMA in de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie, wordt het totaal gegenereerde vermogensvoordeel ingevolge de verkoop van de in het druglabo geproduceerde MDMA in redelijkheid geraamd op een bedrag van 2.000.000,00 euro; - daarbij moet geen aftrek worden gedaan van de kosten die verbonden zijn aan het plegen van het misdrijf noch van de aankoopprijs van de grondstoffen en materialen die het misdrijf mogelijk hebben gemaakt; - een gedeelte van de vereniging kon tijdens het onderzoek niet worden geïdentificeerd en vervolgd, zodat niet het totaal geraamde bedrag van 2.000.000,00 euro, maar slechts een bedrag van 685.000,00 euro over de veroordeelden moet worden verdeeld; - het is duidelijk dat onder meer de eiser ingevolge de verkoop van de synthetische drugs een gedeelte van dat totale vermogensvoordeel heeft genoten, waarbij het niet vereist is dat dit voordeel zijn eigendom is of in zijn vermogen is getreden; - voor de verdeling van het totale vermogensvoordeel wordt rekening gehouden met de rol en het aandeel van de eiser in het synthetische druglabo en met zijn hiërarchie in de in kaart gebrachte vereniging; - aldus wordt het vermogensvoordeel wat de eiser betreft, begroot op 500.000,00 euro, waarvan een gedeelte van 75.695,00 euro in zijn vermogen werd aangetroffen; - de verbeurdverklaring van dat vermogensvoordeel maakt voor de eiser geen onredelijk zware straf uit, noch is er sprake van een miskenning van zijn eigendomsrecht.
  5. Met die redenen vermeldt het arrest op grond van concrete dossiergegevens nauwkeurig en op een wijze die het Hof toelaat zijn wettigheidscontrole uit te oefenen, hoe dit het vermogensvoordeel bepaalt dat de eiser heeft verkregen uit de aanmaak en de verkoop van MDMA-kristallen vanuit het druglabo te Maasmechelen waaraan hij is schuldig verklaard, en geeft het geen blijk van willekeur. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord en regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  6. Het arrest (p. 33, al. 5) oordeelt verder dat er geen reden is om tot mildering van het bepaalde vermogensvoordeel over te gaan, gelet op de aard en de ernst van de litigieuze feiten en de persoon van de eiser, die louter uit was op gemakkelijk en snel geldgewin. Het oordeelt tevens dat het maatschappelijk onverantwoord zou zijn indien de eiser voordeel zou halen uit deze feiten, aangezien misdrijven niet mogen lonen. Aldus geeft het arrest te kennen rekening te houden met eisers financiële toestand en motiveert het wel degelijk waarom het voor de eiser geen mildering van het bepaalde vermogensvoordeel toepast. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen.
  7. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 179,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 18 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250318.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160531.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180313.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.4 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240924.2N.15 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250128.2N.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250916.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.