← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 828

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Wraking - Wraking van de onderzoeksrechter - Verzoek tot het horen van getuigen - Geen toepassing artikel 6.3.d EVRM - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Wraking - Verzoek tot het horen van getuigen - Geen toepassing artikel 6.3.d EVRM - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.d - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 4 - 6 Artikel 839 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de wrakende partij geen bewijs door geschriften of begin van bewijs levert van de wrakingsgrond, de wrakingsrechter de wraking kan verwerpen op de eenvoudige verklaring van de rechter, dan wel een getuigenbewijs kan bevelen; het staat aan de wrakende partij om het bewijs te leveren van de ingeroepen wrakingsgrond; de wrakingsrechter kan niettemin een getuigenverhoor bevelen indien hij dat noodzakelijk acht voor zijn oordeel over de gegrondheid van de ingeroepen wrakingsgrond en hij beoordeelt die noodzaak onaantastbaar; het enkele feit dat de wrakende partij de juistheid van de door de onderzoeksrechter afgelegde verklaring betwist, verplicht de wrakingsrechter niet om een getuigenverhoor te bevelen en uit een met redenen omklede afwijzing van een verzoek om een getuigenverhoor kan als dusdanig geen schending van artikel 6.1 EVRM worden afgeleid; het Hof gaat na of de wrakingsrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Wraking van de onderzoeksrechter - Bewijs van de wrakingsgrond - Getuigenverhoor - Beoordeling van de noodzaak van getuigenverhoor - Betwisting van de juistheid van de verklaring van de onderzoeksrechter - Gemotiveerde afwijzing van verzoek om getuigenverhoor - Geen schending artikel 6.1 EVRM - Toezicht door het Hof - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 839

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Wraking - Wraking van de onderzoeksrechter - Bewijs van de wrakingsgrond - Getuigenverhoor - Beoordeling van de noodzaak van getuigenverhoor - Betwisting van de juistheid van de verklaring van de onderzoeksrechter - Gemotiveerde afwijzing van verzoek om getuigenverhoor - Geen schending artikel 6.1 EVRM - Toezicht door het Hof - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 839

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Wraking - Bewijs van de wrakingsgrond - Getuigenverhoor - Beoordeling van de noodzaak van getuigenverhoor - Betwisting van de juistheid van de verklaring van de onderzoeksrechter - Gemotiveerde afwijzing van verzoek om getuigenverhoor - Geen schending artikel 6.1 EVRM - Toezicht door het Hof - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 828

- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) -

Art. 839- 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0370.N H. B., verzoeker tot wraking, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Wiet Goris, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, burgerlijke kamer, van 19 februari 2025, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 7 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste en tweede middel
  2. De middelen voeren schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM en artikel 149 Grondwet: door eisers verzoek om de rechercheurs op de rechtszitting als getuigen onder eed te horen, af te wijzen met een algemene en holle stijlformule, laat het arrest na op dit verzoek te antwoorden; de redenen dat hun getuigenis weinig of niets zal bijdragen tot de waarheidsvinding en dat de duur en de kost van deze maatregel niet proportioneel zijn, is nietszeggend, onvoorstelbaar vaag en allerminst concreet en precies; dit kan bezwaarlijk worden beschouwd als een afdoende motivering voor de afwijzing van een dergelijke belangrijke onderzoeksmaatregel.
  3. De rechter die zich moet uitspreken over een verzoek tot wraking (hierna de wrakingsrechter) van een onderzoeksrechter (hierna de onderzoeksrechter) doet geen uitspraak over de vervolging wegens een strafbaar feit. Op een in het kader van een wrakingsprocedure geformuleerd verzoek tot het horen van getuigen is artikel 6.3.d EVRM dan ook niet van toepassing.
  4. Artikel 839 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat indien de wrakende partij geen bewijs door geschriften of begin van bewijs levert van de wrakingsgrond, de wrakingsrechter de wraking kan verwerpen op de eenvoudige verklaring van de rechter, dan wel een getuigenbewijs kan bevelen.
  5. Het staat aan de wrakende partij om het bewijs te leveren van de ingeroepen wrakingsgrond.
  6. De wrakingsrechter kan niettemin een getuigenverhoor bevelen indien hij dat noodzakelijk acht voor zijn oordeel over de gegrondheid van de ingeroepen wrakingsgrond. Hij beoordeelt die noodzaak onaantastbaar.
  7. Het enkele feit dat de wrakende partij de juistheid van de door de onderzoeksrechter afgelegde verklaring betwist, verplicht de wrakingsrechter niet om een getuigenverhoor te bevelen.
  8. Uit een met redenen omklede afwijzing van een verzoek om een getuigenverhoor kan als dusdanig geen schending van artikel 6.1 EVRM worden afgeleid.
  9. Het Hof gaat na of de wrakingsrechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  10. In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  11. De eiser heeft in zijn appelconclusie (p. 8, randnr. 41-43) het verhoor gevraagd van de betrokken rechercheurs omdat volgens de eiser de inhoud van een e-mail van 20 oktober 2023 niet strookt met de inhoud van de verklaring van de onderzoeksrechter als reactie op het wrakingsverzoek.
  12. Het arrest (p. 4) oordeelt dat het oproepen en laten getuigen van de rechercheurs niet nuttig is aangezien hun getuigenis weinig of niets zal bijdragen tot de waarheidsvinding en dat de duur en de kost van deze maatregel niet proportioneel zijn met het nagestreefde doel.
  13. Het arrest kan op grond van die redenen wettig het gevraagde getuigenverhoor verwerpen. In zoverre kunnen de middelen niet worden aangenomen. Derde middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek: het gevolg dat het arrest afleidt uit de e-mail van 20 oktober 2023, namelijk dat de toestemming van de onderzoeksrechter informeel-mondeling werd meegedeeld aan de rechercheurs en betrekking heeft op de vraag om documenten uit het gerechtelijk onderzoek te mogen aanwenden door de Nationale Veiligheidsoverheid, alsook dat in de e-mail melding werd gemaakt van dit informele akkoord, is pertinent onjuist aangezien in die e-mail geen sprake is om documenten uit het gerechtelijk onderzoek te mogen aanwenden door de Nationale Veiligheidsoverheid: het arrest kan op die grond niet oordelen dat er geen gewettigde verdenking is.
  15. De door de eiser aangevoerde wettige verdenking steunt op de aanvoering dat uit een e-mail van 20 oktober 2023 gericht aan het parket te Halle-Vilvoorde blijkt dat de onderzoeksrechter aan de rechercheurs zijn mondeling akkoord heeft gegeven tot de intrekking van de luchthavenidentificatiebadge van de eiser (wrakingsakte, p. 6, randnr. 34).
  16. De e-mail van 20 oktober 2023 gericht aan het parket Halle-Vilvoorde bevat de volgende vermelding: “De onderzoeksrechter heeft een mondeling akkoord gegeven aan de rechercheurs om het nodige te doen betreffende de intrekking van de luchthavenbadge van 2 betrokken verdachten [de eiser en X], beide werkzaam op de luchthaven van Brussel-Nationaal”.
  17. Het arrest kan uit deze e-mail afleiden dat de “toestemming van de Onderzoeksrechter informeel (mondeling) (werd) meegedeeld aan de politierechercheurs en betrekking (heeft) op de vraag om documenten uit het gerechtelijk onderzoek te mogen aanwenden door de Nationale Veiligheidscommissie”, dat “Het mondeling akkoord aan de rechercheurs ‘om het nodige te doen’ dus het meedelen (betreft) van de stukken uit het gerechtelijk dossier aan de Nationale Veiligheidscommissie” en dat “Het mondeling akkoord geen betrekking (heeft) op het intrekken van de luchthavenidentifcatiebadge van [de eiser]”. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  18. De aangevoerde schending door het arrest van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek is afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250325.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.