← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250325.2N.22 Rolnummer: P.25.0390.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 269 - laatst gezien 2026-06-15 03:40 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 De strafuitvoeringsrechter omkleedt de beslissing tot afwijzing van een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit, dat voldoet aan de vorm- en tijdsvoorwaarden, regelmatig met redenen indien hij vaststelt dat minstens één van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen aanwezig is en hij de feitelijke gegevens vermeldt voor die vaststelling; niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter voor de vaststelling van de aanwezigheid van de door artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen letterlijk de bewoordingen gebruikt waarin die bepaling die tegenaanwijzingen omschrijft, maar wel is het noodzakelijk dat hij ondubbelzinnig vermeldt welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen aanwezig zijn; wanneer het vonnis niet ondubbelzinnig vaststelt welke van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit beletten, is de beslissing tot afwijzing van het verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling niet naar recht verantwoord

(1).
(1)Cass. 6 augustus 2024, AR P.24.1083.N, ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240806.VAK.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Afwijzing - Aanwezigheid van tegenaanwijzingen - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechter - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Afwijzing - Aanwezigheid van tegenaanwijzingen - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Vrije woorden: Strafzaken - Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechter - Verzoek tot strafuitvoeringsmodaliteit - Afwijzing - Aanwezigheid van tegenaanwijzingen - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0390.N S. V., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiseres, met als raadsman mr. Robby Loos, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 5 maart
  2. De eiseres voert in een memorie grieven aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  3. Volgens artikel 97, § 1, tweede lid, derde zin, Wet Strafuitvoering moeten de cassatiemiddelen worden voorgesteld in een memorie die moet toekomen op de griffie van het Hof ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.
  4. Volgens de door de griffier aangebrachte vermelding werd eisers memorie ontvangen ter griffie van het Hof op vrijdag 14 maart 2025, dit is buiten de voormelde termijn van vijf dagen na het cassatieberoep van vrijdag 7 maart 2025 welke een einde nam op woensdag 12 maart
  5. De memorie is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 Grondwet en artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering.
  6. De strafuitvoeringsrechter omkleedt de beslissing tot afwijzing van een verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit, dat voldoet aan de vorm- en tijdsvoorwaarden, regelmatig met redenen indien hij vaststelt dat minstens één van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen aanwezig is en hij de feitelijke gegevens vermeldt voor die vaststelling.
  7. Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechter voor de vaststelling van de aanwezigheid van de door artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen letterlijk de bewoordingen gebruikt waarin die bepaling die tegenaanwijzingen omschrijft. Wel is het noodzakelijk dat hij ondubbelzinnig vermeldt welke tegenaanwijzing of tegenaanwijzingen aanwezig zijn.
  8. Het vonnis vermeldt een aantal feitelijke gegevens betreffende de detentiesituatie van de eiseres, haar verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit, de uitgebrachte adviezen, eerder gevraagde strafuitvoeringsmodaliteiten en haar persoonlijke toestand. Het oordeelt op basis daarvan “In voormelde omstandigheden zijn er meerdere tegenaanwijzingen die zich ertegen verzetten dat er thans aan u een strafuitvoeringsmodaliteit wordt toegekend. De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt dan ook geweigerd.” Aldus stelt het vonnis niet ondubbelzinnig vast welke van de in artikel 28, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit beletten. De beslissing tot afwijzing van het verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling is dan ook niet naar recht verantwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 maart 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250325.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240806.VAK.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.