id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025
Art. 5
.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Geïnterneerde - Strafuitvoeringsrechtbank - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Geïnterneerde - Aanvoering van een schending van artikel 5.1.e EVRM - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 5
.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Artikel 5.1.e - Geïnterneerde - Strafuitvoeringsrechtbank - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Geïnterneerde - Aanvoering van een schending van artikel 5.1.e EVRM - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 5
.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Geïnterneerde - Aanvoering van een schending van artikel 5.1.e EVRM - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 5
.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Geïnterneerde - Aanvoering van een schending van artikel 5.1.e EVRM - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 5.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.
P.25.0416.N M. M., geïnterneerde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Sofie Molenberghs, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 11 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.1.e EVRM: het vonnis dat de verdere plaatsing van de eiser in de strafinrichting te Merksplas beveelt, dat weigert zijn onmiddellijke overbrenging te bevelen naar een aan zijn noden aangepaste instelling via een plaatsing, overplaatsing of vrijstelling op proef en dat nalaat vast te stellen dat gelet op de opsluiting van de eiser in een gevangenis deze verdragsbepaling is geschonden, schendt zelf deze verdragsbepaling; de eiser verblijft al sinds 28 november 2023 als geïnterneerde in de gevangenis te Merksplas zonder enige behandeling; in de periode van 15 juni 2022 tot en met 21 juni 2022 verbleef hij reeds in de gevangenis; er werd voor zijn problematiek nooit enige behandeling opgestart; de redenen dat de eiser meer dan kansen genoeg heeft gekregen en dat er geen alternatieven zijn, zijn niet correct; het is aan de Belgische Staat te voorzien in plaatsen waar aangepaste hulp wordt verschaft; het feit dat vroegere trajecten van de eiser zijn mislopen, vindt zijn oorsprong in eisers specifieke problematiek waarvoor hem geen hulp wordt verleend; de redelijke termijn voor overbrenging naar een hospitaal, kliniek of aangepaste instelling is overschreden; de afdeling tot bescherming van de maatschappij te Merksplas is geen hospitaal, kliniek of aangepaste instelling.
- Indien een geïnterneerde aanvoert dat de afdeling tot bescherming van de maatschappij waar hij is opgesloten geen hospitaal, kliniek of aan zijn noden aangepaste instelling is, dat de termijn om te worden overgebracht naar een dergelijke instelling niet meer redelijk is en er derhalve een schending voorligt van artikel 5.1.e EVRM, dient de kamer voor de bescherming van de maatschappij, als rechtscollege bevoegd voor beslissingen inzake de uitvoering van een interneringsmaatregel, die aanvoering te onderzoeken.
- Of een afdeling tot bescherming van de maatschappij een hospitaal, kliniek of aan de noden van de geïnterneerde aangepaste instelling is in de zin van artikel 5.1.e EVRM zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, wordt onaantastbaar beoordeeld door de kamer voor de bescherming van de maatschappij.
- Het Hof gaat wel na of de kamer voor de bescherming van de maatschappij uit haar vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
- Het vonnis verwerpt in wezen eisers aanvoering dat de afdeling tot bescherming van de maatschappij te Merksplas geen hospitaal, kliniek of aan zijn noden aangepaste instelling is op de gronden dat: - een afdeling tot bescherming van de maatschappij een inrichting is waar volgens artikel 3, 4°, Interneringswet een geïnterneerde kan worden geplaatst; - de eiser sinds de aanvang van de uitvoering van de interneringsmaatregel het voorwerp heeft uitgemaakt van tal van behandelingen en begeleidingen, maar dat daaraan in hoofdzaak door het toedoen van de eiser zelf een einde diende te worden gesteld en een plaatsing in de afdeling tot de bescherming van de maatschappij noodzakelijk was.
- Noch het gegeven dat een afdeling tot bescherming van de maatschappij een inrichting is waar een geïnterneerde volgens de Interneringswet kan worden geplaatst noch het gegeven dat de geïnterneerde, die sinds bijna anderhalf jaar is geplaatst in de afdeling tot bescherming van de maatschappij te Merksplas, in de voorafgaande periode tal van behandelingen en begeleidingen heeft gekregen, kunnen het oordeel wettigen dat een dergelijk langdurig verblijf in die afdeling tot bescherming van de maatschappij geen schending inhoudt van artikel 5.1.e EVRM. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel, kamer voor de bescherming van de maatschappij, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 1 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251118.2N.26 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260310.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div