id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025
Art. 152
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 205bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Verzoek tot bepaling van conclusietermijnen - Geen absoluut recht op conclusietermijnen - Omstandigheden eigen aan de zaak die maken dat het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd geen conclusietermijnen vereist - Criteria - Vermelding van de omstandigheden - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 152
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 205bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Verzoek tot bepaling van conclusietermijnen - Geen absoluut recht op conclusietermijnen - Recht op een eerlijk proces - Omstandigheden eigen aan de zaak die maken dat het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd geen conclusietermijnen vereist - Criteria - Vermelding van de omstandigheden - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 152
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 205bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Strafvordering - Verzoek tot bepaling van conclusietermijnen - Geen absoluut recht op conclusietermijnen - Recht op een eerlijk proces - Omstandigheden eigen aan de zaak die maken dat het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd geen conclusietermijnen vereist - Criteria - Vermelding van de omstandigheden - Motivering Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 152
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 205bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0085.N C. D., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Curd Vanacker, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, tegen J. A., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 december
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan de verweerder, zoals nochtans is vereist door artikel 427 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook gericht tegen de beslissing, in de mate dat die betrekking heeft op de burgerlijke vordering van de verweerder tegen de eiseres, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 6 EVRM; - de artikelen 152 en 209bis, zevende lid, Wetboek van Strafvordering.
- Artikel 152, § 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de partijen die wensen te concluderen en nog geen conclusies hebben neergelegd, op de inleidingszitting kunnen vragen om conclusietermijnen te bepalen. In dat geval legt de rechter de termijnen vast waarop de conclusies ter griffie moeten worden neergelegd en bepaalt hij de rechtsdag, na de partijen te hebben gehoord. De beslissing wordt vermeld in het proces-verbaal van de rechtszitting. Volgens artikel 209bis, zevende lid, Wetboek van Strafvordering is deze regeling ook van toepassing in hoger beroep.
- Uit de tekst van deze bepalingen, de doelstelling van de wetgever een efficiënter beheer van de zittingen te realiseren en de algemene economie van de regeling volgt dat de rechter in de regel dient in te gaan op het op de inleidingszitting geformuleerde verzoek van een partij, die nog geen conclusies heeft neergelegd, om conclusietermijnen te bepalen.
- Die partij heeft evenwel geen absoluut recht op conclusietermijnen.
- De rechter kan oordelen dat er omstandigheden zijn eigen aan de zaak die maken dat het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet vereist dat er conclusietermijnen worden bepaald. Hij kan daarbij onder meer rekening houden met het tijdsverloop tussen de betekening van de dagvaarding en de inleidende rechtszitting welke partijen in de gelegenheid moet hebben gesteld hun verdediging voor te bereiden, het weinig complex karakter van de te beoordelen zaak, de verjaring van de strafvordering, de verplichting een overschrijding of een verdere overschrijding van de redelijke termijn te vermijden of de hechtenistoestand van één of meerdere beklaagden.
- De rechter dient steeds met verwijzing naar de omstandigheden eigen aan de zaak aan te geven waarom het recht op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd niet vereist dat conclusietermijnen worden toegekend.
- Uit de proces-verbaal van de rechtszitting van 27 december 2024 blijkt dat de eventuele laattijdigheid van het hoger beroep van de eiseres door het appelgerecht op die rechtszitting in het debat werd gebracht, de raadsman van de eiseres vervolgens heeft gevraagd om conclusietermijnen te bepalen en het appelgerecht niet op dit verzoek is ingegaan gelet op de laattijdigheid van het hoger beroep. Aldus heeft het appelgerecht de eiseres de mogelijkheid ontzegd te concluderen over de opgeworpen laattijdigheid van het hoger beroep, zonder daartoe enige reden op te geven. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Middelen
- De middelen die niet kunnen leiden tot een cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest maar enkel in zoverre het betrekking heeft op de beslissing op de strafvordering. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 1 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.24 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171107.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div