← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 211bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Rechtspleging in hoger beroep Vrije woorden: Strafverzwaring - Eenparigheid - Hoofdgevangenisstraf met volledig uitstel van tenuitvoerlegging uitgesproken door de eerste rechter - Zelfde straf opgelegd door het appelgerecht maar met probatievoorwaarden voor het uitstel - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 211bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Strafverzwaring - Eenparigheid - Hoofdgevangenisstraf met volledig uitstel van tenuitvoerlegging uitgesproken door de eerste rechter - Zelfde straf opgelegd door het appelgerecht maar met probatievoorwaarden voor het uitstel - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 211bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Strafverzwaring - Eenparigheid - Hoofdgevangenisstraf met volledig uitstel van tenuitvoerlegging uitgesproken door de eerste rechter - Zelfde straf opgelegd door het appelgerecht maar met probatievoorwaarden voor het uitstel - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 211bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 8 - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0166.N I. L., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 20, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 28 november

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195, vijfde lid, en 211bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verzwaart de aan de eiseres opgelegde bestraffing door het voor de hoofdstraffen verleende uitstel afhankelijk te maken van probatievoorwaarden, terwijl niet blijkt dat die beslissing eenparig werd genomen.
  3. Artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat om de in hoger beroep uitgesproken straffen te kunnen verzwaren eenstemmigheid is vereist.
  4. Om te oordelen of er strafverzwaring is in de zin van deze bepaling moeten, indien de eerste rechter zowel een hoofdgevangenisstraf, een geldboete en een verval van het recht tot sturen heeft opgelegd en het appelgerecht eveneens een hoofdgevangenisstraf, een geldboete en een verval van het recht tot sturen oplegt, de uitgesproken hoofdgevangenisstraffen worden vergeleken. De overige straffen zijn bij de beoordeling of er een strafverzwaring is in beginsel niet relevant.
  5. Indien de eerste rechter en het appelgerecht eenzelfde hoofdgevangenisstraf opleggen en de eerste rechter voor die hoofdgevangenisstraf volledig uitstel van tenuitvoerlegging heeft verleend en het appelgerecht eveneens volledig uitstel van tenuitvoerlegging verleent voor eenzelfde proeftijd, maar daaraan probatievoorwaarden verbindt, legt het appelgerecht een zwaardere straf op in de zin van artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering. Het kan dit slechts doen mits wordt vastgesteld dat tot die strafverzwaring met eenparigheid van stemmen is beslist.
  6. Het beroepen vonnis heeft de eiseres veroordeeld tot onder meer: - voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B, C en G samen tot een hoofdgevangenisstraf van drie maanden, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar, een geldboete van 400,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar voor 300,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, alsook tot een vervallenverklaring van het recht tot sturen voor een periode van één jaar, waarbij het herstel van dit recht wordt afhankelijk gemaakt van het slagen in de vier onderzoeken en examens; - voor de feiten omschreven onder de telastlegging D tot een geldboete van 100,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, alsook tot een vervallenverklaring van het recht tot sturen voor een periode van negen maanden, waarbij het herstel van dit recht wordt afhankelijk gemaakt van het slagen in de vier onderzoeken en examens; - voor de feiten omschreven onder de telastleggingen E en F samen tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar, een geldboete van 500,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, met uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar voor 400,00 euro, te verhogen met de opdeciemen, alsook tot een vervallenverklaring van het recht tot sturen voor een periode van twee jaar, waarbij het herstel van dit recht wordt afhankelijk gemaakt van het slagen in de vier onderzoeken en examens.
  7. Het bestreden vonnis bevestigt al deze straffen met dien verstande dat het voor de gevangenisstraffen verleende uitstel wordt gekoppeld aan probatievoorwaarden en dat voor de geldboeten geheel uitstel van tenuitvoerlegging wordt verleend, dat evenwel wordt gekoppeld aan probatievoorwaarden. Uit het bestreden vonnis blijkt niet dat deze beslissing met eenparigheid van stemmen is genomen. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
  8. De voormelde onwettigheid leidt tot de vernietiging van de beslissing over de gehele aan de eiseres opgelegde bestraffing voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B, C en G samen en de gehele haar opgelegde bestraffing voor de feiten omschreven onder de telastleggingen E en F samen, alsook tot de vernietiging van haar veroordeling tot betaling van tweemaal de bijdrage aan het Slachtofferfonds. Het laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres veroordeelt tot straf voor de feiten omschreven onder de telastleggingen A, B, C en G samen, tot straf voor de feiten omschreven onder de telastleggingen E en F samen, alsook tot betaling van tweemaal de bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een derde van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 172,48 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 1 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.