id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.30 Rolnummer: P.24.1760.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-04-16 Raadplegingen: 461 - laatst gezien 2026-06-15 07:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet bepaalt dat het openbaar ministerie ingeval van een vordering tot herroeping van de maatregel van uitstel van tenuitvoerlegging wegens de niet-naleving van probatievoorwaarden, de betrokkene dagvaardt voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats; een verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet is de werkelijke en feitelijke verblijfplaats van de betrokkene en die plaats, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, is in de regel de plaats waar de betrokkene is ingeschreven in de bevolkingsregisters als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats en is in de regel niet de gevangenis waar de betrokkene tijdelijk is opgesloten
(1).
(1)Cass. 27 mei 1986, AC 1985-86, 1301; Antwerpen 14 september 1998, RW 1994-1995, 855 met noot A. VANDEPLAS, “Over de bevoegdheid ratione loci van de strafrechter”; R. VERSTRAETEN en F. VERBRUGGEN, Inleiding tot het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, Antwerpen, Intersentia, 2023, nr. 1133, p.
- Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Herroeping - Dagvaarding door het openbaar ministerie voor de rechtbank van eerste aanleg van de verblijfplaats van de betrokkene - Begrip verblijfplaats - Betrokkene verblijvend in de gevangenis - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1760.N H. H., gedaagde tot herroeping van het probatie-uitstel, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent, beiden met kantoor te 9000 Gent, Baudelostraat 36, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 4 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 32 tot en met 47bis Gerechtelijk Wetboek en artikel 14, § 2, Probatiewet: het arrest oordeelt ten onrechte dat onder verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, Probatiewet moet worden verstaan de plaats waar de betrokkene effectief woont op het ogenblik waarop de vordering tot herroeping van het probatie-uitstel wordt aanhangig gemaakt en niet de plaats waar hij wordt vastgehouden; de aan de woonplaats van de eiser betekende dagvaarding is nietig indien de eiser op dat ogenblik in de gevangenis verbleef en het openbaar ministerie dit wist of behoorde te weten; er werd geen ontvankelijke herroepingsvordering aanhangig gemaakt aangezien de eiser niet werd gedagvaard voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats.
- Artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet bepaalt dat het openbaar ministerie ingeval van een vordering tot herroeping van de maatregel van uitstel van tenuitvoerlegging wegens de niet-naleving van probatievoorwaarden, de betrokkene dagvaardt voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats.
- Een verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet is de werkelijke en feitelijke verblijfplaats van de betrokkene. Die plaats, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, is in de regel de plaats waar de betrokkene is ingeschreven in de bevolkingsregisters als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats. Die plaats is in de regel niet de gevangenis waar de betrokkene tijdelijk is opgesloten. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest dat oordeelt dat onder verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet moet worden verstaan de plaats waar de betrokkene effectief woont en niet de plaats van de instelling waar hij eventueel wordt vastgehouden en dat de eiser bij de betekening van de dagvaarding van de herroepingsvordering was ingeschreven te Kortrijk, verantwoordt naar recht de beslissing dat de eerste rechter en in hoger beroep het hof van beroep territoriaal bevoegd zijn om kennis te nemen van de herroepingsvordering. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- De omstandigheid dat bij de betekening van de dagvaarding om te verschijnen voor het strafgerecht de rangorde van de betekeningswijzen niet zou zijn gevolgd, is zonder belang voor de geldigheid van de betekening indien blijkt dat de dagvaarding de betrokkene heeft bereikt en hij is verschenen op de rechtszitting. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 1 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.30 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div