← België

BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250404.1N.8 Rolnummer: D.24.0005.N Zaak: BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2025-05-12 Raadplegingen: 317 - laatst gezien 2026-06-15 09:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Een geschrapte vastgoedmakelaar kan, na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat hem bij definitieve beslissing de tuchtsanctie van schrapping werd opgelegd, een aanvraag tot eerherstel indienen; zolang hem voor de schrapping geen eerherstel is verleend, kan hij niet opnieuw op het tableau van vastgoedmakelaars worden ingeschreven. Thesaurus CAS: MAKELAAR Vrije woorden: Vastgoedmakelaar - Tuchtsanctie - Herinschrijving tableau - Eerherstel Wettelijke bepalingen: Wet 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar - 11-02-2013 - Art. 5, § 1, tweede lid - 51 ELI link Pub nr 2013011368 Wet 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar - 11-02-2013 - Art. 14, § 1 - 51 ELI link Pub nr 2013011368 KB 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars - 20-07-2012 - Art. 62, §§ 1 en 2 - 42 ELI link Pub nr 2012011347 Tekst van de beslissing Nr. D.24.0005.N BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS, openbare instelling, met zetel te 1000 Brussel, Luxemburgstraat 16B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.300.821, eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen C.B., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars van 21 februari

  1. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 5, § 1, tweede lid, van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar mag niemand het beroep van vastgoedmakelaar-bemiddelaar of vastgoedmakelaar-syndicus in de hoedanigheid van zelfstandige in hoofd- of bijberoep uitoefenen, of deze titel dragen, indien hij niet is ingeschreven op het tableau van de beoefenaars in de kolom van het beroep dat hij uitoefent of op de lijst van stagiairs in de kolom van het beroep dat hij uitoefent. Krachtens het derde lid mag niemand het beroep van vastgoedmakelaar-rentmeester uitoefenen, indien hij niet is ingeschreven op ten minste een van de twee kolommen van het bedoelde tableau.
  3. Krachtens artikel 14, § 1, van deze wet zijn de vastgoedmakelaars van wie bewezen is dat zij hun plichten hebben verzuimd, strafbaar met de volgende tuchtstraffen: waarschuwing, berisping, schorsing en schrapping. Krachtens § 2, tweede lid, van die bepaling brengt de schrapping het verbod met zich om het gereglementeerde beroep in België uit te oefenen en de beroepstitel ervan te voeren en heeft de schrapping betrekking op alle activiteiten opgenomen in artikel 2, 4° tot 7°.
  4. Krachtens artikel 62, § 1, van het koninklijk besluit van 20 juli 2012 tot bepaling van de regels inzake de organisatie en de werking van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars, hierna KB Vastgoedmakelaars, worden alle minder zware tuchtstraffen dan de schorsing na het verstrijken van een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de definitieve beslissing waarbij een tuchtstraf wordt uitgesproken, uitgewist, op voorwaarde dat het lid in die tussentijd geen schorsing noch enigerlei nieuwe sanctie heeft opgelopen. Krachtens § 2 van die bepaling mag ieder lid van het Instituut dat één of meer tuchtstraffen heeft opgelopen, welke niet zijn uitgewist met toepassing van § 1, bij de kamer van beroep een aanvraag tot eerherstel indienen. Deze aanvraag is slechts ontvankelijk op voorwaarde dat een termijn van vijf jaar is verstreken sedert de datum van de definitieve beslissing waarbij de laatste tuchtstraf is uitgesproken, dat de betrokkene strafrechtelijk eerherstel heeft verkregen indien hij een tuchtstraf heeft opgelopen voor een feit dat tot een strafrechtelijke veroordeling aanleiding heeft gegeven en dat een termijn van twee jaar is verstreken sedert de beslissing van de kamer van beroep is uitgesproken, ingeval deze een vorige aanvraag heeft afgewezen. Krachtens artikel 62, § 3, KB Vastgoedmakelaars stelt de beslissing tot verlening van eerherstel voor de toekomst alle gevolgen buiten werking van de sancties waarop deze beslissing toepassing vindt.
  5. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een geschrapte vastgoedmakelaar, na het verstrijken van een termijn van vijf jaar nadat hem bij definitieve beslissing de tuchtsanctie van schrapping werd opgelegd, een aanvraag tot eerherstel kan indienen, en dat zolang hem voor de schrapping geen eerherstel is verleend, hij niet opnieuw op het tableau van vastgoedmakelaars kan worden ingeschreven.
  6. De kamer van beroep stelt vast en oordeelt dat: - aan de verweerster bij beslissingen van 29 april 2016 de tuchtsanctie van schrapping werd opgelegd; - niet wordt betwist dat de verweerster op het ogenblik van de aanvraag tot eerherstel op 26 november 2023 geen lid van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars is; - pas na een herinschrijving als lid van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars en mits het naleven van de daaropvolgende wachttermijn van vijf jaar zij in aanmerking komt voor een aanvraag tot eerherstel.
  7. De kamer van beroep, die op grond van voormelde redenen de aanvraag tot eerherstel van de verweerster niet ontvankelijk verklaart, verantwoordt haar beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing. Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige kamer van beroep van het Beroepsinstituut van vastgoedmakelaars, anders samengesteld. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 639,90 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 4 april 2025 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250404.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.