← België

BOULDER bv contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250407.3N.5 Rolnummer: C.24.0264.N Zaak: BOULDER bv contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-17 Raadplegingen: 560 - laatst gezien 2026-06-17 11:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche 1 De verordenende stedenbouwkundige voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan dienen omwille van de rechtszekerheid in de regel letterlijk te worden uitgelegd; indien een begrip niet wordt gedefinieerd in de stedenbouwkundige voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan moet het worden uitgelegd naar de betekenis ervan in het algemeen spraakgebruik. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALGEMEEN Vrije woorden: Ruimtelijk uitvoeringsplan - Stedenbouwkundige voorschriften - Begrippen - Geen definitie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decr. van de Vlaamse Raad 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening - 18-05-1999 - Art. 38, § 1, eerste lid, 1° en 2° - 33 ELI link Pub nr 1999035652 Fiche 2 De omstandigheid dat een ruimtelijk uitvoeringsplan en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften het begrip “lokaal bedrijf” niet definiëren heeft niet tot gevolg dat het bestuur bij de uitlegging of de toepassing ervan over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt noch dat de rechter verplicht is om dit begrip te interpreteren rekening houdend met een vergunning die door het bestuur werd afgeleverd. (Art. 2.1 van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP-Henkelsite) Thesaurus CAS: STEDENBOUW - ALGEMEEN Vrije woorden: Ruimtelijk uitvoeringsplan - Stedenbouwkundige voorschriften - Lokaal bedrijf - Definitie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decr. van de Vlaamse Raad 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening - 18-05-1999 - Art. 38, § 1, eerste lid, 1° en 2° - 33 ELI link Pub nr 1999035652 Nota: Art. 2.1 van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP-Henkelsite. Tekst van de beslissing Nr. C.24.0264.N BOULDER bv, met zetel te 3020 Herent, Persilstraat 51 bus 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0630.781.694, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen DE VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS VAN HET GEBOUW “RESIDENTIE PARK 51 ZONE A”, met zetel te 3020 Herent, Persilstraat 51, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0896.293.856, vertegenwoordigd door haar syndicus, de vennootschap BVM BEHEER bv, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 29 november

  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 22 januari 2025 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 38, § 1, eerste lid, 1° en 2°, Stedenbouwdecreet 1999, zoals van toepassing, bevat een ruimtelijk uitvoeringsplan een grafisch plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften inzake de bestemming, de inrichting en het beheer. Krachtens het tweede lid van die bepaling hebben het grafische plan dat aangeeft voor welk gebied of welke gebieden het plan van toepassing is en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften, verordenende kracht.
  3. Artikel 2.1 van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP-Henkelsite bepaalt: “Het gebied is bestemd voor stedelijk wonen, kantoren, lokale bedrijven en openbare ruimten, met een verplichte menging van deze functies. Hierbij moet de woonfunctie en de economische functie telkens minimum 30 procent van de vloeroppervlakte vertegenwoordigen. (Ondergrondse parkeeroppervlaktes worden niet meegerekend in de vloeroppervlakte)”.
  4. De verordenende stedenbouwkundige voorschriften van een ruimtelijk uitvoeringsplan dienen omwille van de rechtszekerheid in de regel letterlijk te worden uitgelegd. Indien een begrip niet wordt gedefinieerd in de stedenbouwkundige voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan moet het worden uitgelegd naar de betekenis ervan in het algemeen spraakgebruik. De omstandigheid dat een ruimtelijk uitvoeringsplan en de erbij horende stedenbouwkundige voorschriften het begrip “lokaal bedrijf” niet definiëren heeft niet tot gevolg dat het bestuur bij de uitlegging of de toepassing ervan over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt noch dat de rechter verplicht is om dit begrip te interpreteren rekening houdend met een vergunning die door het bestuur werd afgeleverd. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 831,34 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Bruno Lietaert, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 7 april 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250407.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.