← België

PROCUREUR DES KONINGS HALLE-VILVOERDE contra Z.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250408.2N.3 Rolnummer: P.25.0131.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS HALLE-VILVOERDE contra Z. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 533 - laatst gezien 2026-06-17 09:44 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Artikel 58bis, § 3/1, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de zaak wordt aangebracht bij de politierechtbank die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar het voertuig werd geïmmobiliseerd; uit een letterlijke lezing van deze bepaling kan niet worden afgeleid dat de territoriale bevoegdheid van de politierechtbank wordt bepaald door de plaats van stalling van het geïmmobiliseerde voertuig; uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling kan evenmin worden afgeleid dat de wetgever voor het criterium van de plaats van stalling, die kan wijzigen, heeft geopteerd; uit de tekst van deze bepaling, het feit dat het bevelen van de beveiligingsmaatregel afhankelijk is van vaststellingen betreffende welbepaalde inbreuken op de Wegverkeerswet en de rol van de bevoegde procureur des Konings ter zake, volgt dat de territoriale bevoegdheid van de politierechtbank wordt bepaald door de plaats van de inbreuk of inbreuken die de grondslag vormen voor het bevelen van de beveiligingsmaatregel van de immobilisering

(1).
(1)Wetsvoorstel van 10 juni 2022 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wat het instellen van een beroepsmogelijkheid tegen de immobilisering van een voertuig betreft, ingediend door Dhr. J. Van den Bergh (c.s.), Parl. St. Kamer 2022-03, Doc 55-2750/001 en 55-2750/
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 58 - Artikel 58bis Vrije woorden: Toepassing - Immobilisering van het voertuig - Verzoek tot opheffing van de maatregel - Territoriale bevoegdheid van de politierechtbank - Plaats van de inbreuk - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 58bis, § 3/1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Vrije woorden: Territoriale bevoegdheid - Politierechtbank - Immobilisering van het voertuig - Verzoek tot opheffing van de maatregel - Plaats van de inbreuk - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 58bis, § 3/1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Verkeerszaken - Immobilisering van het voertuig - Verzoek tot opheffing van de maatregel - Territoriale bevoegdheid van de politierechtbank - Plaats van de inbreuk - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 58bis, § 3/1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0131.N PROCUREUR DES KONINGS TE HALLE VILVOORDE, eiser, tegen A. Z., verzoeker tot opheffing van de immobilisering van een voertuig, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de politierechtbank Halle van 18 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 58bis, § 3/1, Wegverkeerswet: de politierechter oordeelt ten onrechte dat zijn territoriale bevoegdheid om kennis te nemen van een verzoek tot opheffing wordt bepaald door de plaats waar een geïmmobiliseerd voertuig wordt gestald en dat hij in deze zaak dan ook niet bevoegd is; de territoriale bevoegdheid wordt bepaald door de plaats van de vaststelling van de inbreuk die heeft geleid tot de immobilisering; het is het parket dat voor die inbreuk territoriaal bevoegd is dat de immobilisering kan bevelen en dat ook moet beslissen over een verzoek tot opheffing; anders oordelen zou impliceren dat het parket de bevoegde rechter zou kunnen kiezen door het bepalen van de plaats van stalling of dat de territoriale bevoegdheid wijzigt ingeval van wijziging van een stallingsplaats.
  4. Artikel 58bis, § 1, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet bepaalt bij welke inbreuken op de Wegverkeerswet de immobilisering van een voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen en wie de personen zijn die bevoegd zijn om die maatregel te bevelen. Artikel 58bis, § 3, derde lid, Wegverkeerswet bepaalt dat het verzoek tot opheffing van deze immobilisering wordt gericht aan de procureur des Konings die uitspraak moet doen binnen de vijftien dagen.
  5. Artikel 58bis, § 3/1, Wegverkeerswet regelt de procedure voor het indienen van een verzoek tot opheffing van de immobilisering door de eigenaar van het voertuig. Het beschrijft de rol van de procureur des Konings in die procedure: hij dient in te staan voor de neerlegging van de stukken ter griffie en moet worden gehoord.
  6. Artikel 58bis, § 3/1, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de zaak wordt aangebracht bij de politierechtbank die territoriaal bevoegd is voor de plaats waar het voertuig werd geïmmobiliseerd.
  7. Uit een letterlijke lezing van deze bepaling kan niet worden afgeleid dat de territoriale bevoegdheid van de politierechtbank wordt bepaald door de plaats van stalling van het geïmmobiliseerde voertuig. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling kan evenmin worden afgeleid dat de wetgever voor het criterium van de plaats van stalling, die kan wijzigen, heeft geopteerd.
  8. Uit de tekst van deze bepaling, het feit dat het bevelen van de beveiligingsmaatregel afhankelijk is van vaststellingen betreffende welbepaalde inbreuken op de Wegverkeerswet en de rol van de bevoegde procureur des Konings ter zake, volgt dat de territoriale bevoegdheid van de politierechtbank wordt bepaald door de plaats van de inbreuk of inbreuken die de grondslag vormen voor het bevelen van de beveiligingsmaatregel van de immobilisering. Het vonnis dat anders oordeelt, schendt artikel 58bis, § 3/1, eerste lid, Wegverkeerswet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de politierechtbank Halle, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 8 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250408.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251001.2F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.