← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250416.2N.25 Rolnummer: P.25.0480.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 317 - laatst gezien 2026-06-15 04:44 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De beslissing een strafuitvoeringsmodaliteit te herroepen bij toepassing van artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering wegens niet-naleving van een bijzondere voorwaarde is regelmatig met redenen omkleed indien het vonnis ondubbelzinnig vermeldt welke aan de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit verbonden bijzondere voorwaarde niet werd nageleefd en uit welke feitelijke gegevens dit blijkt

(1).
(1)Zie Cass. 30 juli 2024, AR P.24.1045.N, NC 2024/5,
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit wegens schending van een bijzondere voorwaarde - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit wegens schending van een bijzondere voorwaarde - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 Noch uit artikel 67 Wet Strafuitvoering dat de mogelijkheid regelt van een herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit in plaats van een herroeping ervan noch uit enig andere bepaling volgt dat de herroepingsbeslissing wegens niet-naleving van een bijzondere voorwaarde vereist dat bovendien wordt vastgesteld dat een herroeping noodzakelijk is in het belang van de maatschappij, van het slachtoffer of van de sociale integratie van de veroordeelde. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit - Motiveringsplicht - Herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 67 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit - Motiveringsplicht - Herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64, 3° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 67 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0480.N K. L., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 21 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 67 Wet Strafuitvoering: het vonnis dat de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht had kunnen herzien in plaats van te herroepen, vermeldt niet waarom een herroeping noodzakelijk is in het belang van de maatschappij, van het slachtoffer en van de sociale integratie en waarom een herziening daarvoor niet volstaat.
  4. De beslissing een strafuitvoeringsmodaliteit te herroepen bij toepassing van artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering wegens niet-naleving van een bijzondere voorwaarde is regelmatig met redenen omkleed indien het vonnis ondubbelzinnig vermeldt welke aan de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit verbonden bijzondere voorwaarde niet werd nageleefd en uit welke feitelijke gegevens dit blijkt.
  5. Noch uit artikel 67 Wet Strafuitvoering dat de mogelijkheid regelt van een herziening van een strafuitvoeringsmodaliteit in plaats van een herroeping ervan noch uit enig andere bepaling volgt dat de herroepingsbeslissing wegens niet-naleving van een bijzondere voorwaarde vereist dat bovendien wordt vastgesteld dat een herroeping noodzakelijk is in het belang van de maatschappij, van het slachtoffer of van de sociale integratie van de veroordeelde.
  6. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Françoise Roggen, Frédéric Lugentz en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 16 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250416.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.