id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250416.2N.26 Rolnummer: P.25.0481.N Zaak: O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 295 - laatst gezien 2026-06-15 04:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 De kamer voor de bescherming van de maatschappij die een verzoek om een uitvoeringsmodaliteit van de internering afwijst omdat een reclasseringsplan onvoldoende waarborgen biedt, is niet verplicht te vermelden welk reclasseringsplan wel voldoende waarborgen biedt
(1).
(1)Zie Cass. 15 november 2016, AR P.16.1037.N, AC 2016, nr. 647, ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161115.
- Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Verzoek om vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering - Afwijzing - Reclasseringsplan met onvoldoende waarborgen - Motiveringsplicht Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Kamer voor bescherming van de maatschappij - Verzoek om vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering - Afwijzing - Reclasseringsplan met onvoldoende waarborgen - Motiveringsplicht Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Vrije woorden: Kamer voor bescherming van de maatschappij - Verzoek om vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering - Afwijzing - Reclasseringsplan met onvoldoende waarborgen - Motiveringsplicht Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0481.N A. O., geïnterneerde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Kristof Driesen, advocaat bij de balie Limburg, met kantoor te 3770 Riemst, Zevenbunderstraat 20a, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 26 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het vonnis oordeelt dat eisers reclasseringsplan onvoldoende waarborgen biedt om herval in delictsgedrag te vermijden; met het vonnis van 29 oktober 2024 heeft de kamer voor de bescherming van de maatschappij aangegeven dat de eiser een woonst, werk en begeleiding diende te zoeken opdat hij een verzoek om voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied zou kunnen indienen; uit de overgelegde documenten blijkt dat de eiser aan die voorwaarden voldoet; het thans bestreden vonnis en het vonnis van 29 oktober 2024 zijn dan ook tegenstrijdig; het vonnis is ook dubbelzinnig gemotiveerd omdat het weliswaar oordeelt dat eisers reclasseringsplan onvoldoende waarborgen biedt, maar niet specificeert welke waarborgen voldoende zouden zijn.
- Een tegenstrijdigheid als motiveringsgebrek in de zin van artikel 149 Grondwet veronderstelt redenen of beschikkingen van eenzelfde rechterlijke beslissing die elkaar opheffen of teniet doen. In zoverre het middel aanvoert dat een dergelijke tegenstrijdigheid ook kan bestaan tussen redenen van onderscheiden rechterlijke beslissingen, faalt het naar recht.
- Opdat een middel dat als motiveringsgebrek in de zin van artikel 149 Grondwet een dubbelzinnigheid aanvoert, ontvankelijk zou zijn is vereist dat het uiteenzet welke de twee mogelijke lezingen van de beslissing zijn, alsook in welke ene lezing de beslissing wettig is en in welke andere lezing de beslissing onwettig is. Het middel voldoet niet aan deze voorwaarden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- Uit artikel 149 Grondwet volgt voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij die een verzoek om een uitvoeringsmodaliteit van de internering afwijst omdat een reclasseringsplan onvoldoende waarborgen biedt, niet de verplichting te vermelden welk reclasseringsplan wel voldoende waarborgen biedt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Françoise Roggen, Frédéric Lugentz en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 16 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250416.2N.26 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161115.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div