id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.21 Rolnummer: P.24.1762.N Zaak: E. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 460 - laatst gezien 2026-06-15 11:07 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De strafrechter voor wie een provisionele schadevergoeding te vermeerderen met interesten wordt gevorderd en die de gevorderde provisionele schadevergoeding toekent maar beslist gelet op het voorlopige karakter ervan nog geen uitspraak te doen over de gevorderde interesten, put zijn rechtsmacht over de burgerlijke vordering niet uit. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Strafzaken - Uitputting rechtsmacht - Provisionele schadevergoeding te vermeerderen met interesten - Toekenning van de provisionele schadevergoeding - Geen uitspraak over de gevorderde interesten - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering (bijzondere regels) Vrije woorden: Uitputting rechtsmacht - Provisionele schadevergoeding te vermeerderen met interesten - Toekenning van de provisionele schadevergoeding - Geen uitspraak over de gevorderde interesten - Gevolg Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1762.N A. E. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thomas De Nys, advocaat bij de balie Brussel, tegen Frans DE ROY, met kantoor te 1000 Brussel, Wolstraat 19 bus 4, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement Euro Net & Euro Tex nv, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 14 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek, alsook miskenning van het beschikkingsbeginsel en de uitputting van de rechtsmacht van de strafrechter: de appelrechters hebben met hun arrest van 28 april 2022, waarin de door de verweerder gevorderde provisionele schadevergoeding van 1,00 euro werd toegekend zonder vordering tot het aanhouden van de burgerlijke belangen, hun rechtsmacht volledig uitgeput, zodat het verzoekschrift dat werd neergelegd ter griffie door de verweerder op 12 september 2023 onontvankelijk diende te worden verklaard.
- De strafrechter voor wie een provisionele schadevergoeding te vermeerderen met interesten wordt gevorderd en die de gevorderde provisionele schadevergoeding toekent maar beslist gelet op het voorlopige karakter ervan nog geen uitspraak te doen over de gevorderde interesten, put zijn rechtsmacht over de burgerlijke vordering niet uit. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerder in zijn appelconclusie van 11 december 2021 vorderde om de eiser voor de telastlegging B.1.2 te veroordelen tot betaling van “een provisionele schadevergoeding van 1,00 euro” te vermeerderen met de vergoedende en gerechtelijke interesten; - de eiser bij arrest van 28 april 2022 van het hof van beroep werd veroordeeld tot betaling aan de verweerder van “een voorlopige schadevergoeding van 1,00 euro”, vanwege de feiten van de telastlegging B.1.2, waarbij “in dit stadium” geen interest werd toegekend om de uiteindelijke afrekening niet te bemoeilijken.
- Het bestreden arrest (p. 3) oordeelt dat de schadevergoeding volgens de uitdrukkelijke bewoordingen van het arrest van 28 april 2022 een “voorlopige” vergoeding betreft en de verweerder bijgevolg met toepassing van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering een vordering kon inleiden teneinde een definitieve schadevergoeding te verkrijgen. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 22 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div