← België

J. contra BELGISCHE STAAT, ASIEL EN MIGRATIE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.25 Rolnummer: P.25.0519.N Zaak: J. contra BELGISCHE STAAT, ASIEL EN MIGRATIE Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Internationaal publiekrecht - Burgerlijk recht - Bestuursrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 676 - laatst gezien 2026-06-18 16:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 4 De bepalingen van artikel 8 EVRM en de artikelen 15 en 22 Grondwet verbieden niet dat hij die geniet van het recht op bescherming van de woning daarvan afstand doet, onder meer door een overheid toe te staan om de woning te betreden; een afstand van een grondrecht is evenwel slechts geldig indien die afstand ondubbelzinnig gebeurt, met kennis van zaken, wat wil zeggen op basis van een geïnformeerde toestemming, alsook zonder dwang

(1).
(1)Cass. 10 oktober 2023, AR P.23.1327.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.13; Cass. 5 oktober 2022, AR P.22.1200.F, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221005.2F.11, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221005.2F.11. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 15 Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 22 Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: WOONPLAATS Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 5 - 10 Uit de bepalingen van de artikelen 2, eerste lid , artikel 2, tweede lid, 3° en artikel 3 Huiszoekingswet volgt dat het verzoek of de toestemming als bedoeld door artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet aan politieambtenaren om een niet voor het publiek toegankelijke plaats zoals een woning te betreden om in het kader van de Vreemdelingenwet over te gaan tot de bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft, voorafgaand en schriftelijk moet worden gegeven en een mondelinge toestemming niet volstaat; die regel geldt zowel voor woonstbetredingen verricht vóór vijf uur 's morgens en na negen uur 's avonds, als voor woonstbetredingen overdag; die bepalingen verhinderen niet dat de politieambtenaren op grond van een mondelinge toestemming de woonst betreden louter om hun komst toe te lichten en na te gaan of een schriftelijke toestemming wordt verleend alvorens de hen in het kader van de Vreemdelingenwet gegeven opdracht uit te voeren op grond van die schriftelijke toestemming
(1).
(1)Zie Cass. 10 oktober 2023, AR P.23.1327.N, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.
  1. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 15 Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Huiszoekingswet - Artikelen 2, eerste en tweede lid, 3°, en 3 Huiszoekingswet - Voorwaarden - Woonstbetreding op grond van mondelinge toestemming - Bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste en tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 22 Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Huiszoekingswet - Artikelen 2, eerste en tweede lid, 3°, en 3 Huiszoekingswet - Voorwaarden - Woonstbetreding op grond van mondelinge toestemming - Bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste en tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Huiszoekingswet - Artikelen 2, eerste en tweede lid, 3°, en 3 Huiszoekingswet - Voorwaarden - Woonstbetreding op grond van mondelinge toestemming - Bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste en tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: WOONPLAATS Vrije woorden: Bescherming van de woning - Afstand - Huiszoekingswet - Artikelen 2, eerste en tweede lid, 3°, en 3 Huiszoekingswet - Voorwaarden - Woonstbetreding op grond van mondelinge toestemming - Bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste en tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: Vreemdelingenwet - Onwettig verblijf - Bescherming van de woning - Afstand - Huiszoekingswet - Artikelen 2, eerste en tweede lid, 3°, en 3 Huiszoekingswet - Voorwaarden - Woonstbetreding op grond van mondelinge toestemming - Bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste en tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING Vrije woorden: Vreemdeling - Onwettig verblijf - Bescherming van de woning - Afstand - Huiszoekingswet - Artikelen 2, eerste en tweede lid, 3°, en 3 Huiszoekingswet - Voorwaarden - Woonstbetreding op grond van mondelinge toestemming - Bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 8 - 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 22 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 2, eerste en tweede lid, 3° - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Wet 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize, huiszoeking of vrijdheidsbeneming mag worden verricht - 07-06-1969 - Art. 3 - 30 ELI link Pub nr 1969060701 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0519.N N. J., vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, tussenkomende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, de artikelen 15 en 22 Grondwet en de artikelen 2 en 3 Huiszoekingswet: de appelrechters baseren zich voornamelijk op het proces-verbaal van de politie waarin wordt gesteld dat de betreding van de woning op 27 januari 2025 gebeurde met toestemming van de bewoner en dat het formulier “Toestemming tot woonstbetreding” werd ingevuld en ondertekend bij het betreden van het appartement; er is een voorafgaande en schriftelijke toestemming tot woonstbetreding vereist; uit het proces-verbaal blijkt echter dat er slechts sprake was van een mondelinge toestemming, voorafgaand aan de betreding en dat de schriftelijke toestemming pas na de betreding werd verkregen.
  4. Artikel 8 EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op respect voor zijn woning en dat er slechts inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van dit recht is toegestaan, voor zover deze inmenging bij wet is bepaald en een noodzakelijke maatregel vormt, onder meer vanuit het oogpunt van de nationale of de openbare veiligheid.
  5. Artikel 15 Grondwet bepaalt dat de woning onschendbaar is en dat huiszoekingen enkel kunnen plaatsvinden in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
  6. Volgens artikel 22, eerste lid, Grondwet heeft eenieder recht op eerbiediging van zijn privé- en gezinsleven, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden door de wet bepaald.
  7. Deze bepalingen verbieden niet dat hij die geniet van het recht op bescherming van de woning daarvan afstand doet, onder meer door een overheid toe te staan om de woning te betreden.
  8. Een afstand van een grondrecht is evenwel slechts geldig indien die afstand ondubbelzinnig gebeurt, met kennis van zaken, wat wil zeggen op basis van een geïnformeerde toestemming, alsook zonder dwang.
  9. De door artikel 8 EVRM vereiste wettelijke basis om de inmenging van het openbaar gezag in de uitoefening van het recht op eerbiediging van de woonst te rechtvaardigen, is de Huiszoekingswet.
  10. Artikel 2, eerste lid, Huiszoekingswet bepaalt dat geen vrijheidsbeneming in een voor het publiek niet toegankelijke plaats mag worden verricht vóór vijf uur ’s morgens en na negen uur ’s avonds.
  11. Artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet bepaalt dat het in artikel 2, eerste lid, Huiszoekingswet vastgestelde verbod geen toepassing vindt ingeval van verzoek of toestemming van de persoon die het werkelijk genot heeft van de plaats of de persoon bedoeld in artikel 46, 2°, Wetboek van Strafvordering.
  12. Artikel 3 Huiszoekingswet bepaalt dat het verzoek of de toestemming waarvan sprake in artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet voorafgaand en schriftelijk aan de opsporing of huiszoeking wordt gegeven.
  13. Uit de voormelde bepalingen volgt dat het verzoek of de toestemming als bedoeld door artikel 2, tweede lid, 3°, Huiszoekingswet aan politieambtenaren om een niet voor het publiek toegankelijke plaats zoals een woning te betreden om in het kader van de Vreemdelingenwet over te gaan tot de bestuurlijke vrijheidsberoving van een vreemdeling die onwettig in het Rijk verblijft, voorafgaand en schriftelijk moet worden gegeven. Een mondelinge toestemming volstaat niet.
  14. Die regel geldt zowel voor woonstbetredingen verricht vóór vijf uur ’s morgens en na negen uur ’s avonds, als voor woonstbetredingen overdag.
  15. Die bepalingen verhinderen niet dat de politieambtenaren op grond van een mondelinge toestemming de woonst betreden louter om hun komst toe te lichten en na te gaan of een schriftelijke toestemming wordt verleend alvorens de hen in het kader van de Vreemdelingenwet gegeven opdracht uit te voeren op grond van die schriftelijke toestemming.
  16. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 22 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.25 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250506.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221005.2F.11 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221005.2F.11 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.