← België

A. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 4- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast.

Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - Toepassing van artikel 870 Gerechtelijk Wetboek en artikel 8.4. Burgerlijk Wetboek - Morele schade op grond van bloed- of aanverwantschap of affectieve band - Betwisting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 870 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.4 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Allerlei Vrije woorden: Strafzaken - Burgerlijke rechtsvordering - Bewijsregels - Toepassing van artikel 870 Gerechtelijk Wetboek en artikel 8.4. Burgerlijk Wetboek - Morele schade op grond van bloed- of aanverwantschap of affectieve band - Bewijslast - Betwisting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 870 - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.4 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

- 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 4 - 6 Uit artikel 2.1., eerste lid, EVRM en de artikelen 3bis, eerste lid, eerste zin en 4, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering volgt geen verplichting voor “de overheid” om het bewijs van een bloed- of aanverwantschap van de burgerlijke partij met een overleden slachtoffer aan te leveren; geen van deze bepalingen verplichten de rechter ook, wanneer hij vaststelt dat een burgerlijke partij die schadevergoeding vordert op grond van een bloed- of aanverwantschap of een affectieve band met een overleden slachtoffer en daarvan niet het bewijs levert, hoewel deze verwantschap of band reeds in eerste aanleg door de beklaagde werd betwist, om hierover bijkomend onderzoek te bevelen en het debat te heropenen, vooraleer deze vordering af te wijzen of om de burgerlijke belangen op dit gebied aan te houden; dat de rechter ten aanzien van bepaalde burgerlijke partijen een verwantschap of een affectieve band bewezen acht en ten aanzien van andere burgerlijke partijen niet, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Strafzaken - Bejegening van slachtoffers - Burgerlijke partij - Bloed- of aanverwantschap of affectieve band met een overleden slachtoffer - Bewijslast - Geen verplichting voor overheid - Betwisting - Afwijzing van de burgerlijke rechtsvordering - Geen noodzaak tot bijkomend onderzoek of om de burgerlijke belangen aan te houden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 2.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 3bis

, eerste lid, eerste zin - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - Bejegening van slachtoffers - Burgerlijke partij - Bloed- of aanverwantschap of affectieve band met een overleden slachtoffer - Bewijslast - Geen verplichting voor overheid tot het leveren van het bewijs - Betwisting - Afwijzing van de burgerlijke rechtsvordering - Geen noodzaak tot bijkomend onderzoek of om de burgerlijke belangen aan te houden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 2.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 3bis

, eerste lid, eerste zin - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4

, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 2 Vrije woorden: Artikel 2.1 - Burgerlijke rechtsvordering - Strafzaken - Bejegening van slachtoffers - Burgerlijke partij - Bloed- of aanverwantschap of affectieve band met een overleden slachtoffer - Bewijslast - Geen verplichting voor overheid - Betwisting - Afwijzing van de burgerlijke rechtsvordering - Geen noodzaak tot bijkomend onderzoek of om de burgerlijke belangen aan te houden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 2.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 3bis

, eerste lid, eerste zin - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Voorafgaande titel van het Wetboek

Art. 4, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0036.N I

  1. Y. A.,
  2. A. A.,
  3. A. M.,
  4. Y. A.,
  5. N. A.,
  6. S. P.,
  7. F. A.,
  8. H. A.,
  9. R. A.,
  10. K. A., burgerlijke partijen, eisers, allen met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen V. D. L., beklaagde, verweerster. II
  11. J. A.,
  12. F. A., burgerlijke partijen, eisers, allen met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen V. D. L., reeds vermeld, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Limburg, afdeling Tongeren, van 20 november 2024, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 28 februari
  13. De eisers I.1 tot en met I.10 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers II.1 en II.2 voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eisers I.1-10 en II.1-2
  14. Het middel voert schending aan van artikel 2.1 EVRM en de artikelen 3bis en 4 Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering: de appelrechters wijzen de vorderingen van de eisers tot het betalen van een vergoeding voor morele schade ten onrechte af als ongegrond omdat er geen “bloedband” of een “bijzondere, specifiek affectieve band” met de overleden M.A. wordt bewezen; dit terwijl de vorderingen van de burgerlijke partijen R.A. en F.M. wel gegrond werden verklaard en ook zij geen dergelijk, specifiek bewijs voorlegden; de appelrechters hadden hierover bijkomend onderzoek moeten bevelen, het debat moeten heropenen of minstens de burgerlijke belangen moeten aanhouden; de eisers legden in eerste aanleg een nota burgerlijkepartijstelling neer waarin telkens hun hoedanigheid als broer, zus, schoonbroer of schoonzus werd vermeld; deze hoedanigheid werd ook vermeld in de appelconclusies; de eisers wonen allen in België en ook de overleden M.A. woonde in België; het bewijs dat de eisers broer, zus, schoonbroer of schoonzus zijn, berust dan ook bij de overheid die via de registers van de burgerlijke stand over deze informatie beschikt.
  15. Volgens artikel 870 Gerechtelijk Wetboek moet, onverminderd artikel 8.4, vijfde lid, Burgerlijk Wetboek, iedere partij het bewijs leveren van de feiten die zij aanvoert.
  16. Volgens artikel 8.4, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet hij die meent een ander in rechte te kunnen aanspreken, de rechtshandelingen of feiten bewijzen die daaraan ten grondslag liggen.
  17. Volgens artikel 8.4, vierde lid, Burgerlijk Wetboek wordt, in geval van twijfel, hij die de door hem beweerde rechtshandelingen of feiten moet bewijzen, in het ongelijk gesteld, tenzij de wet anders bepaalt.
  18. De strafrechter die uitspraak moet doen over de burgerlijke vordering past deze bepalingen uit het Gerechtelijk Wetboek en het Burgerlijk Wetboek betreffende de bewijslast in de regel toe voor wat betreft het bewijs van de schade.
  19. Uit deze bepalingen volgt dat de burgerlijke partij die vergoeding voor morele schade vordert op grond van een bloed- of aanverwantschap of een affectieve band met een overleden slachtoffer, wanneer die verwantschap of band door de beklaagde wordt betwist, daarvan het bewijs moet leveren. In geval van twijfel over die verwantschap of band wordt de burgerlijke partij in de regel in het ongelijk gesteld.
  20. Artikel 2.1, eerste lid, EVRM bepaalt dat het recht van eenieder op het leven wordt beschermd door de wet.
  21. Volgens artikel 3bis, eerste lid, eerste zin, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering dienen slachtoffers van misdrijven en hun verwanten zorgvuldig en correct te worden bejegend, in het bijzonder door terbeschikkingstelling van de nodige informatie en, in voorkomend geval, het bewerkstelligen van contact met de gespecialiseerde diensten en met name met de justitie-assistenten.
  22. Volgens artikel 4, tweede lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering worden bij de uitspraak over de strafvordering de burgerlijke belangen ambtshalve aangehouden, zelfs bij ontstentenis van burgerlijkepartijstelling, indien de zaak wat die belangen betreft niet in staat van wijzen is.
  23. Uit deze bepalingen volgt geen verplichting voor “de overheid” om het bewijs van een bloed- of aanverwantschap van de burgerlijke partij met een overleden slachtoffer aan te leveren.
  24. Geen van deze bepalingen verplichten de rechter ook, wanneer hij vaststelt dat een burgerlijke partij die schadevergoeding vordert op grond van een bloed- of aanverwantschap of een affectieve band met een overleden slachtoffer en daarvan niet het bewijs levert, hoewel deze verwantschap of band reeds in eerste aanleg door de beklaagde werd betwist, om hierover bijkomend onderzoek te bevelen en het debat te heropenen, vooraleer deze vordering af te wijzen of om de burgerlijke belangen op dit gebied aan te houden. Dat de rechter ten aanzien van bepaalde burgerlijke partijen een verwantschap of een affectieve band bewezen acht en ten aanzien van andere burgerlijke partijen niet, doet hieraan geen afbreuk.
  25. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  26. De appelrechters wijzen de burgerlijke vorderingen tot het betalen van een vergoeding voor de morele schade van de eisers I.1-10 en II.1-2 af als ongegrond omdat zij niet hun respectieve “bloedband” of “bijzondere, specifieke affectieve band” met de overleden M.A. bewijzen, hoewel door de verweerster reeds in eerste aanleg werd opgeworpen dat daarvan geen bewijs werd bijgebracht. Deze beslissingen zijn naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers I.1-10 en II.1-2 tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 214,71 euro, waarvan de eisers I 72,35 euro zijn verschuldigd en de eisers II 72,36 euro zijn verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 22 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250422.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.