← België

H. contra Vlaamse Gewest

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 3

.17.0.0.2 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse

Art. 3

.17.0.0.2 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Fiches 3 - 4 Uit de tekst van artikel 2.8.4.1.1, § 1 VCF en in het bijzonder de tabellen met progressieve tarieven opgenomen in deze bepaling blijkt voldoende duidelijk de doelstelling van dit artikel om in progressieve tarieven voor de schenking van onroerende goederen te voorzien. Thesaurus CAS: BELASTING Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse

Art. 2

.8.4.1.1, § 1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse

Art. 2.8.4.1.1, § 1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr.

F.23.0067.N

  1. D.H.,
  2. V.H., eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 7, 7de verdieping, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 oktober
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 24 februari 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. Krachtens artikel 3.17.0.0.2, eerste lid, Vlaamse Codex Fiscaliteit kan aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik. Krachtens artikel 3.17.0.0.2, tweede lid, Vlaamse Codex Fiscaliteit is er sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt: 1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; 2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
  5. Een “geheel van rechtshandelingen” in de zin van deze bepaling veronderstelt dat er eenheid van bedoeling bestaat tussen de verschillende rechtshandelingen, die van meet af aan zijn opgevat als behorend tot een ondeelbare keten. De eenheid van bedoeling die nodig is om van een geheel van rechtshandelingen te kunnen spreken, vereist niet dat de belastingplichtige formeel deelneemt aan alle rechtshandelingen.
  6. Het onderdeel, dat ervan uitgaat dat er maar sprake kan zijn van fiscaal misbruik in de zin van artikel 3.17.0.0.2 Vlaamse Codex Fiscaliteit wanneer de belastingplichtige effectief alle onderscheiden rechtshandelingen zelf heeft gesteld, berust op een andere rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht. Tweede onderdeel
  7. Krachtens artikel 3.17.0.0.2, tweede lid, Vlaamse Codex Fiscaliteit is er sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt: 1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; 2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
  8. Om de strijdigheid van de verrichting met de doelstellingen van de betrokken fiscale bepaling te kunnen vaststellen, dient de belastingadministratie eerst die doelstellingen te identificeren. De doelstellingen van de betrokken fiscale bepaling moeten op voldoende duidelijke wijze blijken uit de tekst en, in voorkomend geval, uit de parlementaire voorbereiding van de van toepassing zijnde wetsbepaling. Vervolgens dient de belastingadministratie aan te tonen dat de betwiste verrichting de geïdentificeerde doelstellingen klaarblijkelijk frustreert.
  9. Krachtens artikel 2.8.4.1.1, § 1, Vlaamse Codex Fiscaliteit wordt de schenkbelasting voor de schenkingen van onroerende goederen berekend volgens de progressieve tarieven, vermeld in de tabellen opgenomen in deze bepaling.
  10. Uit deze wettekst en in het bijzonder de voormelde tabellen blijkt voldoende duidelijk de doelstelling van dit artikel om in progressieve tarieven voor de schenking van onroerende goederen te voorzien.
  11. Het onderdeel, dat aanvoert dat uit geen enkele van de door de appelrechter aangehaalde artikelen noch uit hun parlementaire voorbereiding blijkt dat de doelstelling bestaat in de progressiviteit van de schenkbelasting voor onroerende goederen, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 719,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 25 april 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250425.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.