← België

V. contra SMEETS ZONEN nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 162bis

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1022, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 2, eerste en tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Tarief Rechtsplegingsvergoeding - In geld waardeerbare vordering - In aanmerking te nemen bedrag - Rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep - Betaling door de beklaagde van een deel van de door de burgerlijke partij gevorderde schadevergoeding - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162bis

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1022, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 2, eerste en tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Burgerlijke rechtsvordering (bijzondere regels) Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Tarief Rechtsplegingsvergoeding - In geld waardeerbare vordering - In aanmerking te nemen bedrag - Rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep - Betaling door de beklaagde van een deel van de door de burgerlijke partij gevorderde schadevergoeding - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162bis

, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1022, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 ... - 26-10-2007 - Art. 2, eerste en tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0150.N A. V.R., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Van Overbeke, advocaat bij de balie Limburg, tegen SMEETS & ZONEN nv, met zetel te 3960 Bree, Industrieterrein Kanaal-Noord 1157, ON 0415.896.804, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 162bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 1 en 2 Tarief Rechtsplegingsvergoeding: het arrest veroordeelt de eiser tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure in hoger beroep van 3.000,00 euro, zonder evenwel rekening te houden met het gegeven dat aan de eiser reeds een bedrag van 33.000,00 euro was betaald, zodat in hoger beroep de vordering slechts betrekking had op 1.750,00 euro in hoofdsom, te vermeerderen met de interesten; de beoordeling tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding van 3.000,00 euro voor de appelprocedure is dan ook niet naar recht verantwoord.
  3. Volgens artikel 162bis, eerste lid, Wetboek van Strafvordering veroordeelt ieder tegen een beklaagde uitgesproken vonnis hem tot het betalen van een door artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsplegingsvergoeding aan de burgerlijke partij.
  4. Volgens artikel 1022, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek stelt de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit de basis-, minimum- en maximumbedragen vast van de rechtsplegingsvergoeding.
  5. Artikel 2, eerste lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding legt voor in geld waardeerbare vorderingen de basis-, minimum- en maximumbedragen vast.
  6. Volgens artikel 2, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding moet voor een in geld waardeerbare vordering het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding in beginsel worden bepaald op het bedrag van de vordering zoals vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 Gerechtelijk Wetboek, waarbij het in aanmerking te nemen bedrag dit is van de vordering in de inleidende akte of in de laatste conclusie.
  7. De rechtsplegingsvergoeding moet in hoger beroep voor een in geld waardeerbare vordering worden bepaald op de waarde of de geldelijke inzet van het hoger beroep, zoals die blijkt uit de beroepsakte of de laatste appelconclusie.
  8. De loutere omstandigheid dat de beklaagde na een laatste appelconclusie een deel van de door de burgerlijke partij gevorderde schadevergoeding heeft voldaan, verplicht het appelgerecht niet daarmee bij de berekening van het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding rekening te houden. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  9. De verweerster heeft in haar enige appelconclusie de veroordeling gevorderd van de eiser tot betaling van een schadevergoeding van 34.750,00 euro, te vermeerderen met de vergoedende interesten op 33.000,00 euro vanaf 6 april 2016 en met de vergoedende interesten op 1.750,00 euro vanaf 19 april 2016 tot de dag van algehele betaling.
  10. De eiser heeft in zijn syntheseappelconclusie gevraagd bij het bepalen van het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding rekening te houden met het gegeven dat aan de verweerster inmiddels 33.000,00 euro was overgemaakt en het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding te bepalen op het resterende bedrag. De eiser heeft niet gevraagd dat het appelgerecht op grond van artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek zou afwijken van het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding en heeft evenmin voorgehouden dat de verweerster op onrechtmatige wijze het bedrag van haar vordering heeft opgedreven teneinde een hogere rechtsplegingsvergoeding te ontvangen.
  11. Het appelgerecht dat in die omstandigheden op basis van het door de verweerster in haar appelconclusie gevorderde bedrag de eiser veroordeelt tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure in hoger beroep van 3.000,00 euro schendt niet de in het middel vermelde bepalingen, maar past die integendeel correct toe. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 123,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 29 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250429.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.