← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250429.2N.11 Rolnummer: P.24.1006.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-05-08 Raadplegingen: 436 - laatst gezien 2026-06-15 07:12 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 4 Artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet stelt onder meer diegene strafbaar die op een openbare plaats een voertuig bestuurt wanneer de speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, § 1, de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de in die bepaling vermelde stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden en die speekselanalyse mag bij toepassing van artikel 62ter, § 1, eerste lid, Wegverkeerswet slechts worden opgelegd wanneer de speekseltest, bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°, van die wet de aanwezigheid aantoont van één van die stoffen; de loutere omstandigheid dat het resultaat van de speekselanalyse die kort na een positieve speekseltest wordt opgelegd met betrekking tot de voormelde stoffen een gehalte in het organisme aantoont dat slechts in een beperkte mate de waarden overschrijdt onder welke het resultaat van de speekselanalyse volgens artikel 62ter, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet niet in aanmerking mag worden genomen, verplicht de rechter niet om aan te nemen dat de nauwkeurigheid van de kort daarvoor afgenomen speekseltest is aangetast en er bijgevolg niet mocht worden overgegaan tot een speekselanalyse en de omstandigheid dat de in die laatste bepaling vermelde gehaltes onder welke het resultaat van de speekselanalyse niet in aanmerking mag worden genomen, lager zijn dan de in artikel 61bis, § 2, 2°, tweede lid, Wegverkeerswet vermelde gehaltes onder welke het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking mag worden genomen, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37bis, § 1, 1° - Besturen van een voertuig onder invloed van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden - Uitvoering van een speekseltest - Nauwkeurigheid van de test - Invloed op de uitvoering van een speekselanalyse - Gehalte - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 61bis, § 2, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62ter, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 61 Vrije woorden: Artikel 61bis, § 2, 2° - Speekseltest - Nauwkeurigheid van de speekseltest - Invloed op de navolgende speekselanalyse - Gehalte - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 61bis, § 2, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62ter, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Vrije woorden: Artikel 62ter, § 1 - Speekselanalyse - Nauwkeurigheid van de voorafgaande speekseltest - Invloed op de navolgende speekselanalyse - Gehalte - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 61bis, § 2, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62ter, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Wegverkeerswet - Speekseltest en speekselanalyse - Nauwkeurigheid van de speekseltest - Invloed op de navolgende speekselanalyse - Gehalte - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 61bis, § 2, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62ter, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.1006.N M. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Nelson Vanlocke, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 4 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis beveelt onder meer een deskundigenonderzoek alvorens recht te doen over een eventuele beveiligingsmaatregel in de zin van artikel 42 Wegverkeerswet. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij toepassing van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 61bis, § 2, en 62ter, § 1, Wegverkeerswet: met het oordeel dat de eiser na twee achtereenvolgende positieve speekseltesten ook werd onderworpen aan een speekselanalyse die eveneens een positief resultaat opleverde voor cocaïne, verantwoorden de appelrechters niet naar recht dat de eiser zich schuldig heeft gemaakt aan het in artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf; de speekselanalyse vertoonde een resultaat van 11,5 ng/ml voor cocaïne en werd slechts zeven minuten na de speekseltest afgenomen; aldus blijkt dat de speekseltest negatief had moeten zijn, aangezien het resultaat van een speekseltest met betrekking tot cocaïne niet in aanmerking mag worden genomen bij een resultaat onder de 20 ng/ml; het resultaat van de speekselanalyse ten belope van 11,5 ng/ml, dit is slechts 1,5 nanogram boven de grenswaarde van 10 ng/ml die geldt om een speekselanalyse in aanmerking te mogen nemen, bewijst dat de speekseltest geen positief resultaat had mogen opleveren, zodat er nooit tot een speekselanalyse had mogen worden overgegaan; de appelrechters antwoorden bovendien niet op eisers appelconclusie waarin hij had aangevoerd dat uit de uiteenzetting van professor T. blijkt dat er courant fouten optreden bij speekseltesten.
  4. Artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet stelt onder meer diegene strafbaar die op een openbare plaats een voertuig bestuurt wanneer de speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, § 1, de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de in die bepaling vermelde stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden. Die speekselanalyse mag bij toepassing van artikel 62ter, § 1, eerste lid, Wegverkeerswet slechts worden opgelegd wanneer de speekseltest, bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°, van die wet de aanwezigheid aantoont van één van die stoffen.
  5. De loutere omstandigheid dat het resultaat van de speekselanalyse die kort na een positieve speekseltest wordt opgelegd met betrekking tot de voormelde stoffen een gehalte in het organisme aantoont dat slechts in een beperkte mate de waarden overschrijdt onder welke het resultaat van de speekselanalyse volgens artikel 62ter, § 1, tweede lid, Wegverkeerswet niet in aanmerking mag worden genomen, verplicht de rechter niet om aan te nemen dat de nauwkeurigheid van de kort daarvoor afgenomen speekseltest is aangetast en er bijgevolg niet mocht worden overgegaan tot een speekselanalyse. De omstandigheid dat de in die laatste bepaling vermelde gehaltes onder welke het resultaat van de speekselanalyse niet in aanmerking mag worden genomen, lager zijn dan de in artikel 61bis, § 2, 2°, tweede lid, Wegverkeerswet vermelde gehaltes onder welke het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking mag worden genomen, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Het bestreden vonnis (p. 9, eerste alinea) oordeelt dat de loutere verwijzingen naar een aantal krantenartikelen en naar een lezing van professor T. niet volstaan om de bewijswaarde van de speekselanalyse te ontkrachten. Hierdoor verwerpen en beantwoorden de appelrechters het in het middel bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel
  7. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 972bis en 973 Gerechtelijk Wetboek: door de eiser op grond van de speekselanalyse van deskundige W. schuldig te verklaren aan het in artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet bedoelde misdrijf, verantwoorden de appelrechters de veroordeling van de eiser niet naar recht; de appelrechters hebben bij tussenvonnis van 12 december 2023 deskundige W., die de eerdere speekselanalyse had uitgevoerd, aangesteld als gerechtsdeskundige met een welbepaalde opdracht, waarbij werd bepaald dat de deskundige de regels van de tegenspraak diende na te leven; deskundige W. heeft echter nooit contact opgenomen met eiser of zijn raadsman en heeft, in strijd met het tussenvonnis, ook nooit een voorverslag overgemaakt; de eiser heeft in zijn appelconclusie ook verzocht om deskundige W. bijkomend te bevragen over de zekerheidsgraad dat hij actief cocaïne zou hebben gebruikt en over de mogelijkheid van passieve blootstelling aan cocaïne; de eiser bleef op zijn honger wat betreft de toelichting van de deskundige, wiens opdracht wel degelijk op tegenspraak diende te geschieden; de rechtbank heeft het verzuim aan tegenspraak niet geremedieerd door de eiser alsnog toe te laten vragen te stellen aan de deskundige, zodat eisers recht van verdediging en het recht op wapengelijkheid werden miskend.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters een gebrek aan tegenspraak tijdens het deskundigenonderzoek of een miskenning van zijn recht van verdediging en zijn recht op wapengelijkheid heeft aangevoerd. In zoverre is het middel nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk.
  9. In zoverre het middel het oordeel van het bestreden vonnis bekritiseert waarbij wordt geweigerd om gerechtsdeskundige W. opnieuw te bevragen, komt het op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de feiten of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel eveneens niet ontvankelijk. Derde middel Eerste onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: met het oordeel dat de telastlegging bewezen is gebleven, miskennen de appelrechters de bewijskracht van het beroepen vonnis van 7 april 2023 en verantwoorden zij de schuldigverklaring van de eiser niet naar recht; de eiser werd in het beroepen vonnis immers vrijgesproken, zodat de appelrechters niet zonder miskenning van de bewijskracht van dat vonnis konden oordelen dat de telastlegging bewezen “gebleven” is.
  11. De appelrechters verklaren de eiser niet schuldig op grond van de redenen van het beroepen vonnis, dat zij hervormen, maar op grond van eigen redenen. Het onderdeel kan aldus niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: door eisers verzoek om aan deskundige W. bijkomende vragen te stellen af te wijzen als niet relevant, miskennen de appelrechters de bewijskracht van het tussenvonnis van 12 december 2023, waarbij werd bevolen dat deskundige W. de regels van de tegenspraak dient na te leven.
  13. Het onderdeel is volledig afgeleid uit de in het tweede middel vergeefs aangevoerde wetsschendingen en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 29 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250429.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.