← België

P. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025

Art. 392

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 398- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.

BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Moreel bestanddeel - Opzettelijk toebrengen van verwondingen - Oogmerk om een persoon aan te randen - Begrip - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen:

Art. 392

- 01 ELI link Pub nr 1867060850

Art. 398- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.1033.N S. P., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Philip Traest, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. H. D.S., burgerlijke partij, verweerder, met als raadsman mr. Helena Kuijl, advocaat bij de balie Gent,
  2. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, ON 0403.552.563, vrijwillig tussenkomende partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 mei
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 392, 398 en 545 Strafwetboek: met het oordeel dat de eiser, door met zijn tractor bewust achteruit te rijden in de richting van de haag, wetende dat de verweerder daarachter stond, zich schuldig heeft gemaakt aan het in de telastlegging C bedoelde misdrijf van opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen aan de verweerder en aan het in de telastlegging D.2 bedoelde opzettelijk vernielen van een afsluiting, aangezien de eiser de gevolgen van zijn daad kon voorzien en deze er op de koop toe heeft bijgenomen, verantwoorden de appelrechters de veroordeling van de eiser niet naar recht en omkleden zij hun beslissing in dit verband niet regelmatig met redenen; de in de telastleggingen C en D.2 bedoelde misdrijven vereisen opzet als moreel bestanddeel, zodat onachtzaamheid niet volstaat; de appelrechters stellen vast dat de eiser niet de bedoeling had om de verweerder te raken maar slechts om hem te doen schrikken, alsook dat hij evenmin de bedoeling had de haag daadwerkelijk te raken en te beschadigen; hoewel het niet vereist is dat het opzet betrekking heeft op de concrete gevolgen van de desbetreffende strafbare gedragingen, vereist het voor de bewezenverklaring van die gedragingen noodzakelijke opzet dat de wil van de dader gericht is op het stellen van de verboden gedraging, dit is het realiseren van de schadelijke gevolgen, met name de aantasting van iemands integriteit door het toebrengen van verwondingen, respectievelijk het beschadigen van een afsluiting; de appelrechters baseren eisers schuld echter louter op het bewuste karakter van de door hem uitgevoerde rijbeweging; hieruit konden de appelrechters ook niet naar recht een onrechtstreeks opzet afleiden, met name dat de eiser de gevolgen van zijn daad kon voorzien en deze er op de koop toe heeft bijgenomen; uit de loutere overweging dat de eiser niet anders kon dan weten dat er een risico bestaat op het raken van de haag en of de persoon die erachter staat, konden de appelrechters niet afleiden dat de eiser zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen; minstens laten de redenen van het arrest niet toe om de wettigheid van de beslissing te toetsen.
  5. De appelrechters oordelen niet dat: - de eiser niet de bedoeling had om de verweerder te raken maar slechts om hem te doen schrikken; - eisers schuld blijkt uit het loutere feit van het bewuste karakter van de door hem uitgevoerde rijbeweging; - de eiser evenmin de bedoeling had de haag daadwerkelijk te raken en te beschadigen. Het arrest (p. 20-21) oordeelt daarentegen wel dat de omstandigheid dat de eiser niet de bedoeling “zou hebben gehad” om de verweerder te raken geen afbreuk doet aan het feit dat hij bewust zijn maneuver uitvoerde en hierbij niet alleen bewust de fysieke integriteit van de verweerder in het gedrang bracht maar tevens “de gevolgen van zijn daad kon voorzien en er op de koop toe heeft bijgenomen”, alsook dat de eiser opzettelijk tegen de haag reed. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  6. Volgens artikel 392 Strafwetboek wordt onder meer het toebrengen van letsel met het oogmerk om een bepaald persoon aan te randen, opzettelijk genoemd. Dit oogmerk is aanwezig indien de dader het voornemen heeft om met kennis van zaken het door de wet strafbaar gestelde gedrag aan te nemen, dit is zowel wanneer hij het toebrengen van verwondingen bij het slachtoffer heeft beoogd, als wanneer hij dit bewust heeft aanvaard als een gevolg dat zich binnen het normaal te verwachten verloop van de gebeurtenissen zal voordoen of zou kunnen voordoen.
  7. De rechter die oordeelt dat de dader een handeling heeft gesteld waarbij hij bewust de fysieke integriteit van het slachtoffer in gevaar heeft gebracht en de gevolgen van zijn handeling kon voorzien en heeft aanvaard, stelt hierdoor wettig vast dat het opzet van de dader betrekking heeft op het toebrengen van slagen en verwondingen.
  8. Het in artikel 545 Strafwetboek omschreven misdrijf van vernieling van afsluitingen vereist een algemeen opzet, dit is het voornemen om met kennis van zaken een handeling te stellen die gericht is op de in die bepaling bedoelde vernieling of het bewust aanvaarden dat deze zich binnen het normaal te verwachten verloop van de gebeurtenissen zal voordoen of zou kunnen voordoen.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Het arrest (p. 10, 20 en 21) oordeelt als volgt: - de verweerder verklaarde op 25 april 2020, samengevat, dat hij rond 18.00 uur in zijn tuin aan het werken was. In het veld achter zijn huis waren er twee tractoren en een groene opschepkraan werken aan het uitvoeren. De opschepkraan en een tractor vertrokken terwijl de andere bleef voortwerken. Op dat moment stond de verweerder aan zijn tuintafel. De bestuurder van de overgebleven tractor stapte uit en riep “smeirlap” naar hem. Hij herkende deze persoon als de eiser. De tractor reed vervolgens in de straat van zijn woning. Hij hoorde de tractor vertragen en wilde kijken wat deze deed. Daarom stapte hij op de boomstronk in zijn tuin. Hij zag plots de tractor achteruit rijden. Deze reed in zijn haag en reed hem aan. Hij viel daardoor op de grond. Hij voelde duidelijk de takken op zijn lichaam. De haag lag horizontaal. Hij sprong instinctief weg uit zelfbehoud; - het hof van beroep twijfelt niet aan de waarachtigheid van de verklaring die de verweerder op 25 april 2020 aflegde; - de verweerder vertoonde verwondingen aan zijn hand die compatibel zijn met het door hem gegeven relaas van de feiten dat hij opzij sprong toen hij de tractor zijn richting zag uitkomen, waardoor hij ten val kwam en geraakt werd door de achteruit geduwde haag; - beide partijen bevestigen dat er op 25 april 2020 een hevige woordenwisseling tussen beiden is geweest op een ogenblik dat de eiser zich in zijn tractor bevond en de verweerder in zijn tuin; - het staat vast dat de eiser op 25 april 2020 bewust achteruit reed met zijn landbouwvoertuig in de richting van de haag, wetende dat de verweerder daarachter stond, waarbij hij minstens bewust de bedoeling had om deze af te schrikken. Dat hij niet de bedoeling zou hebben gehad om de verweerder te raken, doet geen afbreuk aan het feit dat hij bewust zijn maneuver uitvoerde en hierbij niet alleen bewust de fysieke integriteit van de verweerder in het gedrang bracht maar tevens de gevolgen van zijn daad kon voorzien en er op de koop toe heeft bijgenomen. Als bestuurder van een tractor waaraan werktuigen waren bevestigd en die zijn tractor achteruit stuurde in de richting van waar een onbeschermd persoon stond, kan hij niet anders dan weten dat er risico bestaat op het raken van de haag en of de persoon die achter de haag staat, minstens dat dit een onvoorziene reactie bij deze persoon zal teweegbrengen waardoor diens fysieke integriteit in het gedrang komt; - de eiser reed opzettelijk tegen de haag omdat de verweerder erachter stond, waardoor de haag achteruit werd geduwd. De aard en omvang van de toegebrachte schade heeft ongetwijfeld de gedeeltelijke vernieling van de haag tot gevolg gehad, aangezien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat wortels daardoor werden afgerukt. Deze haag deed dienst als afsluiting van de tuin van de verweerder. Met die redenen, die het Hof toelaten zijn wettigheidscontrole uit te oefenen, verantwoorden de appelrechters naar recht dat de eiser zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk toebrengen van verwondingen aan de verweerder en aan het opzettelijk vernielen van de haag. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 140,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 29 april 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250429.2N.27 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250924.2F.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181002.9 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191002.8 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191106.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.