← België

T. contra FEKA NV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250502.1N.4 Rolnummer: C.24.0131.N Zaak: T. contra FEKA NV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Unierecht - Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2025-05-20 Raadplegingen: 930 - laatst gezien 2026-06-18 16:14 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250502.1N.4 Fiche 1 Uit de primauteit van het Unierecht volgt dat de nationale rechter voorrang moet geven aan de bepaling van een richtlijn boven een daarmee strijdige bepaling van nationaal recht en dat hij deze laatste bepaling buiten toepassing moet laten

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Primauteit van het Unierecht - Gevolg Fiche 2 Het Unierecht omvat onder meer het recht op een doeltreffende rechtsbescherming, terwijl remedies niet alleen doeltreffend maar ook evenredig en afschrikkend moeten zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Recht op een doeltreffende rechtsbescherming - Begrip Fiche 3 De nationale rechter moet het nationale recht in overeenstemming met het Unierecht en zo richtlijnconform mogelijk uitleggen en zodoende, in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn, het beoogde resultaat ervan nastreven
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Richtlijnconforme uitlegging - Begrip Fiches 4 - 5 Daar waar de Europese richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende de oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, omgezet in het interne Belgische recht in de artikelen VI.82 en volgende WER, aan de lidstaten procesautonomie laat, oordeelt het Hof van Justitie in vaste rechtspraak dat de nationale procedurebepalingen moeten beantwoorden aan onder meer het doeltreffendheidsbeginsel
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: Richtlijn 93/13/EEG - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Procesautonomie van de lidstaten - Grenzen Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. VI.82 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Vrije woorden: Richtlijn 93/13/EEG - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Procesautonomie van de lidstaten - Grenzen Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. VI.82 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiches 6 - 7 Wanneer beschermingsbepalingen de consument het recht verlenen om zich tot een rechter te wenden teneinde het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren, mogen nationale procedurebepalingen omtrent de gedingkosten de consument niet tegenhouden of ontmoedigen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Recht van de consument om zich tot een rechter te wenden teneinde het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren - Nationale bepalingen omtrent gedingkosten - Invloed Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Vrije woorden: Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Recht van de consument om zich tot een rechter te wenden teneinde het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren - Nationale bepalingen omtrent gedingkosten - Invloed Fiches 8 - 9 Een consument die het oneerlijke karakter van een contractueel beding heeft laten vaststellen en dit beding buiten toepassing heeft laten verklaren maar slechts gedeeltelijke terugbetaling van op basis van dat beding betaalde bedragen verkrijgt, kan worden tegengehouden of ontmoedigd, wanneer hij een deel van de gedingkosten moet dragen, terwijl hij zijn recht op terugbetaling te goeder trouw en zonder procesrechtsmisbruik uitoefende
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Consument die het oneerlijke karakter van een contractueel beding heeft laten vaststellen en dit beding buiten toepassing heeft laten verklaren - Gedeeltelijke terugbetaling aan de consument van de op basis van het oneerlijk beding betaalde bedragen - Deel van de gedingkosten ten laste van de consument - Gevolg Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Vrije woorden: Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Consument die het oneerlijke karakter van een contractueel beding heeft laten vaststellen en dit beding buiten toepassing heeft laten verklaren - Gedeeltelijke terugbetaling aan de consument van de op basis van het oneerlijk beding betaalde bedragen - Deel van de gedingkosten ten laste van de consument - Gevolg Fiche 10 Een richtlijnconforme uitlegging van artikel 1017, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, in een context van consumentenbescherming en meer bepaald een procedure teneinde het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren, brengt mee dat de nationale rechter, die de partijen wederzijds gelijk en ongelijk geeft, bij de beoordeling van de gedingkosten moet nagaan of deze kosten aan de zijde van de consument hem niet zouden hebben tegengehouden of ontmoedigd; zo moet de rechter nagaan of de gedingkosten aan de zijde van de consument redelijkerwijze in verhouding staan tot zijn gedeeltelijke gelijk, met dien verstande dat de uiteindelijke kostenveroordeling van de consument niet dermate hoog mag zijn dat ze hem zou hebben tegengehouden of ontmoedigd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Richtlijn 93/13/EEG - Richtlijnconforme interpretatie - Procedure om het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren - Partijen die wederzijds gelijk en ongelijk krijgen - Taak van de rechter bij de verdeling van de gedingkosten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1017, vierde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. C.24.0131.N
  1. E.T.,
  2. E.B., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen FEKA nv, met zetel te 2060 Antwerpen, Van Aerdtstraat 33, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0422.785.
  3. verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, van 2 oktober 2023, gewezen op verwijzing na arrest van het Hof van 9 oktober
  4. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 12 maart 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Uit de primauteit van het Unierecht volgt dat de nationale rechter voorrang moet geven aan de bepaling van een richtlijn boven een daarmee strijdige bepaling van nationaal recht en dat hij deze laatste bepaling buiten toepassing moet laten. Het Unierecht omvat onder meer het recht op een doeltreffende rechtsbescherming, terwijl remedies niet alleen doeltreffend maar ook evenredig en afschrikkend moeten zijn. Verder moet de nationale rechter het nationale recht in overeenstemming met het Unierecht en zo richtlijnconform mogelijk uitleggen en zodoende, in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn, het beoogde resultaat ervan nastreven.
  6. Daar waar de Europese richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende de oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, omgezet in het interne Belgische recht in de artikelen VI.82 en volgende WER, aan de lidstaten procesautonomie laat, oordeelt het Hof van Justitie in vaste rechtspraak dat de nationale procedurebepalingen moeten beantwoorden aan onder meer het doeltreffendheidsbeginsel (HvJ 16 juli 2020, Caixabank en Banco Bilbao Vizcaya Argentinaria, C-224/19-C259/19; HvJ 10 juni 2021, BNP Parisbas Personal Finance, C-776/19-C-782/19; HvJ 13 juli 2023, Cajasur Banco SA t/ JO en IM, C-35/22). De nationale procedurebepalingen mogen de bedoelde consumentenbescherming niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (HvJ 10 juni 2021, BNP Parisbas Personal Finance, C-776/19-C-782/19). Wanneer beschermingsbepalingen de consument het recht verlenen om zich tot een rechter te wenden teneinde het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren, mogen nationale procedurebepalingen omtrent de gedingkosten de consument niet tegenhouden of ontmoedigen (HvJ 13 september 2018, Profi Credit Polska, C-176/17; HvJ 3 april 2019, Aqua Med, C-266/18; HvJ 16 juli 2020, Caixabank en Banco Bilbao Vizcaya Argentinaria, C-224/19-C259/19; HvJ 7 april 2022, EI en TP t/ Caisabank SA, C-385/20; HvJ 22 september 2022, Vicente t/ Delia, C-335/21; HvJ 13 juli 2023, Cajasur Banco SA t/ JO en IM, C-35/22; HvJ 21 maart 2024, SRG t/ Profi Credit Bulgaria EOOD, C-714/22). Zo oordeelde het Hof van Justitie in het arrest van 21 maart 2024, SRG t/ Profi Credit Bulgaria EOOD, C-714/22, dat de bepalingen van voormelde richtlijn gelezen in het licht van het doeltreffendheidsbeginsel aldus moeten worden uitgelegd dat “zij zich verzetten tegen een nationale regeling op grond waarvan een consument kan worden verplicht een deel van de proceskosten te dragen wanneer, na de nietigverklaring van een contractueel beding wegens het oneerlijke karakter ervan, de vordering van de consument tot terugbetaling van de krachtens dat beding onverschuldigd betaalde bedragen slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, omdat het in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk is om de omvang te bepalen van het recht van die consument op terugbetaling van die bedragen”. In r.o. 87 van het arrest oordeelt het Hof van Justitie dat “niet kan worden uitgesloten dat een consument een deel van de kosten moet dragen die hij heeft gemaakt om een vordering tot vaststelling van de oneerlijkheid van een contractueel beding in te stellen, wanneer na de nietigverklaring van dat beding zijn vordering tot terugbetaling van de bedragen die hij op grond van dat beding onverschuldigd heeft betaald, gedeeltelijk wordt toegewezen, met name wanneer deze consument zijn recht op terugbetaling te kwader trouw uitoefent”. Uit deze rechtspraak volgt dat een consument die het oneerlijke karakter van een contractueel beding heeft laten vaststellen en dit beding buiten toepassing heeft laten verklaren maar slechts gedeeltelijke terugbetaling van op basis van dat beding betaalde bedragen verkrijgt, kan worden tegengehouden of ontmoedigd, wanneer hij een deel van de gedingkosten moet dragen, terwijl hij zijn recht op terugbetaling te goeder trouw en zonder procesrechtsmisbruik uitoefende.
  7. Artikel 1017, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de kosten kunnen worden omgeslagen “zoals de rechter het raadzaam oordeelt” onder meer “wanneer de partijen onderscheidenlijk omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld”. Een richtlijnconforme uitlegging van deze bepaling, in een context van consumentenbescherming en meer bepaald een procedure teneinde het oneerlijke karakter van een contractueel beding te laten vaststellen en dit beding buiten toepassing te laten verklaren, brengt mee dat de nationale rechter, die de partijen wederzijds gelijk en ongelijk geeft, bij de beoordeling van de gedingkosten moet nagaan of deze kosten aan de zijde van de consument hem niet zouden hebben tegengehouden of ontmoedigd. Zo moet de rechter nagaan of de gedingkosten aan de zijde van de consument redelijkerwijze in verhouding staan tot zijn gedeeltelijke gelijk, met dien verstande dat de uiteindelijke kostenveroordeling van de consument niet dermate hoog mag zijn dat ze hem zou hebben tegengehouden of ontmoedigd.
  8. De appelrechter die, gelet op het wederzijdse gelijk en ongelijk van de partijen in het raam van onderhavige procedure in een context van consumentenbescherming, de gedingkosten bij helften verdeelt en de rechtsplegingsvergoeding omslaat, zonder na te gaan of de kosten aan de zijde van de consument hem niet zouden hebben tegengehouden of ontmoedigd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit uitspraak doet over de gedingkosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 2 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250502.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250502.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.