id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250506.2N.10 Rolnummer: P.25.0549.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-05-27 Raadplegingen: 332 - laatst gezien 2026-06-15 04:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit artikel 49, § 1, Wet Strafuitvoering volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht slechts kan toekennen nadat de veroordeelde daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend; geen enkele bepaling van de Wet Strafuitvoering noch enig andere wettelijke bepaling verzet zich ertegen dat de veroordeelde afstand doet van dat verzoek. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 49, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0549.N G. A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 31 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 2 en 820 Gerechtelijk Wetboek: het vonnis doet geen uitspraak over het door de raadsman van de eiser op de rechtszitting van 18 maart 2025 geformuleerde verzoek om de afstand van het verzoek om elektronisch toezicht vast te stellen; geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat een veroordeelde afstand doet van zijn schriftelijk verzoek om een strafuitvoeringsmodaliteit; het vonnis werd ten onrechte uitgesproken aangezien eisers verzoek zonder voorwerp is geworden door de afstand; het vonnis had de afstand moeten vaststellen en kon zich niet uitspreken over de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit en evenmin een nieuwe datum bepalen voor het indienen van een nieuw verzoek.
- Uit artikel 49, § 1, Wet Strafuitvoering volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht slechts kan toekennen nadat de veroordeelde daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend. Geen enkele bepaling van de Wet Strafuitvoering noch enig andere wettelijke bepaling verzet zich ertegen dat de veroordeelde afstand doet van dat verzoek.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 18 maart 2025 blijkt dat de raadsman namens de eiser in eerste instantie om een uitstel van behandeling van de zaak heeft verzocht, vervolgens indien de rechtbank de zaak in beraad zou nemen afstand heeft gedaan van het verzoek om de toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht en ten slotte in ondergeschikte orde om de toekenning van het elektronisch toezicht heeft verzocht.
- De strafuitvoeringsrechtbank heeft de zaak in beraad genomen en beslist tot de afwijzing van het verzoek om elektronisch toezicht met bepaling van een datum voor een nieuw verzoek. De rechtbank heeft evenwel geen uitspraak gedaan over de vraag om de afstand van het verzoek om elektronisch toezicht vast te stellen. Bijgevolg is de beslissing betreffende de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 6 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250506.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div