← België

Y. contra F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250506.2N.17 Rolnummer: P.25.0337.N Zaak: Y. contra F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-05-27 Raadplegingen: 323 - laatst gezien 2026-06-15 04:00 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Het enkele gegeven dat de rechter slechts een bepaald fragment of citaat uit een geschrift vermeldt om zijn oordeel te staven, levert als dusdanig geen miskenning van de bewijskracht van dit geschrift op. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht Wettelijke bepalingen: Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.17 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Burgerlijk Wetboek - Boek 8: Bewijs - 13-04-2019 - Art. 8.18 - 29 ELI link Pub nr 2019A12168 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0337.N

  1. R. Y., burgerlijke partij,
  2. I. D. M., burgerlijke partij, eisers, beiden met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen D. F., inverdenkinggestelde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 februari
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee gelijkluidende middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; het verwijst enerzijds naar de belastende elementen in de verklaring van J. waarbij niet wordt gesteld dat deze verklaringen “beweerd” zijn; het oordeelt anderzijds dat de “beweerde” verklaringen van J. niet afdoende kunnen worden geobjectiveerd, waarbij er wordt vanuit gegaan dat de verklaringen slechts “beweerd” zijn.
  5. Uit het geheel van de redenen die het arrest bevat, volgt dat de appelrechters vaststellen dat J. door de politie niet werd verhoord, maar dat de gezegdes die aan haar worden toegeschreven zijn gebaseerd op verklaringen of verslagen van derden. Aldus neemt het arrest aan dat alle verklaringen van J. “beweerd” zijn. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters miskennen de bewijskracht van de verklaring van de kinderpsychotherapeut B.; zij betrekken deze verklaring in hun besluitvorming maar laten er iets uit weg, namelijk dat B. zijn verklaring aanvat met de mededeling dat hij zijn belangrijkste bezorgdheden en vaststellingen reeds aan het parket heeft doorgegeven, dat de consultaties zijn blijven doorgaan, dat er initieel duidelijk traumaverwerking was en dat J. menigmaal via een poppenspel haar emotionele kern heeft getoond.
  7. De rechter miskent de bewijskracht van een akte indien hij van een geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, met andere woorden indien hij het geschrift doet liegen.
  8. Het enkele gegeven dat de rechter slechts een bepaald fragment of citaat uit een geschrift vermeldt om zijn oordeel te staven, levert als dusdanig geen miskenning van de bewijskracht van dit geschrift op. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  9. Het arrest verwijst op twee plaatsen (p. 14 en 16) naar het verslag van kinderpsychotherapeut B. Met de volgende weergave van dit verslag “In zijn (summier) verslag stelt de heer B. dat J. spontane onthullingen deed die ernstige signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag betreffen. Hij laat weten dat het goed gaat met J. en raadt een audiovisueel verhoor en contact met [de verweerder] af omdat dit wonden zou openrijten.” en met het volgende citaat uit het verslag betreffende de spontane onthullingen van J. “D. moet naar de gevangenis omdat hij mij Thimi aanraakt met zijn vingers en mond, kusjes geven en hij gaat in gaatje in mijn poep” en het daarop gesteunde oordeel dat de analyse van het dossier maakt dat niet uit te sluiten valt dat de belastende elementen in de verklaringen van J. tegenover derden (therapeuten) gecontamineerd of beïnvloed of rechtstreeks of onrechtstreeks zijn geïnduceerd door derden, geeft het arrest van dit verslag een uitlegging die niet onverenigbaar is met de bewoordingen ervan. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 110,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 6 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250506.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.