id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.2 Rolnummer: F.23.0074.N Zaak: F. contra Vlaamse Gewest Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-06-12 Raadplegingen: 440 - laatst gezien 2026-06-16 04:23 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Uit de samenhang van de artikelen 2.2.2.0.1, § 1, en 2.2.2.0.1, § 2, eerste lid, eerste zin, Vlaamse Codex Fiscaliteit volgt dat, wanneer een voertuig vermeld in artikel 2.2.1.0.1 werd ingeschreven in het repertorium van het directoraat-generaal mobiliteit en verkeersveiligheid, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld staat, moet worden beschouwd als degene die dat voertuig aanwendt voor eigen gebruik of het exploiteert in de zin van artikel 2.2.2.0.1, § 1, en derhalve belastingplichtige is; noch uit de tekst van deze wetsbepalingen en hun wetsgeschiedenis, noch uit enige andere wetsbepaling volgt dat deze regel niet geldt wanneer bij de inschrijving van een voertuig in het repertorium van het directoraat-generaal mobiliteit en verkeersveiligheid van gestolen identiteitsgegevens gebruik wordt gemaakt. Thesaurus CAS: VERKEERSBELASTING OP MOTORRIJTUIGEN (MOTORRIJTUIGENBELASTING) Vrije woorden: Inschrijvingsbewijs - Gestolen identiteitsgegevens - Belastingplichtige - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.2.2.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0074.N C.F., eiseres, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beslissing van 11 mei 2023 (G.23.0067.N), met als raadsman mr. Piet Tulkens, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Nerviërsstraat 23/5, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II laan 7, 7de verdieping, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 6 maart 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 2.2.2.0.1, § 1, Vlaamse Codex Fiscaliteit is de belastingplichtige degene die een of meer van de voertuigen, vermeld in artikel 2.2.1.0.1, aanwendt voor eigen gebruik of ze exploiteert, hetzij als ze zijn eigendom of persoonlijk bezit zijn, hetzij als hij er bestendig of gewoonlijk over beschikt door huur of andere overeenkomst. Krachtens artikel 2.2.2.0.1, § 2, eerste lid, eerste zin, Vlaamse Codex Fiscaliteit, ontstaat de belasting ten aanzien van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die vermeld is of vermeld moet zijn op het inschrijvingsbewijs zolang een voertuig op naam van die persoon is ingeschreven of ingeschreven moet zijn in het repertorium van het directoraat-generaal mobiliteit en verkeersveiligheid.
- Uit de samenhang van deze wetsbepalingen volgt dat, wanneer een voertuig vermeld in artikel 2.2.1.0.1 werd ingeschreven in het repertorium van het directoraat-generaal mobiliteit en verkeersveiligheid, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op het inschrijvingsbewijs vermeld staat, moet worden beschouwd als degene die dat voertuig aanwendt voor eigen gebruik of het exploiteert in de zin van artikel 2.2.2.0.1, § 1, en derhalve belastingplichtige is. Noch uit de tekst van deze wetsbepalingen en hun wetsgeschiedenis, noch uit enige andere wetsbepaling volgt dat deze regel niet geldt wanneer bij de inschrijving van een voertuig in het repertorium van het directoraat-generaal mobiliteit en verkeersveiligheid van gestolen identiteitsgegevens gebruik wordt gemaakt.
- Het middel dat geheel uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten in debet voor de eiseres op 462,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div