id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.6 Rolnummer: F.24.0007.N Zaak: D. contra HET VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-06-12 Raadplegingen: 539 - laatst gezien 2026-06-16 16:26 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.6 Fiche Afkoop van het levensverzekeringscontract in de zin van artikel 2.7.1.0.6, § 1, tweede lid, 1°, Vlaamse Codex Fiscaliteit, houdt in dat het levensverzekeringscontract is beëindigd en de begunstigde vrij kan beschikken over de opgebouwde reserves; niet vereist is dat een uitbetaling plaatsvindt van de reserves; dat de begunstigde in plaats daarvan ervoor kiest om de reserves te herbeleggen en daarbij beperkt is tot de producten die hem in het kader van een reserveoverdracht door de verzekeraar worden aangeboden, doet daaraan geen afbreuk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SUCCESSIERECHTEN Vrije woorden: Erfbelasting Vlaams Gewest - Levensverzekeringscontract - Overdracht reserves zonder uitbetaling - Afkoop - Begrip Wettelijke bepalingen: Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.7.1.0.6 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr. F.24.0007.N S.D., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering in de persoon van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 7, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 26 september
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 6 maart 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 2.7.1.0.6, § 1, eerste lid, Vlaamse Codex Fiscaliteit, worden de sommen, renten of waarden die kosteloos aan een persoon kunnen toekomen bij het overlijden van de erflater, ingevolge een contract dat een door de erflater of door een derde in het voordeel van die persoon gemaakt beding bevat, geacht als legaat te zijn verkregen door die persoon. Krachtens het derde lid van deze bepaling worden de sommen, renten of waarden geacht kosteloos te worden verkregen en geacht als legaat te zijn verkregen, als de erflater een contract had gesloten op grond waarvan er pas een uitkering kan gebeuren na het overlijden van de erflater, naar gelang van het geval: 1° door de persoon die het levensverzekeringscontract afkoopt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip van de afkoop; 2° door de persoon die de sommen, renten of waarden effectief verkrijgt na het overlijden van de erflater, op het tijdstip dat er een uitkering gebeurt.
- Afkoop van het levensverzekeringscontract in de zin van artikel 2.7.1.0.6, § 1, tweede lid, 1°, Vlaamse Codex Fiscaliteit, houdt in dat het levensverzekeringscontract is beëindigd en de begunstigde vrij kan beschikken over de opgebouwde reserves. Niet vereist is dat een uitbetaling plaatsvindt van de reserves. Dat de begunstigde in plaats daarvan ervoor kiest om de reserves te herbeleggen en daarbij beperkt is tot de producten die hem in het kader van een reserveoverdracht door de verzekeraar worden aangeboden, doet daaraan geen afbreuk. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 300,09 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250509.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250509.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div