id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.16 Rolnummer: P.25.0167.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-05-22 Raadplegingen: 580 - laatst gezien 2026-06-18 03:47 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Het overschrijden van de in het Wegverkeersreglement toegelaten maximumsnelheid, strafbaar gesteld door artikel 29, § 3, Wegverkeerswet, houdt een aflopend misdrijf in dat wordt gepleegd op elk moment waarop de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden; de rechter oordeelt in dit verband onaantastbaar of een tijdens een verplaatsing op een gegeven moment gevoerde snelheid een afzonderlijk feit inhoudt. Thesaurus CAS: MISDRIJF - SOORTEN - Aflopend. Voortgezet. Voortdurend misdrijf Vrije woorden: Artikel 29, § 3, Wegverkeerswet - Het overschrijden van de in het Wegverkeersreglement bepaalde toegelaten maximumsnelheden - Aflopend misdrijf - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 Vrije woorden: Het overschrijden van de in het Wegverkeersreglement bepaalde toegelaten maximumsnelheden - Aflopend misdrijf - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Artikel 29, § 3, Wegverkeerswet - Het overschrijden van de in het Wegverkeersreglement bepaalde toegelaten maximumsnelheden - Aflopend misdrijf - Onaantastbare beoordeling door de rechter - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0167.N G. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Nicolaas Vinckier, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. met kantoor te 8800 Roeselare, Hoogleedsesteenweg 7, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven, van 19 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 29, § 3 en 65, § 2, Wegverkeerswet en artikel 11.2.1°, a), Wegverkeersreglement, alsook miskenning van de rechtsbegrippen “voortdurend misdrijf” en “aflopend misdrijf”: de appelrechters oordelen ten onrechte dat een snelheidsovertreding een aflopend en geen voortdurend misdrijf is, zodat twee vaststellingen van dezelfde snelheidsovertreding twee afzonderlijke feiten opleveren met twee afzonderlijke strafvorderingen, terwijl er maar één voortdurend misdrijf was met een vervallen strafvordering door betaling van een onmiddellijke inning; de strafbare gedraging van de telastlegging houdt niet op zodra de maximumsnelheid is overschreden maar duurt voort zolang de niet-toegelaten snelheid wordt aangehouden; het voeren van een niet-toegelaten snelheid is dan ook een voortdurend misdrijf, dat slechts ophoudt wanneer de snelheid onder de maximumgrens wordt teruggebracht.
- Het overschrijden van de in het Wegverkeersreglement toegelaten maximumsnelheid, strafbaar gesteld door artikel 29, § 3, Wegverkeerswet, houdt een aflopend misdrijf in dat wordt gepleegd op elk moment waarop de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden. De rechter oordeelt in dit verband onaantastbaar of een tijdens een verplaatsing op een gegeven moment gevoerde snelheid een afzonderlijk feit inhoudt. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 65, § 2, Wegverkeerswet, alsook miskenning van de bewijsregels in strafzaken en van het rechtsbegrip “feitelijk vermoeden”: de appelrechters stellen niet vast dat er zeker sprake is geweest van twee aparte snelheidsovertredingen en mogen het verweer van de eiser dat de strafvordering is vervallen wegens betaling van een onmiddellijke inning daarom niet verwerpen op grond van slechts een mogelijkheid dat er sprake is van twee aparte misdrijven; om vast te stellen of een snelheidsovertreding één misdrijf, dan wel twee of meerdere aparte misdrijven behelst, moet immers als feit worden vastgesteld dat de niet-toegelaten snelheid op enig moment werd teruggebracht tot de toegelaten snelheid om deze nadien opnieuw te hebben overschreden.
- De appelrechters oordelen dat de eiser op 23 juni 2023 tweemaal werd geflitst wegens overdreven snelheid op twee verschillende plaatsen op de autosnelweg E40, namelijk ter hoogte van kilometerpaal 31,5 te Boutersem aan een gecorrigeerde snelheid van 183 km per uur, waarvoor zij de eiser tot straf veroordelen, en zeven kilometer verder ter hoogte van kilometerpaal 38,5 te Hoegaarden aan een gecorrigeerde snelheid van 154 km per uur.
- In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters niet vaststellen dat er sprake is van twee afzonderlijke snelheidsovertredingen, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de in het eerste onderdeel vergeefs aangevoerde onwettigheid. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 13 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div