id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.24 Rolnummer: P.25.0663.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-05-22 Raadplegingen: 540 - laatst gezien 2026-06-18 03:48 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 4 Artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval uit de gegevens waarover de rechter beschikt blijkt dat in België of in een andere lidstaat ten aanzien van de gezochte persoon wegens dezelfde feiten een definitief vonnis is uitgesproken, op voorwaarde dat ingeval van veroordeling de straf is ondergaan, thans ten uitvoer wordt gelegd of krachtens de wetgeving van de lidstaat niet meer kan worden ten uitvoer gelegd; het staat aan het onderzoeksgerecht onaantastbaar te oordelen of de beide veroordelingen betrekking hebben op dezelfde feiten, dit wil zeggen een geheel van onlosmakelijk met elkaar verbonden concrete omstandigheden, ongeacht de juridische kwalificatie of het beschermde rechtsbelang en bij die beoordeling speelt de kwalificatie van de feiten als dusdanig geen rol zodat het voor die beoordeling derhalve zonder belang is of ten aanzien van de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd en die in Italië is veroordeeld wegens drugmisdrijven in vereniging, de vereniging een verzwarende omstandigheid dan wel het hoofdmisdrijf uitmaakt; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Weigeringsgronden - Artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel - "Non bis in idem" - Veroordeling in de uitvoerende lidstaat of een andere lidstaat die betrekking heeft op dezelfde feiten - Begrip - Beoordeling - Kwalificatie van de feiten - Drugmisdrijven in vereniging - Vereniging als verzwarende omstandigheid dan wel als hoofdmisdrijf - Invloed - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 2° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Weigeringsgronden - Artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel - "Non bis in idem" - Veroordeling in de uitvoerende lidstaat of een andere lidstaat die betrekking heeft op dezelfde feiten - Begrip - Beoordeling - Kwalificatie van de feiten - Drugmisdrijven in vereniging - Vereniging als verzwarende omstandigheid dan wel als hoofdmisdrijf - Invloed - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 2° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Weigeringsgronden - Artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel - "Non bis in idem" - Veroordeling in de uitvoerende lidstaat of een andere lidstaat die betrekking heeft op dezelfde feiten - Begrip - Beoordeling - Kwalificatie van de feiten - Drugmisdrijven in vereniging - Vereniging als verzwarende omstandigheid dan wel als hoofdmisdrijf - Invloed - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 2° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Weigeringsgronden - Artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel - "Non bis in idem" - Veroordeling in de uitvoerende lidstaat of een andere lidstaat die betrekking heeft op dezelfde feiten - Begrip - Beoordeling - Kwalificatie van de feiten - Drugmisdrijven in vereniging - Vereniging als verzwarende omstandigheid dan wel als hoofdmisdrijf - Invloed - Toezicht door het Hof - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 4, 2° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0663.N M. C., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, eiser, met als raadsman mr. Rik Vanreusel, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Heernislaan 91, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 april 2025, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 31 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 4 Zevende Aanvullend Protocol EVRM, artikel 50 Handvest Grondrechten Europese Unie, artikel 50 Schengenuitvoeringsovereenkomst en de artikelen 4, 2° en 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel, alsook miskenning van het beginsel non bis in idem: het arrest oordeelt ten onrechte dat de feiten die ten grondslag liggen aan de veroordeling door het hof van beroep te Antwerpen van 23 oktober 2008 (hierna Antwerps arrest) niet dezelfde zijn als de feiten die ten grondslag liggen aan de veroordeling door het hof van beroep te Reggio Calabria van 28 januari 2015 (hierna Italiaans arrest); het betrof een internationaal vertakte organisatie die zich bezighield met drughandel en in- en uitvoer; het gaat om dezelfde tijdsperiode en dezelfde hoofdrolspelers; door het Antwerpse arrest werd de kwalificatie van leidend persoon van een criminele organisatie gewijzigd in deelnemer aan de beslissingen van een criminele organisatie; met het Italiaans arrest werd de eiser veroordeeld voor feiten van organisatie, oprichting, leiding, financiering en deelname in vereniging met als oogmerk de handel in verdovende middelen, met als doel de invoer, het transport, het bezit en het afstaan onder bezwarende titel aan derden van cocaïne en marihuana (deel A), alsook wegens het gezamenlijk en met meer dan vijf personen elk in de hoedanigheid en met de rollen zoals beschreven, verdovende middelen te hebben verkocht, aangeboden, te koop gesteld, afgestaan en in elk geval ontvangen, verdeeld, verhandeld, aangekocht en geleverd te hebben (deel B); het basismisdrijf is dus de deelname aan de organisatie van een vereniging die zich inlaat met drughandel; het zelfstandig misdrijf is de vereniging met als oogmerk drughandel en niet de verzwarende omstandigheid van drughandel in vereniging; de appelrechters gaan uit van een onjuiste lezing van het Italiaans arrest; hieruit volgt dat de feiten van de telastlegging II van het Antwerps arrest identiek zijn aan de feiten onder deel A van het Italiaans arrest.
- Artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval uit de gegevens waarover de rechter beschikt blijkt dat in België of in een andere lidstaat ten aanzien van de gezochte persoon wegens dezelfde feiten een definitief vonnis is uitgesproken, op voorwaarde dat ingeval van veroordeling de straf is ondergaan, thans ten uitvoer wordt gelegd of krachtens de wetgeving van de lidstaat niet meer kan worden ten uitvoer gelegd.
- Het staat aan het onderzoeksgerecht onaantastbaar te oordelen of de beide veroordelingen betrekking hebben op dezelfde feiten, dit wil zeggen een geheel van onlosmakelijk met elkaar verbonden concrete omstandigheden, ongeacht de juridische kwalificatie of het beschermde rechtsbelang.
- Bij die beoordeling speelt de kwalificatie van de feiten als dusdanig geen rol. Het is derhalve voor die beoordeling zonder belang of ten aanzien van de persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd en die in Italië is veroordeeld wegens drugmisdrijven in vereniging, de vereniging een verzwarende omstandigheid dan wel het hoofdmisdrijf uitmaakt.
- Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt.
- In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Het arrest verwerpt eisers beroep op de weigeringsgrond van artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel om volgende redenen: - de eiser werd met het Italiaans arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar wegens illegale vervaardiging, handel en bezit van verdovende of psychotrope middelen (cocaïne en marihuana) in vereniging, feiten die werden gepleegd te Calabrië, Puglia, Lombardije (Italië), België en Nederland tussen mei 2001 en oktober 2022; - uit het Italiaans arrest blijkt dat de eiser in Italië enkel werd veroordeeld wegens feiten omschreven als illegale vervaardiging, handel en bezit van verdovende of psychotrope middelen; - met het Antwerpse arrest werd de eiser veroordeeld wegens feiten omschreven als witwas en als deelnemer aan de beslissingen in het raam van een criminele organisatie; - feiten van illegale vervaardiging, handel en bezit van verdovende of psychotrope stoffen (cocaïne en marihuana) in vereniging en feiten van witwassen en criminele organisatie als deelnemer betreffen geen identieke of substantieel dezelfde feiten; - in de motivering van het Italiaans arrest wordt expliciet vermeld dat de feiten waarvoor de eiser werd veroordeeld andere feiten en telastleggingen betroffen dan de feiten waarvoor hij met het Antwerpse arrest werd veroordeeld.
- Op grond van die redenen en dit ongeacht de door de appelrechters in aanmerking genomen kwalificaties van de feiten in het Antwerps en het Italiaans arrest, kunnen de appelrechters wettig oordelen dat de feiten waarvoor een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd niet dezelfde feiten zijn als de feiten waartoe het Antwerps arrest aanleiding heeft gegeven. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: de appelrechters miskennen de bewijskracht van het Italiaans arrest; in dat arrest betreft het basismisdrijf van de telastlegging A van OCC nr. 11/03 de organisatie van een vereniging en niet, zoals de appelrechters op pagina 5 van het bestreden arrest aanhalen, de verzwarende omstandigheid van feiten van illegale vervaardiging, handel en bezit van verdovende of psychotrope stoffen, cocaïne en marihuana, in vereniging.
- Uit het antwoord op het eerste middel volgt dat zelfs al mocht het arrest met betrekking tot de precieze kwalificatie de bewijskracht van het Italiaans arrest hebben miskend, dit de beslissing over de niet-toepassing van de weigeringsgrond van artikel 4, 2°, Wet Europees Aanhoudingsbevel niet heeft beïnvloed. Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 13 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div