id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250519.3N.5 Rolnummer: S.23.0056.N Zaak: RSZ contra UNIVERSAL DISPOSABLE PRODUCTS Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2025-06-26 Raadplegingen: 553 - laatst gezien 2026-06-18 03:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 22ter, tweede lid RSZ-wet, 157 Wet Deeltijdse Arbeid en 15, eerste en tweede lid Arbeidsreglementenwet volgt dat een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters bedoeld in artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid moet worden bewaard op elke plaats waar de werknemers worden tewerkgesteld en bijgevolg ook op de plaatsen van tewerkstelling die niet de bedrijfszetel of exploitatiezetel van de werkgever zijn; uit die bepalingen volgt evenwel niet dat een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters ook moet worden bewaard buiten de plaats van tewerkstelling waar het arbeidsreglement geraadpleegd moet kunnen worden, noch dat elke plaats waar de werknemer werkend wordt aangetroffen een plaats van tewerkstelling is waar het arbeidsreglement geraadpleegd moet kunnen worden. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Sociale zekerheidsbijdragen - Deeltijdse werknemers - Vermoeden van het verrichten van voltijdse prestaties - Sociale documenten - Arbeidsovereenkomst - Uurrooster - Bewaarplaats Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 22ter, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Programmawet 22 december 1989 - 22-12-1989 - Art. 157 - 31 ELI link Pub nr 1989021231 Wet 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen - 08-04-1965 - Art. 15, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1965040816 Thesaurus CAS: ARBEID - SOCIALE DOCUMENTEN Vrije woorden: Deeltijdse werknemers - Vermoeden van het verrichten van voltijdse prestaties - Arbeidsovereenkomst - Uurrooster - Bewaarplaats Wettelijke bepalingen: Wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders - 27-06-1969 - Art. 22ter, tweede lid - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Programmawet 22 december 1989 - 22-12-1989 - Art. 157 - 31 ELI link Pub nr 1989021231 Wet 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen - 08-04-1965 - Art. 15, eerste en tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1965040816 Tekst van de beslissing Nr. S.23.0056.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, eiser, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen UNIVERSAL DISPOSABLE PRODUCTS bv, met zetel te 2018 Antwerpen, Van Leriusstraat 25, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0456.774.186, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 20 maart
- Raadsheer Bruno Lietaert heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 22ter, tweede lid, RSZ-wet worden, bij ontstentenis van openbaarmaking van de deeltijdse werkroosters bedoeld bij de artikelen 157 tot 159 Wet Deeltijdse Arbeid, de deeltijdse werknemers vermoed, behoudens bewijs van het tegendeel, hun prestaties te hebben geleverd in uitvoering van een arbeidsovereenkomst, in de hoedanigheid van voltijdse werknemer.
- Artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid bepaalt dat een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer, schriftelijk vastgesteld overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters en met de identiteit van de deeltijdse werknemer waarop deze van toepassing zijn, alsmede zijn handtekening en die van de werkgever, moet worden bewaard, hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, op de plaats waar het arbeidsreglement kan geraadpleegd worden met toepassing van artikel 15 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen.
- Overeenkomstig artikel 15, eerste lid, Arbeidsreglementenwet moet het bericht met opgave van de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, worden aangeplakt op een zichtbare en toegankelijke plaats. Krachtens artikel 15, vierde lid, Arbeidsreglementenwet moet iedere werknemer, op elk ogenblik en zonder tussenpersoon, inzage kunnen nemen van het definitieve reglement en de wijzigingen eraan, in een gemakkelijk toegankelijke plaats. Verder bepaalt het zesde lid van dit artikel dat de werkgever eveneens op iedere plaats waar hij werknemers tewerkstelt een afschrift van het arbeidsreglement moet bijhouden.
- Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters bedoeld in artikel 157 Wet Deeltijdse Arbeid moet worden bewaard op elke plaats waar de werknemers worden tewerkgesteld en bijgevolg ook op de plaatsen van tewerkstelling die niet de bedrijfszetel of exploitatiezetel van de werkgever zijn. Uit die bepalingen volgt evenwel niet dat een afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer of een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met de werkroosters ook moet worden bewaard buiten de plaats van tewerkstelling waar het arbeidsreglement geraadpleegd moet kunnen worden, noch dat elke plaats waar de werknemer werkend wordt aangetroffen een plaats van tewerkstelling is waar het arbeidsreglement geraadpleegd moet kunnen worden.
- In zoverre het middel ervan uitgaat dat elke plaats waar de werknemer werkend wordt aangetroffen een plaats van tewerkstelling is waar het arbeidsreglement krachtens artikel 15 Arbeidsreglementenwet geraadpleegd moet kunnen worden, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt in zoverre naar recht.
- De rechter oordeelt in feite of een plaats waar de werknemer werkend wordt aangetroffen kan worden aangezien als een plaats van tewerkstelling waar het arbeidsreglement geraadpleegd moet kunnen worden. Het Hof kan slechts nagaan of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
- De appelrechters stellen vast dat: - de verweerster een groothandel in de aan- en verkoop van verbruiksgoederen is; - de inspectiediensten van de eiser tijdens een controle in een supermarkt in Antwerpen op 28 april 2020 omstreeks 15u55 op de naastliggende parkeerplaats een werknemer van de verweerster aantroffen die bezig was kartonnen dozen uit een bestelwagen te laden en die in de opslagruimte van de supermarkt te plaatsen; - de werknemer van de verweerster die verklaarde 20 uren per week te werken, zijn deeltijdse arbeidsovereenkomst met het uurrooster toen niet kon voorleggen; - aan die werknemer toen werd gevraagd telefonisch contact op te nemen met de zaakvoerder van de verweerster met de vraag om de deeltijdse arbeidsovereenkomst onmiddellijk door te mailen; - de zaakvoerster op dat ogenblik niet op kantoor was en dit niet kon, maar wel onmiddellijk telefonisch contact opnam met de inspecteur en nog dezelfde avond de arbeidsovereenkomst met de weekplanning doormailde; - het niet wordt betwist dat er een schriftelijke deeltijdse arbeidsovereenkomst met vermelding van het variabel uurrooster voorhanden is; - uit het opgestelde proces-verbaal niet valt af te leiden dat de controleur aan de werknemer van de verweerster heeft gevraagd welke functie hij dagelijks uitoefende; - uit de gelijklopende verklaringen blijkt dat die werknemer geen chauffeur is die nauwelijks een band heeft met de bedrijfszetel, maar een magazijnarbeider die zijn activiteit op de zetel van de verweerster uitoefent en slechts dringende leveringen verricht bij verhindering van de zaakvoerster van de verweerster die de leveringen meestal zelf verricht; - de betrokken werknemer hier enkel een pakket afleverde aangezien de zaakvoerster van de verweerster dit die dag niet kon doen.
- Op grond van die vaststellingen konden de appelrechters wettig oordelen dat de plaats waar en het voertuig waarmee de werknemer van de verweerster aan het leveren was, niet de plaats van tewerkstelling was waar de nodige documenten moeten worden bewaard en verantwoorden zij hun beslissing dat de eiser niet slaagt in zijn bewijslast dat de deeltijdse werkroosters niet waren openbaar gemaakt zoals bedoeld bij de artikelen 157 tot 159 Wet Deeltijdse Arbeid naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 493,15 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Bruno Lietaert en in openbare rechtszitting van 19 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250519.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div