← België

B. contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250520.2N.12 Rolnummer: P.25.0278.N Zaak: B. contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2025-05-27 Raadplegingen: 591 - laatst gezien 2026-06-15 12:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 3 Uit de bepalingen van artikel 375bis, eerste en tweede lid, oud Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 7 en 45.1 Jeugdbeschermingswet volgt dat, hoewel artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek deel uitmaakt van boek I, titel IX van het oud Burgerlijk Wetboek, het in dat artikel bedoelde grootouderlijk omgangsrecht niet onder de bevoegdheid van de jeugdrechtbank valt

(1).
(1)Antwerpen 22 september 2022, RABG 2023/1–2, met noot van M. GOVAERTS, “Artikel 7 Jeugdbeschermingswet en de concurrentiële bevoegdheid van de familie– en jeugdrechtbank omtrent het treffen van maatregelen aangaande de uitoefening van het ouderlijk gezag”; F. VROMAN, ‘Commentaar bij artikel 7 Jeugdbeschermingswet', in VERSCHELDEN, G. en WUYTS, T. (eds.), Personen– en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium, 2024. Thesaurus CAS: OUDERLIJK GEZAG Vrije woorden: Omgangsrecht van de grootouders - Artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek - Afwezigheid van overeenkomst tussen de partijen - Bevoegdheid van de familierechtbank - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Jeugdbeschermingswet - Artikelen 7 en 45.1 - Maatregelen inzake het ouderlijk gezag - Bevoegdheid van de jeugdrechtbank - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Volstrekte bevoegdheid (Materiële. Persoonlijke) Vrije woorden: Jeugdrechtbank en familierechtbank - Artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek - Grootouderlijk omgangsrecht - Artikelen 7 en 45.1 Jeugdbeschermingswet - Maatregelen inzake het ouderlijk gezag - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Fiches 4 - 7 Aangezien uit de bepalingen van artikel 375bis, eerste en tweede lid, oud Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 7 en 45.1 Jeugdbeschermingswet volgt dat de grootouder die aan de jeugdrechter een contact vraagt met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd, niet de hoedanigheid heeft van een partij in de procedure voor het jeugdgerecht en op grond van artikel 55, tweede lid, Jeugdbeschermingswet enkel de partijen en hun advocaat kennis kunnen nemen van het dossier wanneer het openbaar ministerie het opleggen van een maatregel bedoeld in de artikelen 52 en 53 van die wet vordert, alsmede gedurende de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen de beschikkingen waarbij zulke maatregelen worden opgelegd, volgt hieruit dat door de weigering van inzage in het jeugdbeschermingsdossier het recht van verdediging van de grootouder niet kan worden miskend en dat deze grootouder ook op geen andere rechtsgrond in de hoedanigheid van partij in de procedure voor het jeugdgerecht kennis kan nemen van dit dossier, zodat de jeugdrechtbank niet moet antwoorden op zijn ter zake gevoerd verweer
(1).
(1)Antwerpen 22 september 2022, RABG 2023/1–2, met noot van M. GOVAERTS, “Artikel 7 Jeugdbeschermingswet en de concurrentiële bevoegdheid van de familie– en jeugdrechtbank omtrent het treffen van maatregelen aangaande de uitoefening van het ouderlijk gezag”; F. VROMAN, ‘Commentaar bij artikel 7 Jeugdbeschermingswet', in VERSCHELDEN, G. en WUYTS, T. (eds.), Personen– en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer Belgium,
  1. Thesaurus CAS: OUDERLIJK GEZAG Vrije woorden: Omgangsrecht van de grootouders - Artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek - Verzoek van een grootouder tot contact met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd - Bevoegdheid van de jeugdrechtbank - Inzage in het jeugdbeschermingsdossier - Artikelen 7, 45.1, 52, 53 en 55, tweede lid, Jeugdbeschermingswet - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 53 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 55 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Jeugdbeschermingswet - Artikelen 7 , 45.1, 52, 53 en 55, tweede lid - Omgangsrecht van de grootouders - Artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek - Verzoek van een grootouder tot contact met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd - Inzage in het jeugdbeschermingsdossier - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 53 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 55 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - ALLERLEI Vrije woorden: Jeugdzaken - Artikelen 7 , 45.1, 52, 53 en 55, tweede lid - Omgangsrecht van de grootouders - Artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek - Verzoek van een grootouder tot contact met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd - Inzage in het jeugdbeschermingsdossier - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 53 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 55 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALLERLEI Vrije woorden: Jeugdzaken - Artikelen 7 , 45.1, 52, 53 en 55, tweede lid - Omgangsrecht van de grootouders - Artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek - Verzoek van een grootouder tot contact met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd - Inzage in het jeugdbeschermingsdossier - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 375bis - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 7 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 45.1 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 53 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 55 - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0278.N V. B., grootmoeder van de minderjarige, eiseres, met als raadsman mr. Mieke Denissen, advocaat bij de balie Antwerpen, mede inzake
  2. M. B., moeder van de minderjarige,
  3. A. B., minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 30 januari
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  5. Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk. In zoverre gericht tegen die beslissing is het cassatieberoep van de eiseres niet ontvankelijk. Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 148 Grondwet: bij de behandeling van de zaak op de openbare rechtszitting van 9 januari 2025 werd de partner van de eiseres expliciet het verbod opgelegd om de rechtszitting bij te wonen; andere personen die geen procespartij waren, zoals onder meer de partner van de pleegmoeder, mochten de rechtszitting wel bijwonen.
  7. Uit het arrest, noch uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 9 januari 2025 of enig ander stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de partner van de eiseres een verbod werd opgelegd om deze rechtszitting bij te wonen. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek en artikel 7 Jeugdbeschermingswet: het arrest stelt ten onrechte dat het grootouderlijk omgangsrecht, zoals voorzien in artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek niet onder het toepassingsgebied van artikel 7 Jeugdbeschermingswet valt.
  9. Volgens artikel 375bis, eerste lid, eerste zin, oud Burgerlijk Wetboek hebben de grootouders het recht persoonlijk contact met het kind te onderhouden. Volgens artikel 375bis, tweede lid, eerste zin, oud Burgerlijk Wetboek wordt, bij gebrek aan overeenkomst tussen de partijen, over de uitoefening van dat recht in het belang van het kind op verzoek van de partijen of van de procureur des Konings beslist door de familierechtbank.
  10. Volgens artikel 7 Jeugdbeschermingswet kan de jeugdrechtbank uitspraak doen over alle maatregelen inzake het ouderlijk gezag bedoeld in boek I, titel IX van het oud Burgerlijk Wetboek, voor zover deze samenhangen met de bevolen jeugdbeschermingsmaatregelen.
  11. Volgens artikel 45.1 Jeugdbeschermingswet wordt de zaak bij de jeugdrechtbank aanhangig gemaakt ambtshalve, op vraag van het openbaar ministerie, de ouders of, in voorkomend geval, de pleegzorgers, in geval van een aangelegenheid overeenkomstig artikel 7 van die wet.
  12. Uit deze bepalingen volgt dat, hoewel artikel 375bis oud Burgerlijk Wetboek deel uitmaakt van boek I, titel IX van het oud Burgerlijk Wetboek, het in dat artikel bedoelde grootouderlijk omgangsrecht niet onder de bevoegdheid van de jeugdrechtbank valt. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsook miskenning van het recht op toegang, zoals voorzien in de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna Wet Bescherming Persoonsgegevens 2018): het is geenszins zo dat de eiseres tijdens de kabinetszitting bij de jeugdrechter op 23 februari 2024 op de hoogte werd gesteld van de inhoud van de adviezen van de sociale dienst en pleegzorg met betrekking tot haar vraag voor omgang met haar kleinkind; ook naar aanleiding van de beroepsprocedure verkreeg de eiseres geen toelating tot inzage van het jeugddossier, hoewel zij had gevraagd om minstens inzage te verkrijgen in de verslaggeving die op haarzelf betrekking had, met respect voor de anonimiteit van het pleeggezin en de belangen van de minderjarige; de eiseres kon over deze verslagen en adviezen geen enkele tegenspraak voeren, hoewel zij op de rechtszitting werd geconfronteerd met beweringen vanuit deze verslaggeving, die elke objectiviteit misten; de eiseres heeft nooit de volledige inzage in het jeugddossier gevraagd, maar enkel van de stukken die over haar gaan en op basis waarvan de beslissing tot afwijzing van haar grootouderlijk omgangsrecht is genomen.
  14. Uit het antwoord op het tweede middel volgt dat de grootouder die aan de jeugdrechter een contact vraagt met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd, niet de hoedanigheid heeft van een partij in de procedure voor het jeugdgerecht.
  15. Op grond van artikel 55, tweede lid, Jeugdbeschermingswet kunnen enkel de partijen en hun advocaat kennis nemen van het dossier wanneer het openbaar ministerie het opleggen van een maatregel bedoeld in de artikelen 52 en 53 van die wet vordert, alsmede gedurende de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen de beschikkingen waarbij zulke maatregelen worden opgelegd.
  16. Hieruit volgt dat door de weigering van inzage in het jeugdbeschermingsdossier het recht van verdediging van de grootouder niet kan worden miskend en dat deze grootouder ook op geen andere rechtsgrond in de hoedanigheid van partij in de procedure voor het jeugdgerecht kennis kan nemen van dit dossier.
  17. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Vierde middel
  18. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest antwoordt niet op het door de eiseres in appelconclusie opgeworpen middel dat zij minstens recht tot toegang tot het jeugddossier heeft vanuit de Wet Bescherming Persoonsgegevens
  19. Aangezien de grootouder die aan de jeugdrechter een contact vraagt met de minderjarige ten aanzien van wie jeugdbeschermingsmaatregelen zijn opgelegd niet de hoedanigheid heeft van een partij in de procedure voor het jeugdgerecht, moet dat ook niet antwoorden op een door die grootouder gevoerd verweer. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Vijfde middel
  20. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en de artikelen 8 en 9 IVBPR: het arrest verwerpt zonder meer en ten onrechte het verzoek van de eiseres om een persoonlijk contact met haar kleinkind, zonder een concreet en evenwichtig onderzoek te doen naar het belang van het kind bij het onderhouden met deze band en naar de proportionaliteit van de maatregel, wat ertoe leidt dat elk contact volledig wordt verhinderd; er werd geen ernstige gedraging of aantoonbaar gevaar aan de zijde van de eiseres vastgesteld dat een volledig contactverbod zou rechtvaardigen; de eiseres heeft in haar appelconclusie expliciet aangedrongen op het uitvoeren van een maatschappelijk onderzoek in haar milieu, teneinde op objectieve wijze te kunnen bepalen of er een omgangsrecht tussen haar en haar kleinkind kon worden toegestaan; ook heeft zij toegestemd om de contacten in eerste instantie te laten verlopen via een neutrale bezoekruimte; hierop werd zonder enige motivering niet ingegaan.
  21. Met de redenen die het arrest (p. 6-7) bevat, beantwoordt en verwerpt dit het door het middel bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  22. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft of komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het arrest. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  23. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 20 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250520.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.