id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:A
Art. 14
.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, g) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Zwijgrecht - Artikel 67bis, Wegverkeerswet - Vermoeden van toerekening aan de kentekenplaathouder - Geen toepassing van dit vermoeden - Feitelijke omstandigheden waarmee de rechter rekening kan houden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, g) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14 - Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Zwijgrecht - Artikel 67bis, Wegverkeerswet - Vermoeden van toerekening aan de kentekenplaathouder - Geen toepassing van dit vermoeden - Feitelijke omstandigheden waarmee de rechter rekening kan houden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3,
- g)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Vrije woorden: Artikel 14 - Artikel 14.3,
- g)- Zwijgrecht - Artikel 67bis, Wegverkeerswet - Vermoeden van toerekening aan de kentekenplaathouder - Geen toepassing van dit vermoeden - Feitelijke omstandigheden waarmee de rechter rekening kan houden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, g) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Artikel 67bis, Wegverkeerswet - Vermoeden van toerekening aan de kentekenplaathouder - Geen toepassing van dit vermoeden - Zwijgrecht - Feitelijke omstandigheden waarmee de rechter rekening kan houden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14.3, g) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Tekst van de beslissing Nr.
P.25.0288.N N. N., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 9 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 67bis Wegverkeerswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld en het zwijgrecht: het bestreden vonnis oordeelt dat het strafdossier geen elementen of stukken bevat die erop zouden kunnen wijzen dat er iemand anders dan de eiser achter het stuur zat, dat hij ook niet aangeeft wie op dat ogenblik mogelijk gebruik zou kunnen hebben gemaakt van het voertuig en dat hij de snelheidsovertreding tot aan de rechtszitting in eerste aanleg nooit heeft betwist, ondanks dat hem meerdere kansen daartoe zijn geboden; aldus verplichten de appelrechters de eiser de identiteit van de bestuurder ten tijde van de feiten mee te delen om vrijspraak te verkrijgen, terwijl artikel 67bis Wegverkeerswet een dergelijke verplichting niet oplegt na het laattijdig verzenden van het aanvankelijk proces-verbaal; bovendien keert het bestreden vonnis de bewijslast om; het openbaar ministerie moet buiten elke redelijke twijfel bewijzen dat de eiser het voertuig bestuurde; ten slotte miskent het bestreden vonnis eisers zwijgrecht door mede uit het feit dat hij de feiten nooit heeft betwist, zijn schuld aan die feiten af te leiden; aldus wordt hij verplicht mee te werken aan zijn eigen vervolging.
- De vaststelling dat artikel 67bis Wegverkeerswet betreffende het vermoeden van toerekening van daderschap aan de kentekenplaathouder niet kan worden toegepast, belet de rechter niet op basis van de feitelijke gegevens die hij vermeldt niettemin te oordelen dat de kentekenplaathouder wel degelijk de bestuurder van het voertuig was waarmee de overtreding werd begaan.
- De rechter mag alle feitelijke omstandigheden die zowel betrekking op de gedragingen van de beklaagde ten aanzien van de ten laste gelegde feiten als op de omstandigheden waarin die hebben plaatsgegrepen, in aanmerking nemen om de schuld te beoordelen.
- Het zwijgrecht, zoals gewaarborgd door artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 en 14.3.g IVBPR, houdt het recht in van iedere persoon die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd om niet tegen zichzelf te getuigen en om niet gedwongen te moeten meewerken aan zijn eigen beschuldiging. De rechter miskent evenwel dit zwijgrecht niet wanneer hij een beklaagde schuldig verklaart mede op grond van de vaststelling dat hij zijn schuld aan het hem ten laste gelegde feit in een eerdere fase van de procedure niet heeft betwist of dat hij geen geloofwaardige uitleg kan verstrekken voor bezwarende elementen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - volgens de vermelding op het aanvankelijk proces-verbaal werd een afschrift ervan met een antwoordformulier aan de eiser verzonden; - de eiser heeft een foto neergelegd van de briefomslag met poststempel waaruit blijkt dat dit proces-verbaal hem buiten de wettelijke termijn van veertien dagen werd toegezonden; - de eiser heeft niet gereageerd op die zending; - de eiser werd verschillende malen uitgenodigd voor verhoor, maar hij heeft hieraan geen gevolg gegeven; - de verbalisanten konden de eiser evenmin telefonisch bereiken; - het staat op basis van het aanvankelijk proces-verbaal vast dat er op het moment van de feiten een snelheidsinbreuk werd begaan met het voertuig ingeschreven op naam van de eiser en dit wordt ook niet betwist; - er wordt weliswaar betwist dat de eiser de gebruikelijke bestuurder van het betrokken voertuig is, maar het strafdossier bevat geen elementen of stukken die erop kunnen wijzen dat iemand anders achter het stuur zat op dat ogenblik; - de eiser geeft ook niet aan wie op dat moment mogelijk gebruik zou hebben gemaakt van zijn voertuig; - ook het gegeven dat de eiser tot aan de rechtszitting in eerste aanleg de snelheidsovertreding nooit heeft betwist, ondanks dat hem daartoe meerdere kansen zijn geboden, draagt bij tot de overtuiging dat hij wel degelijk de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. Met die redenen, die eisers zwijgrecht, het vermoeden van onschuld of de bewijslastregel dat het openbaar ministerie eisers schuld moet bewijzen niet miskennen, verantwoorden de appelrechters eisers schuldigverklaring naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 20 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250520.2N.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div