id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:A
Art. 63- 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Burgerlijke partijstelling - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Aannemelijke schade - Beroepsvereniging - Orde van Advocaten - Kosten en uitgaven door de beroepsvereniging van bewarende maatregelen strekkende tot schadebeperking - Reputatieschade - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de
Art. 63- 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijke partijstelling - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Aannemelijke schade - Beroepsvereniging - Orde van Advocaten - Kosten en uitgaven door de beroepsvereniging van bewarende maatregelen strekkende tot schadebeperking - Reputatieschade - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de
Art. 63- 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Onderzoeksgerecht - Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijke partijstelling - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Aannemelijke schade - Beroepsvereniging - Orde van Advocaten - Kosten en uitgaven door de beroepsvereniging van bewarende maatregelen strekkende tot schadebeperking - Reputatieschade - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de
Art. 63- 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Orde van Advocaten - Burgerlijke rechtsvordering - Burgerlijke partijstelling - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Aannemelijke schade - Kosten en uitgaven door de beroepsvereniging van bewarende maatregelen strekkende tot schadebeperking - Reputatieschade - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de
Art. 63- 30 ELI link Pub nr 1808111701 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art.
1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0047.N ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE RECHTBANK VAN ANTWERPEN, publiekrechtelijke beroepsvereniging met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 2000 Antwerpen, Bolivarplaats 20, bus 15, ON 0700.380.283, burgerlijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- M. G., inverdenkinggestelde,
- G. G., inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 17 december
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 63 Wetboek van Strafvordering en artikel 1382 oud Burgerlijk Wetboek: het arrest oordeelt dat de eiseres niet aannemelijk maakt rechtstreekse en persoonlijke schade te hebben geleden als gevolg van de misdrijven waarvoor de verweerder 1 naar de correctionele rechtbank werd verwezen omdat de kosten of uitgaven die de eiseres heeft gedaan om een lasthebber ad hoc aan te stellen en die zij overigens niet heeft gepreciseerd, betrekking hebben op louter bewarende maatregelen die de eiseres heeft geoordeeld te moeten nemen naar aanleiding van klachten inzake het beheer van derdengelden door de verweerders en omdat de eiseres geen reputatieschade aannemelijk maakt in rechtstreeks oorzakelijk verband met de aan de verweerder 1 ten laste gelegde feiten, daar zij niet kan worden vereenzelvigd met haar leden en niet verantwoordelijk is voor het professionele handelen van een van haar leden als advocaat; die redenen kunnen de bekritiseerde beslissing niet wettig schragen.
- Hij die beweert door een misdaad of een wanbedrijf te zijn benadeeld, kan zich op grond van artikel 63 Wetboek van Strafvordering voor de bevoegde onderzoeksrechter burgerlijke partij stellen, zonder dat hij in die stand van de rechtspleging het bewijs hoeft te leveren van de schade, de omvang van de schade en het oorzakelijk verband tussen de schade en de vermelde misdaad of het vermelde wanbedrijf. Evenwel moet de beweerde benadeelde, wil zijn burgerlijkepartijstelling ontvankelijk zijn, zijn bewering over de schade die hij door de misdaad of het wanbedrijf zou hebben geleden, aannemelijk maken.
- Het onderzoeksgerecht oordeelt in beginsel onaantastbaar of de schade die de benadeelde beweert te hebben geleden aannemelijk is, wat het kan afleiden uit zijn vaststelling dat de betrokkene al dan niet reële en persoonlijke schade heeft of kan hebben geleden. Het Hof gaat wel na of het onderzoeksgerecht uit de door hem vastgestelde feitelijke gegevens geen gevolgen afleidt die geen verband ermee houden of met het begrip schade onverenigbaar zijn.
- De kosten of uitgaven die de eiseres als beroepsvereniging heeft gedaan om bewarende maatregelen te nemen met het oog op het beperken of het beheersen van de schade die een van haar leden zou hebben toegebracht aan derden ingevolge het plegen van hem verweten misdrijven, indien bewezen, kan schade uitmaken die de eiseres werkelijk en persoonlijk lijdt als gevolg van die misdrijven. Op het moment van haar burgerlijkepartijstelling diende de eiseres die kosten of uitgaven nog niet concreet te becijferen.
- Als beroepsvereniging kan de eiseres, onder de vorm van reputatieschade, werkelijke, rechtstreekse en persoonlijke schade lijden ingevolge misdrijven gepleegd door een van haar leden. Het feit dat de eiseres als beroepsvereniging niet kan worden vereenzelvigd met haar leden en niet verantwoordelijk is voor het professionele handelen van een van haar leden, doet daaraan geen afbreuk.
- Hieruit volgt dat het arrest, op grond van zijn in het onderdeel aangehaalde vaststellingen, niet wettig kan oordelen dat de eiseres niet aannemelijk maakt dat zij ingevolge de misdrijven waarvoor de verweerders naar de vonnisrechter zijn verwezen, werkelijke en persoonlijke schade heeft geleden. Het onderdeel is gegrond. Eerste en tweede onderdeel
- De onderdelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dat het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 621,45 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, raadsheer Peter Hoet, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Eric Van Dooren en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 20 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250520.2N.27 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251022.2F.1 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200421.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div