← België

Gemeente Middelkerke contra MARVA PARKEN nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.10 Rolnummer: F.24.0054.N Zaak: Gemeente Middelkerke contra MARVA PARKEN nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 686 - laatst gezien 2026-06-18 10:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.10 Fiches 1 - 4 De toetsing aan het gelijkheidsbeginsel en de beweerde ongelijkheid in de fiscale behandeling is slechts aan de orde wanneer de onderscheiden behandeling betrekking heeft op categorieën van personen die zich in vergelijkbare situaties bevinden; rekening houdend met de aard en het doel van de belasting en met hun objectieve kenmerken zijn de exploitanten van logies niet vergelijkbaar met dagtoeristen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Belasting op toeristische logies - Gelijkheidsbeginsel - Vergelijkbaarheid van categorieën van personen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Vrije woorden: Gelijkheidsbeginsel - Gemeentebelasting op toeristische logies - Vergelijkbaarheid van categorieën van personen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Vrije woorden: Beginsel van non-discriminatie - Gemeentebelasting op toeristische logies - Vergelijkbaarheid van categorieën van personen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Vrije woorden: Gelijkheid inzake belastingen - Gemeentebelasting op toeristische logies - Vergelijkbaarheid van categorieën van personen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 10 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. F.24.0054.N GEMEENTE MIDDELKERKE, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 8430 Middelkerke, Spermaliestraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.495.668, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen MARVA PARKEN nv, met zetel te 8431 Wilskerke-Middelkerke, Steenovenstraat 4, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0890.862.252, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerster woonplaats kiest, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 maart
  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 april 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Krachtens artikel 3, eerste lid, van het belastingreglement op de toeristische logies van de gemeente Middelkerke is de belasting verschuldigd door diegene die het toeristisch logies exploiteert en is de eigenaar van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In de preambule bij dit belastingreglement wordt het invoeren van de belasting onder meer verantwoord aan de hand van de volgende gegevens: - de toeristen en/of personen die tijdelijk verblijf houden op het grondgebied van de gemeente zorgen voor een toename van de bevolking en zorgen ervoor dat de gemeentelijke voorzieningen aan die toename moet aangepast worden; - de capaciteitsuitbreiding legt een last op de financiële mogelijkheden van de gemeente aangezien het overgrote aantal toeristische logies aanleiding geeft tot verhoogde kosten inzake veiligheid en onderhoud van het openbaar domein; - de toeristische logies binnen het grondgebied van de gemeente trekken grote en geconcentreerde groepen aan zodat de gemeente er belang bij heeft een belasting op deze toeristische logies in te voeren wegens een zwaardere taak inzake toezicht en veiligheid. Uit de samenhang van de tekst van het belastingreglement en de motivering ervan in de preambule blijkt dat de exploitant van de logies geldt als belastingplichtige en dat deze vorm van verblijfsbelasting een heffing is die door de gemeente wordt opgelegd aan exploitanten van logies, omdat het verblijf in de gemeente en het overnachten van toeristen in logies leidt tot extra kosten voor de gemeente.
  3. De toetsing aan het gelijkheidsbeginsel en de beweerde ongelijkheid in de fiscale behandeling is slechts aan de orde wanneer de onderscheiden behandeling betrekking heeft op categorieën van personen die zich in vergelijkbare situaties bevinden. Rekening houdend met de aard en het doel van de belasting en met hun objectieve kenmerken zijn de exploitanten van logies niet vergelijkbaar met dagtoeristen.
  4. De appelrechter die oordeelt dat de categorie van de exploitanten van logies vergelijkbaar is met de categorie van dagtoeristen en dat het volledige belastingreglement buiten toepassing moet worden gelaten omdat een vergelijkbare categorie, namelijk deze van de dagtoeristen, vrijgesteld wordt van de belasting, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.