← België

BELGISCHE STAAT FINANCIEN c EAGLE AIR AGENCIES nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.2 Rolnummer: F.21.0198.N Zaak: BELGISCHE STAAT FINANCIEN c EAGLE AIR AGENCIES nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-06-17 Raadplegingen: 445 - laatst gezien 2026-06-15 17:17 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.2 Fiche Het Hof verwijst naar het arrest van 3 maart 2005 in de zaak C-195/03, Papismedov, waarin het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde dat bij de douane aangebrachte goederen waarvoor een summiere aangifte is ingediend en een document van extern communautair douanevervoer is geldig gemaakt, niet op regelmatige wijze in het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht wanneer de goederen in de aan de douaneautoriteiten overgelegde documenten onder een “onjuiste benaming” zijn opgegeven

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Op onregelmatige wijze binnenbrengen van goederen - Summiere aangifte - Goederen met onjuiste benaming Wettelijke bepalingen: EEG-Verordening nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek - 12-10-1992 - Art. 202 - 32 Link Justel databank 19921012-32 Tekst van de beslissing Nr. F.21.0198.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de administrateur-generaal der douane en accijnzen, met kantoor te 1030 Brussel, Albert II-laan 33 bus 37, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen EAGLE AIR AGENCIES nv, met zetel te 1820 Steenokkerzeel, Airport building 752, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0448.201.762, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 6 mei
  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 april 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. In zijn conclusie voerde de eiser niet aan dat de omschrijving van de goederen onjuist was, maar wel dat de summiere aangiften hooguit onvoldoende gegevens bevatten om de tariefcode te bepalen.
  3. Na te hebben vastgesteld dat de “summiere aangifte van de lading met referentie 297-85856816 via het cargomanifest de goederen als “consol” [omschreef]”, oordelen de appelrechters dat “deze omschrijving onjuist [is]” en dat “dit niet [wordt] betwist door de diensten van [de eiser]”. Aldus miskennen de appelrechters de bewijskracht van de conclusie van de eiser. In zoverre is het onderdeel gegrond.
  4. Overeenkomstig artikel 202.1, eerste lid, CDW ontstaat een douaneschuld bij invoer indien aan rechten bij invoer onderworpen goederen op onregelmatige wijze in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht of indien dergelijke, zich in een vrije zone of een vrij entrepot bevindende goederen op onregelmatige wijze in een ander deel van genoemd douanegebied worden binnengebracht. Overeenkomstig artikel 202.1, tweede lid, CDW wordt onder “op onregelmatige wijze binnenbrengen” van goederen verstaan elk binnenbrengen van goederen in strijd met de bepalingen van de artikelen 38 tot en met 41 en met die van artikel 177, tweede streepje. In het arrest van 3 maart 2005 in de zaak C-195/03, Papismedov, oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat bij de douane aangebrachte goederen waarvoor een summiere aangifte is ingediend en een document van extern communautair douanevervoer is geldig gemaakt, niet op regelmatige wijze in het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht wanneer de goederen in de aan de douaneautoriteiten overgelegde documenten onder een “onjuiste benaming” zijn opgegeven.
  5. De appelrechters stellen vast dat “de aangifte van de lading met referentie 618-13804486 omschreven [werd] als “LCD-monitor” en geenszins [volstaat] om het toepasselijke douanetarief te bepalen omdat de term “monitor” verscheidene betekenissen kan hebben en zodoende onder verscheidende goederencodes kan vallen” en dat “meer in het bijzonder de essentiële vermelding of het ging om een ontvangsttoestel voor televisie [ontbrak]”. Aldus stellen de appelrechters slechts een onvolledige omschrijving van de binnengebrachte goederen vast, zonder dat zij vaststellen dat die goederen onder een onjuiste benaming werden opgegeven.
  6. Door niettemin te oordelen dat de goederen op onregelmatige wijze in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. In zoverre is het onderdeel gegrond.
  7. In het proces-verbaal van 5 maart 2009 wordt melding gemaakt van de “mogelijke” fraude wanneer de schermen foutief onder GN-code 8471.60.90 worden aangegeven.
  8. Door te oordelen dat uit het genoemde proces-verbaal op afdoende wijze blijkt dat in de voorliggende zaak wel degelijk sprake is van fraude, miskennen de appelrechters de bewijskracht ervan. In zoverre is het onderdeel gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Eric Van Dooren, Michael Traest en Ann De Wolf en in openbare rechtszitting van 23 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.