id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.6 Rolnummer: F.23.0011.N Zaak: JUNIOR S.W. bv contra BELGISCHE STAAT, FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 674 - laatst gezien 2026-06-18 18:41 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.6 Fiche De doelstelling van het systeem van de subsidiaire aanslag bestaat erin om in gevallen waarin de oorspronkelijke aanslag om een andere reden dan verjaring moet worden vernietigd, de administratie de mogelijkheid te bieden om alsnog een correcte aanslag te vestigen, ook al zijn de aanslagtermijnen inmiddels verstreken, en aldus te bewerkstelligen dat de wettig verschuldigde belasting kan worden geïnd; gelet op deze doelstelling kan de rechter aan wie een subsidiaire aanslag ter beoordeling wordt voorgelegd, de administratie de mogelijkheid geven om de subsidiaire aanslag aan te passen of een andere subsidiaire aanslag ter beoordeling voor te leggen
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering Vrije woorden: Subsidiaire aanslag - Aanpassing - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0011.N JUNIOR S.W. bv, met zetel te 8500 Kortrijk, Gentsesteenweg 103/A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0451.172.734, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, voor wie optreedt de directeur Centrum KMO Kortrijk, team invordering Kortrijk RP, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent van 7 september 2021 en 21 juni
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 april 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 356, eerste lid, WIB92 blijft, wanneer tegen een beslissing van de directeur van de belastingen of van de door hem gedelegeerde ambtenaar een vordering in rechte is ingesteld en de rechter de aanslag geheel of ten dele nietig verklaart, om een andere reden dan verjaring, de zaak gedurende een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de rechterlijke beslissing ingeschreven op de rol. Gedurende die termijn van zes maanden die de termijnen om verzet of hoger beroep aan te tekenen of om een voorziening in cassatie in te dienen schorst, kan de administratie een subsidiaire aanslag door middel van conclusies aan het oordeel van de rechter onderwerpen op naam van dezelfde belastingschuldige en op grond van alle of een deel van dezelfde belastingelementen als de initiële aanslag.
- De doelstelling van het systeem van de subsidiaire aanslag bestaat erin om in gevallen waarin de oorspronkelijke aanslag om een andere reden dan verjaring moet worden vernietigd, de administratie de mogelijkheid te bieden om alsnog een correcte aanslag te vestigen, ook al zijn de aanslagtermijnen inmiddels verstreken, en aldus te bewerkstelligen dat de wettig verschuldigde belasting kan worden geïnd. Gelet op deze doelstelling kan de rechter aan wie een subsidiaire aanslag ter beoordeling wordt voorgelegd, de administratie de mogelijkheid geven om de subsidiaire aanslag aan te passen of een andere subsidiaire aanslag ter beoordeling voor te leggen.
- De appelrechter die in het tussenarrest van 7 september 2021 oordeelt dat de aanvankelijk door de verweerder voorgelegde subsidiaire aanslag niet geldig en invorderbaar kan worden verklaard maar het debat heropent om de verweerder de mogelijkheid te geven een andere subsidiaire aanslag voor te leggen en die in het eindarrest van 21 juni 2022 de tweede subsidiaire aanslag geldig en invorderbaar verklaart, schendt artikel 356 WIB92 niet. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 296,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De wolf, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250523.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260327.1F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div