← België

Vlaamse Gewest contra Top Rent nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:A

Art. 2

.3.3.0.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse

Art. 2

.3.4.1.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Fiche 2 Met het gebruik van het woord “leasingactiviteiten” in artikel 4, § 3, Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 en in artikel 2.3.4.1.1 VCF verwijzen de wetgever en de decreetgever enkel naar het leasen van voertuigen via leasingovereenkomsten. Thesaurus CAS: BELASTINGEN (MET DE INKOMSTENBELASTINGEN GELIJKGESTELDE) Vrije woorden: Belasting op de inverkeerstelling - Leasingactiviteiten - Begrip Wettelijke bepalingen: Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten - 16-01-1989 - Art. 4 - 30 ELI link Pub nr 1989021010 Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse

Art. 2.3.4.1.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr.

F.24.0049.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet gevestigd te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 7; eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen TOP RENT nv, met zetel te 3800 Sint-Truiden, N.B. de Borchgravestraat 4465, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0474.912.592, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Ann Frédérique Belle, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 250/10, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 maart

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 april 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 2.3.1.0.1 VCF wordt de belasting op de inverkeerstelling (BIV) geheven op de wegvoertuigen, de luchtvaartuigen en de boten, als ze op de openbare weg in het verkeer worden gesteld of worden gebruikt in België. Krachtens artikel 2.3.3.0.1, § 1, VCF wordt voor de wegvoertuigen de belasting vastgesteld op basis van het vermogen van de motor, uitgedrukt in fiscale paardenkracht of in kilowatt. Krachtens artikel 2.3.3.0.1, § 2, VCF wordt, in afwijking van paragraaf 1, de belasting op de wegvoertuigen, vermeld in artikel 2.3.4.1.1, vastgesteld op basis van milieukenmerken. Krachtens het ten deze toepasselijke artikel 2.3.4.1.1 VCF wordt de belasting op de personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik en de minibussen vermeld in artikel 1.1.0.0.2, vierde lid, 1°, die worden geacht in het verkeer te zijn gesteld in het Vlaamse Gewest, met uitzondering van de voertuigen die worden geacht in het verkeer te zijn gesteld door de vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en de verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, berekend op de wijze, vermeld in artikel 2.3.4.1.2 tot en met artikel 2.3.4.1.
  3. Uit de samenhang van die bepalingen volgt dat de BIV voor wegvoertuigen die geacht worden in het Vlaamse Gewest in het verkeer te zijn gesteld door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven of vzw’s met leasingactiviteiten, berekend wordt op basis van het vermogen van de motor en niet op basis van de milieukenmerken vermeld in de artikelen 2.3.4.1.2 tot en met 2.3.4.1.7 VCF.
  4. Krachtens artikel 3, eerste lid, 10° en 11°, Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989, zoals gewijzigd door de Bijzondere Wet van 13 juli 2001, zijn de verkeersbelasting op de autovoertuigen en de belasting op de inverkeerstelling gewestelijke bevoegdheden. Krachtens artikel 4, § 3, Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989, zoals gewijzigd door de Bijzondere Wet van 13 juli 2001, zijn de gewesten bevoegd om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen van de in artikel 3, eerste lid, 10° en 11°, bedoelde belastingen te wijzigen. Ingeval de belastingplichtige van deze belastingen een vennootschap, zoals bedoeld in de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van vennootschappen, een autonoom overheidsbedrijf of een vereniging zonder winstgevend doel met leasingactiviteiten is, is de uitoefening van deze bevoegdheden afhankelijk van een voorafgaandelijk tussen de drie gewesten te sluiten samenwerkingsakkoord zoals bedoeld in artikel 92bis, § 2, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Hieruit volgt dat een wijziging van de federale regels met betrekking tot de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen van de BIV voor wegvoertuigen die geacht worden in het Vlaamse Gewest in het verkeer te zijn gesteld door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven of vzw’s met leasingactiviteiten, afhankelijk is van het sluiten van een voorafgaandelijk samenwerkingsakkoord.
  5. Het gebruik van het begrip “leasingactiviteiten” in artikel 2.3.4.1.1 VCF is onlosmakelijk verbonden met het bepaalde in artikel 4, § 3, Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989, zoals gewijzigd door de Bijzondere Wet van 13 juli 2001, waarin hetzelfde begrip wordt gebruikt. Met het gebruik van het woord “leasingactiviteiten” in artikel 4, § 3, Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 en in artikel 2.3.4.1.1 VCF verwijzen de wetgever en de decreetgever enkel naar het leasen van voertuigen via leasingovereenkomsten.
  6. Het middel dat ervan uitgaat dat het begrip “leasingactiviteiten” in de zin van artikel 2.3.4.1.
  7. VCF ook betrekking heeft op huurovereenkomsten die geen leasingovereenkomsten uitmaken, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 527,30 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 23 mei 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250523.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.