← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.10 Rolnummer: P.25.0357.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-05 Raadplegingen: 391 - laatst gezien 2026-06-15 04:22 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 De niet-naleving van de in artikel 195, twaalfde lid, Wetboek van Strafvordering opgenomen informatieplicht tast de wettigheid van de veroordelende beslissing niet aan. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Informatie aan de beklaagde over de strafuitvoering - Verzuim - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 195, twaalfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Vermeldingen in de veroordeling - Informatie aan de beklaagde over de strafuitvoering - Verzuim - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) - 19-11-1808 - Art. 195, twaalfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0357.N M. C., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Christian Clement en mr. Koen De Backer, advocaten bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 13 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest heeft eisers in zijn appelconclusie geformuleerd en met concrete gegevens gestaafd verzoek om hem geen effectieve gevangenisstraf op te leggen slechts beantwoord met een stijlformule; die gegevens waren onderbouwd met stavingsstukken; de eiser heeft expliciet aangegeven dat een effectieve gevangenisstraf zijn toekomst en reclassering danig zou hypothekeren; met het oordeel dat de eiser geen afdoende elementen heeft aangereikt, miskent het arrest de motiveringsplicht want de eiser heeft wel degelijk alle noodzakelijke elementen aangereikt; het arrest bevat geen daadwerkelijke en geïndividualiseerde toets.
  3. Het staat aan de rechter te oordelen of in het licht aan de doelstellingen van de straftoemeting en de concrete gegevens van de zaak aan een beklaagde de maatregel van het uitstel van tenuitvoerlegging kan worden toegekend. Een beklaagde kan, ook al voldoet hij daartoe aan de wettelijke voorwaarden, geen recht op die maatregel laten gelden.
  4. Uit de samenlezing van artikel 149 Grondwet, artikel 8, § 1, vierde lid, Probatiewet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering volgt dat: - indien een beklaagde de rechter verzoekt om uitstel van tenuitvoerlegging en die straf wettelijk mogelijk is, de rechter de weigering om die maatregel te bevelen nauwkeurig moet motiveren, ook al mag die motivering beknopt zijn; - uit de motivering moet blijken dat de rechter dit verzoek en de stavende reden daartoe in aanmerking heeft genomen, zonder dat is vereist dat de rechter op elk afzonderlijk gegeven antwoordt; - indien de beklaagde concrete elementen heeft aangevoerd betreffende de gevolgen van een effectieve straf voor zijn reclassering en resocialisering, uit de rechterlijke beslissing een afweging moet blijken tussen eensdeels de zwaarwichtigheid van de te beoordelen feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde en anderzijds de nadelige effecten van een al dan niet effectieve bestraffing voor zijn reclassering en resocialisering; - de rechter niet moet antwoorden op stukken waarvan de inhoud niet is hernomen in een regelmatig ingediende conclusie. In zoverre het onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  5. Het arrest motiveert de straftoemetingsbeslissing als volgt: - de bewezenverklaarde feiten zijn bijzonder ernstig en wijzen op een fundamenteel gebrek aan normen en waarden; - de eiser was betrokken bij een aanslag met vuurwapens en een aanslag met een springtuig, aanslagen die waren gelinkt met de georganiseerde drugcriminaliteit; - dergelijke feiten brengen niet alleen materiële schade toe, maar veroorzaken ook grote angst bij de eigenaars van de geviseerde onroerende goederen en de buurtbewoners en die misdrijven ondergraven hoe dan ook het veiligheidsgevoel van de burger op ingrijpende wijze; - er wordt rekening gehouden met de rol van de eiser bij het plegen van de feiten en het leed dat door de feiten werd toegebracht, zijn persoonlijke en sociale toestand zoals die blijkt uit het dossier en de ingediende stukken; - de eiser is 24 jaar oud, bezit de Nederlandse nationaliteit en is woonachtig in Nederland; - de eiser werkt als “overblijfmeester” in een basisschool en verzorgt naschoolse opvang of nabewaking van kinderen tussen vijf en twaalf jaar oud; - de eiser wil volgend academiejaar zijn hogere studies weer oppikken; - de eiser heeft een blanco strafregister en uit de Ecris-bevraging bleken geen veroordelingen in Nederland; - op het in de appelconclusie van de eiser geformuleerde verzoek om een straf met (probatie-)uitstel wordt niet ingegaan: dit zou mede gelet op de bijzondere ernst en de aard van de feiten een onvoldoende krachtig signaal op deze feiten inhouden en de eiser onvoldoende wijzen op het ontoelaatbare van zijn handelen; - de eiser blijft in gebreke om afdoende elementen aan te reiken die het hof van beroep toelaten te besluiten dat de op te leggen bestraffing zijn toekomst en reclassering op een overdreven wijze zou hypothekeren, in een wanverhouding tot de bijzondere ernst en de aard van de bewezenverklaarde feiten; - alleen effectieve straffen kunnen de eiser die bijzondere ernst duidelijk maken en enkel op die wijze kan bij hem de preventieve werking van de strafwet worden gerealiseerd; - geen enkel argument in de appelconclusie van de eiser of enig door hem ingediend stuk, is van aard om het hof van beroep anders te doen besluiten. Uit deze redenen blijkt dat de appelrechters eisers verzoek om een gevangenisstraf met uitstel van tenuitvoerlegging en de stavende redenen daartoe in aanmerking hebben genomen, de afwijzing van dit verzoek nauwkeurig, concreet en geïndividualiseerd hebben gemotiveerd en wel degelijk de ernst van de feiten en de persoonlijkheid van de eiser hebben afgewogen tegen de negatieve gevolgen van een effectieve bestraffing voor de reclassering en resocialisering van de eiser. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: met het oordeel dat enkel door een effectieve straf de preventieve werking van de straf kan worden gerealiseerd, neemt het arrest de rehabiliterende en re-integrerende strafdoelstellingen niet mee in overweging; daardoor wordt de motiveringsplicht miskend.
  7. Uit de redenen die zijn vermeld in het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat de appelrechters zich voor de straftoemetingsbeslissing niet uitsluitend hebben laten leiden tot de preventieve werking van de straf, maar zij de verwijzing van de eiser naar de rehabiliterende en re-integrerende doelstellingen van de straf bij hun beoordeling hebben betrokken. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 195, twaalfde lid, Wetboek van Strafvordering: noch uit het arrest noch uit het proces-verbaal van de rechtszitting van de uitspraak van het arrest blijkt dat de verplichting de veroordeelde in te lichten over de uitvoering van de vrijheidsstraf en over de mogelijke modaliteiten ervan werd nageleefd.
  9. De niet-naleving van de in artikel 195, twaalfde lid, Wetboek van Strafvordering opgenomen informatieplicht tast de wettigheid van de veroordelende beslissing niet aan. Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  11. Door de hierna uit te spreken verwerping van eisers cassatieberoep verkrijgt de beslissing kracht van gewijsde. In zoverre ook gericht tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser is bevolen, heeft zijn cassatieberoep geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 127,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.