← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.15 Rolnummer: P.25.0685.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-06-05 Raadplegingen: 399 - laatst gezien 2026-06-15 04:38 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 28, § 2, 4°, Wet Strafuitvoering volgt niet dat de strafuitvoeringsrechter bij de beoordeling van het voorhanden zijn van de daarin opgenomen tegenaanwijzing in het vonnis uitdrukkelijk melding moet maken van de wijze waarop hij de vermogenssituatie van de veroordeelde heeft betrokken bij zijn beoordeling over de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partijen te vergoeden. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Afwijzing van een modaliteit - Tegenaanwijzing van onvoldoende inspanning om de burgerlijke partij te vergoeden - Vermogenstoestand van de veroordeelde - Beoordeling - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 2, 4° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechter - Afwijzing van een modaliteit - Tegenaanwijzing van onvoldoende inspanning om de burgerlijke partij te vergoeden - Vermogenstoestand van de veroordeelde - Beoordeling - Redenen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 28, § 2, 4° - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0685.N I. P., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 29 april

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet, de artikelen 8.1.9° en 8.29 Burgerlijk Wetboek en artikel 28, § 2, 4°, Wet Strafuitvoering: het vonnis houdt bij de beoordeling over de door de eiser geleverde inspanningen om de burgerlijke partijen te vergoeden op geen enkele manier rekening met de vermogenssituatie van de eiser (eerste onderdeel); daardoor is de vaststelling van de feiten gebrekkig en is eisers recht op een eerlijk proces miskend (tweede onderdeel).
  3. De artikelen 8.1.9° en 8.29 Burgerlijk Wetboek en artikel 6.1 EVRM en het daarin vervatte recht op een eerlijk proces zijn vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Uit artikel 28, § 2, 4°, Wet Strafuitvoering volgt niet dat de strafuitvoeringsrechter bij de beoordeling van het voorhanden zijn van de daarin opgenomen tegenaanwijzing in het vonnis uitdrukkelijk melding moet maken van de wijze waarop hij de vermogenssituatie van de veroordeelde heeft betrokken bij zijn beoordeling over de door de veroordeelde geleverde inspanningen om de burgerlijke partijen te vergoeden. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.