id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.27 Rolnummer: P.25.0348.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-06-05 Raadplegingen: 656 - laatst gezien 2026-06-15 04:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Een openbare weg in de zin van artikel 1, eerste lid, Wegverkeersreglement is iedere weg die toegankelijk is voor het verkeer te land, onafhankelijk van de officiële benaming, het uitzicht of het eigendomsrecht; een weg die enkel openstaat voor het verkeer te land van bepaalde categorieën van personen is geen openbare weg; een parking die voor alle weggebruikers zonder onderscheid toegankelijk is, kan als een openbare weg worden gekwalificeerd; het staat aan de rechter te oordelen of in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak een weg toegankelijk is voor het verkeer te land dan wel enkel openstaat voor bepaalde categorieën van personen; uit het enkele feit dat een parking is afgesloten met slagbomen, de toegang betalend is en al dan niet door middel van een bord wordt aangegeven dat de parking voorbehouden is voor patiënten en bezoekers van een ziekenhuis, volgt niet dat die parking geen openbare weg is in de zin van artikel 1, eerste lid, Wegverkeersreglement, op voorwaarde dat vaststaat dat de parking toegankelijk is voor alle weggebruikers zonder onderscheid; de omstandigheid dat het ziekenhuis om privacyredenen de toegang niet zou kunnen ontzeggen aan anderen dan patiënten en bezoekers, laat niet toe anders te oordelen; het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord
(1).
(1)Cass. 17 november 2020, AR P.20.0868.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.10, AC 2020, nr. 703; Cass. 16 november 1993, AR nr. 6748, AC 1993, nr. 464; Cass. 18 februari 1982, AR 6501, AC 1981-82, nr. 365; Contra: Pol. Mechelen 18 november 2016, nr. 16A88, VAV 2017, 37 (parking met slagbomen is privéparking); S. VEREECKEN, “Het belang van de kwalificatie als openbare weg, openbare plaats of privéterrein”, RABG 2006, 1427-1431; G. MEYNS, “De ene weg is de andere niet: openbare weg versus private weg”, in Verkeer, Aansprakelijkheid, Verzekering, Kluwer, 2008, 177-
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 1 Vrije woorden: Begrip openbare weg - Betaalparking van een ziekenhuis met slagbomen met voorbehouden toegang voor patiënten en bezoekers - Geen controle op de gebruiker aan de ingang van de parking - Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter - Wettigheidscontrole door het Hof Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Wegverkeer - Wegverkeersreglement - Begrip openbare weg - Betaalparking van een ziekenhuis met slagbomen met voorbehouden toegang voor patiënten en bezoekers - Geen controle op de gebruiker aan de ingang van de parking - Beoordeling aan de hand van concrete gegevens - Wettigheidscontrole door het Hof Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 1, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0348.N C. V., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Christophe Saveyn, advocaat bij de balie Oudenaarde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 12 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.d EVRM: de appelrechters hadden de getuige T.D., wiens verklaring bepalend is geweest voor de schuldbeoordeling, moeten horen op de rechtszitting; de inhoud van haar verklaring aan de politie werd door de eiseres in haar appelconclusie betwist en er werden vragen opgesomd waarmee de getuige had moeten worden geconfronteerd; de betrouwbaarheid van het getuigenbewijs is niet correct beoordeeld; het recht van verdediging van de eiseres werd beperkt op een wijze die niet verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres aan het appelgerecht heeft gevraagd om de getuige onder eed te horen op de rechtszitting. In zoverre is het middel nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Bij afwezigheid van een daartoe strekkend verzoek staat het aan de rechter onaantastbaar te oordelen of hij het verhoor op de rechtszitting onder eed van een tijdens het onderzoek gehoorde getuige noodzakelijk acht, zelfs als die verklaring doorslaggevend is voor de schuldbeoordeling. Uit het enkele feit dat de beklaagde betwisting voert over de juistheid van de tijdens het onderzoek afgelegde verklaring en daarbij allerlei vragen oppert, volgt niet dat de rechter die getuige op de rechtszitting moet horen of over het horen ervan uitdrukkelijk standpunt moet innemen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door het bestreden vonnis en is het niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR: uit de redenen van het bestreden vonnis blijkt dat de appelrechters de eiseres verwijten dat zij niet het bewijs bijbrengt dat er sprake is van een controle aan de ingang van de ziekenhuisparking en haar aldus een niet-toegelaten bewijslast opleggen betreffende het karakter van openbare weg; het openbaar ministerie draagt de bewijslast.
- Met het oordeel dat er geen indicatie of bewijs is dat er controle wordt uitgeoefend aan de ingang van de parking om de hoedanigheid van bezoeker of patiënt te verifiëren, beoordeelt het bestreden vonnis enkel de aannemelijkheid van het verweer van de eiseres maar legt dit haar geen bewijslast op. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis, mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1, eerste lid, en 10.1.3°, Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis neemt ten onrechte aan dat een overdekte betalende ziekenhuisparking die is afgesloten door middel van slagbomen en die voorbehouden is voor bezoekers en patiënten een openbare weg is; het gegeven dat er geen controle is of de gebruikers bezoekers of patiënten zijn, kan dit oordeel niet verantwoorden; een ziekenhuisparking kan op dit punt niet worden vergeleken met andere parkings omdat een controle een inbreuk zou inhouden op de privacy en zo onrechtstreeks medische informatie zou moeten worden vrijgegeven.
- Artikel 1, eerste lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat dit reglement geldt voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan, door voetgangers, voertuigen, trek- last- of rijdieren en vee.
- Een openbare weg in de zin van deze bepaling is iedere weg die toegankelijk is voor het verkeer te land, onafhankelijk van de officiële benaming, het uitzicht of het eigendomsrecht. Een weg die enkel openstaat voor het verkeer te land van bepaalde categorieën van personen is geen openbare weg.
- Een parking die voor alle weggebruikers zonder onderscheid toegankelijk is, kan als een openbare weg worden gekwalificeerd.
- Het staat aan de rechter te oordelen of in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak een weg toegankelijk is voor het verkeer te land dan wel enkel openstaat voor bepaalde categorieën van personen.
- Uit het enkele feit dat een parking is afgesloten met slagbomen, de toegang betalend is en al dan niet door middel van een bord wordt aangegeven dat de parking voorbehouden is voor patiënten en bezoekers van een ziekenhuis, volgt niet dat die parking geen openbare weg is in de zin van artikel 1, eerste lid, Wegverkeersreglement, op voorwaarde dat vaststaat dat de parking toegankelijk is voor alle weggebruikers zonder onderscheid. De omstandigheid dat het ziekenhuis om privacyredenen de toegang niet zou kunnen ontzeggen aan anderen dan patiënten en bezoekers, laat niet toe anders te oordelen.
- Het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - de feiten hebben zich voorgedaan in het overdekte gedeelte van de parking van een ziekenhuis; - uit de door de eiseres bijgebrachte foto’s blijkt dat de parking is afgesloten door middel van slagbomen; - uit een afdruk van de website van het ziekenhuis blijkt dat het gaat om een betalende parking voorbehouden voor patiënten en bezoekers van het ziekenhuis; - er is geen enkele indicatie of bewijs dat er controle wordt uitgeoefend aan de ingang van de parking om de hoedanigheid van bezoeker of patiënt te verifiëren; - de parking heeft een algemeen publiek karakter doordat iedereen, ongeacht de hoedanigheid, de parking kan binnenrijden. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat de aanwezigheid van slagbomen en het feit dat het een betaalparking is voorbehouden voor bezoekers en patiënten, niet belet dat het om een openbare weg gaat. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.27 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div