← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:A

Art. 40

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven - 16-12-2008 - Art. 8 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 75, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen Vrije woorden: EG-Terugkeerrichtlijn 2008/115 - Vervolging wegens illegaal verblijf - Geen toepassing van dwangmaatregelen met het oog op repatriëring - Bestraffing met alleen een geldboete waaraan een vervangende gevangenisstraf is verbonden - Verenigbaarheid met de EU-Terugkeerrichtlijn - Beoordeling Wettelijke bepalingen:

Art. 40

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven - 16-12-2008 - Art. 8 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 75, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: STRAF - VERVANGENDE GEVANGENISSTRAF Vrije woorden: Vervolging wegens illegaal verblijf - Uitlegging van de EG-Terugkeerrichtlijn 2008/115 - Geen toepassing van dwangmaatregelen met het oog op repatriëring - Bestraffing met alleen een geldboete waaraan een vervangende gevangenisstraf is verbonden - Verenigbaarheid met de EU-Terugkeerrichtlijn - Beoordeling Wettelijke bepalingen:

Art. 40

- 01 ELI link Pub nr 1867060850 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven - 16-12-2008 - Art. 8 Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen - 15-12-1980 - Art. 75, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Fiche 4 De rechter moet niet antwoorden op door een partij ingediende stukken waarvan de inhoud niet werd hernomen in een regelmatig ingediende conclusie; uit het gegeven dat de rechter niet uitdrukkelijk melding maakt van ingediende stukken, volgt niet dat de rechter die stukken niet bij zijn beoordeling heeft betrokken

(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Antwoord op stukken die niet zijn opgenomen in een conclusie - Grens Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0399.N A. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 122 bus 14, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 februari 2025, gewezen op verwijzing bij het arrest van het Hof van 7 november
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 19 mei 2025 ter griffie van het Hof een conclusie ingediend. Op 23 mei 2025 heeft de eiser een door artikel 1107, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot ter griffie ingediend. Op de rechtszitting van 27 mei 2025 heeft voorzitter Filip Van Volsem verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, Richtlijn 2008/115/EG van 16 december 2008 van het Europees Parlement en de Raad over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten over de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna Terugkeerrichtlijn), artikel 149 Grondwet, artikel 780 Gerechtelijk Wetboek en artikel 75 Vreemdelingenwet, alsook de miskenning van de formele en materiële motiveringsplicht vervat in artikel 62 Vreemdelingenwet en de formele motiveringsplicht vervat in de artikelen 2 en 3 Wet Motivering Bestuurshandelingen: het arrest veroordeelt de eiser ten onrechte tot een vervangende gevangenisstraf; uit artikel 8 Terugkeerrichtlijn, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie, volgt dat aan de onwettig in het land verblijvende derdelander slechts een gevangenisstraf kan worden opgelegd indien op hem de dwangmaatregelen van de Terugkeerrichtlijn zijn toegepast; indien dit niet het geval is, kan geen gevangenisstraf en dus ook geen vervangende gevangenisstraf worden uitgesproken; de eiser had als vader van vier Belgische jonge kinderen een geldige reden om niet terug te keren naar zijn land van herkomst; het oordeel dat de eiser in dat verband loutere beweringen heeft geformuleerd en dat hij zijn aanvoering betreffende zijn relatie en het gezinsleven niet aannemelijk maakt, is strijdig met de ingediende stukken; het arrest verwerpt ten onrechte eisers beroep op artikel 8 EVRM; het arrest houdt geen rekening met de door de eiser ter zake ingediende stukken.
  3. Uit de uitlegging door het Hof van Justitie van de Europese Unie van de Terugkeerrichtlijn en uit de tekst van artikel 75, § 2, tweede lid, Vreemdelingenwet, zoals gewijzigd door artikel 34 van de wet van 12 mei 2024, volgt dat het door artikel 75, § 2, eerste lid, Vreemdelingenwet bedoelde misdrijf slechts kan worden bestraft met een gevangenisstraf indien aan de vreemdeling reeds een vasthoudingsmaatregel of een minder dwingende maatregel voor vasthouding is opgelegd die is beëindigd zonder dat hij kon worden verwijderd en hij, zonder geldige reden om niet terug te keren, zijn illegaal verblijf in het Rijk verderzet.
  4. Die onmogelijkheid heeft enkel betrekking op het uitspreken van een gevangenisstraf als hoofdstraf. De door het Hof van Justitie van de Europese Unie gegeven uitlegging en het vermelde artikel 75, § 2, tweede lid, Vreemdelingenwet beletten niet dat de rechter, die het bedoelde misdrijf bestraft met een geldboete, bovendien in overeenstemming met artikel 40, eerste lid, Strafwetboek, de beklaagde veroordeelt tot een vervangende gevangenisstraf voor het geval de veroordeelde de geldboete niet voldoet. De vervangende gevangenisstraf is, hoewel een straf, louter een middel om door een strafdreiging de schuldenaar van de geldboete te dwingen zijn hoofdverbintenis ten uitvoer te leggen. De vervangende gevangenisstraf heeft dan ook een andere juridische aard en een ander doel dan de gevangenisstraf als hoofdstraf.
  5. De rechter moet niet antwoorden op door een partij ingediende stukken waarvan de inhoud niet werd hernomen in een regelmatig ingediende conclusie.
  6. Uit het gegeven dat de rechter niet uitdrukkelijk melding maakt van ingediende stukken, volgt niet dat de rechter die stukken niet bij zijn beoordeling heeft betrokken.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Met de redenen die het arrest bevat, beantwoordt en verwerpt dit eisers in zijn appelconclusie op verwijzing ontwikkelde verweer betreffende artikel 8 EVRM. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  9. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door het arrest over de door de eiser aangevoerde schending van artikel 8 EVRM en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 107,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.29 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250527.2N.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.