← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.31 Rolnummer: P.25.0504.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-05 Raadplegingen: 550 - laatst gezien 2026-06-15 04:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250527.2N.31 Fiches 1 - 2 Uit artikel 420 Wetboek van Strafvordering volgt dat behoudens in de in het tweede lid van die bepaling vermelde gevallen de eiser in cassatie tegen een tussenbeslissing slechts cassatieberoep kan instellen na de eindbeslissing; indien een eiser in cassatie enkel cassatieberoep instelt tegen de eindbeslissing en niet tegen een tussenbeslissing, ook al was die beslissing vatbaar voor een uitgesteld cassatieberoep, kan hij in het kader van zijn cassatieberoep tegen de eindbeslissing geen ontvankelijke middelen aanvoeren betreffende een onwettigheid van de tussenbeslissing; dat de onwettigheid van de tussenbeslissing kan doorwerken op de eindbeslissing doet daaraan geen afbreuk

(1).
(1)Zie andersluidende concl. “in hoofdzaak” OM. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Verband met bestreden beslissing Vrije woorden: Middel dat gericht is tegen een beslissing alvorens recht te doen - Ontbreken van een cassatieberoep tegen de beslissing alvorens recht te doen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Beslissing alvorens recht te doen - Middel dat gericht is tegen een beslissing alvorens recht te doen - Ontbreken van een cassatieberoep tegen de beslissing alvorens recht te doen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0504.N Ch. G., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Renaud Vercaemst, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 30 januari
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.c EVRM en artikel 149 Grondwet, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: de appelrechters hebben niettegenstaande het verzoek om uitstel van behandeling van de zaak op vraag van de eiser opdat de door hem gekozen raadsman en hijzelf persoonlijk aanwezig zouden kunnen zijn, de zaak behandeld en in beraad genomen; het bestreden vonnis stelt niet vast dat de eiser zelf enige verantwoordelijkheid draagt voor het feit dat de raadsman van zijn keuze niet aanwezig kon zijn op de vooraf ambtshalve bepaalde datum van behandeling van de rechtszitting.
  3. Uit artikel 420 Wetboek van Strafvordering volgt dat behoudens in de in het tweede lid van die bepaling vermelde gevallen de eiser in cassatie tegen een tussenbeslissing slechts cassatieberoep kan instellen na de eindbeslissing.
  4. Indien een eiser in cassatie enkel cassatieberoep instelt tegen de eindbeslissing en niet tegen een tussenbeslissing, ook al was die beslissing vatbaar voor een uitgesteld cassatieberoep, kan hij in het kader van zijn cassatieberoep tegen de eindbeslissing geen ontvankelijke middelen aanvoeren betreffende een onwettigheid van de tussenbeslissing. Dat de onwettigheid van de tussenbeslissing kan doorwerken op de eindbeslissing doet daaraan geen afbreuk.
  5. De beslissing tot afwijzing van het verzoek van de eiser om uitstel van behandeling van de zaak teneinde hemzelf en de door hem gekozen raadsman toe te laten aanwezig te zijn en de zaak toch te behandelen op de rechtszitting van 2 januari 2025 werd op die rechtszitting genomen. Die beslissing is niet vervat in het bestreden vonnis en blijkt uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 2 januari
  6. De eiser kon tegen die tussenbeslissing cassatieberoep instellen na het wijzen van de eindbeslissing, maar hij heeft enkel cassatieberoep ingesteld tegen de eindbeslissing, waaruit volgt dat hij berust in die tussenbeslissing. Daaruit volgt dat het middel dat is gericht tegen een beslissing die niet werd genomen met het bestreden vonnis, niet ontvankelijk is. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.31 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250527.2N.31 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.