← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:A

Art. 162

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Hoger beroep ingesteld door de beklaagde - Grief die is beperkt tot de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand - Bijdrage die is opgelegd aan een beklaagde die geniet van kosteloze rechtsbijstand - Beslissing in hoger beroep die stelt dat de beklaagde geen bijdrage meer verschuldigd is - Toewijzing van de gerechtskosten aan de beklaagde - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 162

- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -

Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0212.N M. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Koen Bentein, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
  2. Het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk en gegrond en het oordeelt dat de eiser geen bijdrage is verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 162, 194 en 211 Wetboek van Strafvordering; het arrest kon de eiser niet veroordelen tot de kosten van de strafvordering in hoger beroep, aangezien eisers enige appelgrief betreffende het niet-verschuldigd zijn van een bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand gegrond werd bevonden; het is niet juist dat de kosten in hoger beroep een gevolg zijn van eisers veroordeling.
  4. Artikel 162, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat ieder veroordelend vonnis uitgesproken tegen de beklaagde hem verwijst in de kosten jegens de openbare partij. Volgens artikel 162, tweede lid, laatste zin, Wetboek van Strafvordering omvatten de kosten ook de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand. Volgens artikel 194 Wetboek van Strafvordering wordt ook voor wat betreft de correctionele rechtbanken over de kosten beslist overeenkomstig artikel 162 Wetboek van Strafvordering. Volgens artikel 211 Wetboek van Strafvordering is die regeling van de kosten ook van toepassing op de hoven van beroep.
  5. Indien het appelgerecht ingevolge de beperkende werking van het door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde appelgrievenformulier enkel te oordelen heeft over de gehoudenheid van een beklaagde tot betaling van de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand en het anders dan de eerste rechter oordeelt dat de beklaagde niet gehouden is tot die betaling, dan is die appelbeslissing geen veroordelend vonnis in de zin van artikel 162 Wetboek van Strafvordering en kan de beklaagde bijgevolg niet worden veroordeeld tot de kosten van de appelprocedure.
  6. Het beroepen vonnis heeft de eiser veroordeeld tot betaling van een bijdrage van 24,00 euro aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand. De eiser heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld met als enige grief dat hij niet kon worden veroordeeld tot de betaling van die bijdrage. Het arrest oordeelt dat de eiser geen bijdrage is verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de Juridische Tweedelijnsbijstand aangezien hij juridische tweedelijnsbijstand geniet. Het veroordeelt niettemin de eiser tot de betaling van de kosten in hoger beroep omdat die een gevolg zijn van de veroordeling van de eiser. Aldus schendt het arrest de vermelde bepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser veroordeelt tot betaling van de kosten van de strafvordering in hoger beroep ten bedrage van 99,65 euro. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250527.2N.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.