← België

R. contra PENTAHOLD nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250530.1N.5 Rolnummer: C.23.0212.N Zaak: R. contra PENTAHOLD nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2025-08-01 Raadplegingen: 532 - laatst gezien 2026-06-16 19:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250530.1N.5 Fiche 1 Een cassatiemiddel dat schending aanvoert van artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek op grond dat de rechter op verwijzing een onjuiste draagwijdte heeft verleend aan het wettelijk begrip “beslecht rechtspunt”, is ontvankelijk

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Ontvankelijkheid van het cassatiemiddel - Begrip “beslecht rechtspunt” - Aanvoering dat rechter op verwijzing onjuiste draagwijdte gaf aan dit begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1110, vierde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Fiches 2 - 3 Het Hof mag niet zelf oordelen dat een bepaling van Titel II Grondwet klaarblijkelijk niet is geschonden. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Grondwettelijk Hof - Klaarblijkelijk geen schending van een bepaling van Titel II Grondwet - Stellen van prejudiciële vraag - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Klaarblijkelijk geen schending van een bepaling van Titel II Grondwet - Verplichting voor het Hof van Cassatie Wettelijke bepalingen: Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Fiche 4 De rechter op verwijzing is enkel gebonden door de interpretatie van een rechtsregel, zoals weergegeven door het Hof in zijn vernietigingsarrest
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Rechter op verwijzing - Beoordelingsvrijheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Deel IV: BURGERLIJKE RECHTSPLEGING. (art. 664 tot 1385octiesdecies) - 10-10-1967 - Art. 1110, vierde lid - 04 ELI link Pub nr 1967101055 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0212.N
  1. J.R.,
  2. L.V.,
  3. N.V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 251/10, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen PENTAHOLD nv, met zetel te 9831 Sint-Martens-Latem (Deurle), Xavier De Cocklaan 72, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0882.459.577, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. mede inzake
  4. V!GO INTERNATIONAL nv, met zetel te 9230 Wetteren, Biezeweg 13, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0838.892.127,
  5. OTTOBOCK SE & CO. KGAA, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 37115 Duderstadt (Duitsland), Max-Näder-Strasse 15, tot gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 maart 2023, gewezen na arrest van het Hof van 16 september
  6. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 17 maart 2025 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid
  7. De verweerster werpt een eerste grond van niet-ontvankelijkheid op: het cassatieberoep dat is gericht tegen een beslissing die overeenstemt met het vernietigingsarrest van het Hof van 16 september 2022, is niet ontvankelijk.
  8. Een cassatiemiddel dat schending aanvoert van artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek op grond dat de rechter op verwijzing een onjuiste draagwijdte heeft verleend aan het wettelijk begrip “beslecht rechtspunt”, is ontvankelijk. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.
  9. De verweerster werpt een tweede grond van niet-ontvankelijkheid op: tegen een beslissing van een rechtscollege dat heeft geweigerd een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof, kan geen afzonderlijk rechtsmiddel worden aangewend.
  10. De rechters op verwijzing die vaststellen dat de partijen “betwisting [voeren] omtrent de omvang van de cassatie en de mate waarin het hof met de zaak gevat is” en vervolgens oordelen dat zij zich overeenkomstig artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek moeten voegen naar het door het Hof in het vernietigingsarrest beslechte rechtspunt, doen geen uitspraak over het verzoek van de eisers tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. De grond van niet-ontvankelijkheid die berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, moet worden verworpen.
  11. De verweerster werpt een derde grond van niet-ontvankelijkheid op: de beslissing blijft naar recht verantwoord op grond van de door het Hof in de plaats te stellen redenen dat er klaarblijkelijk geen schending van de Grondwet voorligt en de rechters op verwijzing aldus geen verplichting hadden om een prejudiciële vraag te stellen.
  12. Artikel 26, § 2, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof laat het Hof niet toe om zelf te oordelen dat een bepaling van Titel II Grondwet klaarblijkelijk niet is geschonden. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  13. Krachtens artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek voegt de rechter op verwijzing zich naar het arrest van het Hof van Cassatie betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt en wordt tegen een beslissing van de rechter op verwijzing geen cassatieberoep toegelaten in zoverre deze beslissing overeenstemt met het vernietigingsarrest van het Hof. Hieruit volgt dat de rechter op verwijzing enkel gebonden is door de interpretatie van een rechtsregel, zoals weergegeven door het Hof in zijn vernietigingsarrest.
  14. De rechters op verwijzing stellen vast en oordelen dat: - het Hof in zijn arrest van 16 september 2022 het rechtspunt heeft beslecht dat in het beroepen vonnis een beslissing werd genomen alvorens recht te spreken waartegen geen onmiddellijk hoger beroep open staat; - dit hof van beroep zich overeenkomstig artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek dient te voegen naar het door het Hof beslechte rechtspunt; - de omstandigheid dat de saisine van het Hof niet werd bepaald door de rechtsvraag of het beroepen vonnis van 21 april 2021 al dan niet artikel 875bis Gerechtelijk Wetboek schond door geen beslissing te nemen over de betwiste ontvankelijkheid van de vordering en het aangevoerde middel dat het stellen van een prejudiciële vraag onontbeerlijk zou zijn om in voorliggend geschil uitspraak te doen over het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel zoals bepaald in de artikelen 10 en 11 Grondwet, gelezen in samenhang met de artikelen 1050 en 1055, alsook met artikel 875bis, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, niet in andere zin doet besluiten; - deze omstandigheid immers evenmin afbreuk doet aan de vaststelling dat dit hof van beroep zich dient te voegen naar het door het Hof beslechte rechtspunt dat in het beroepen vonnis een beslissing werd genomen alvorens recht te spreken waartegen geen onmiddellijk hoger beroep open staat.
  15. De rechters op verwijzing die op grond van deze redenen oordelen dat zij zich gelet op artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek moeten voegen naar de beslissing dat geen hoger beroep tegen de beroepen beslissing mogelijk is en zich bijgevolg niet kunnen uitspreken over de door de eisers opgeworpen mogelijke ongrondwettigheid van de artikelen die verhinderen dat onmiddellijk hoger beroep wordt ingesteld tegen een beslissing alvorens recht te spreken waarbij wordt nagelaten de vereisten van artikel 875bis, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek correct toe te passen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Prejudiciële vraag
  16. De prejudiciële vraag die geen verband houdt met de aangevoerde schending van artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek moet niet worden gesteld. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Verzendt de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, anders samengesteld. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de rechter op verwijzing. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Bart Wylleman, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen, Michael Traest en Ann De Wolf, en in openbare rechtszitting van 30 mei 2025 uitgesproken door waarnemend voorzitter Bart Wylleman, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250530.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250530.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.