id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250602.3N.6 Rolnummer: S.23.0013.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID contra STOCK 105 Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2025-07-01 Raadplegingen: 439 - laatst gezien 2026-06-15 04:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR Fiches 1 - 2 Het ressort van een paritair comité wordt in beginsel bepaald door de hoofdactiviteit van de betrokken onderneming, tenzij uit het oprichtingsbesluit een ander criterium blijkt, zoals de gewone of normale activiteit van de onderneming; uit de samenhang tussen artikel 1, eerste lid, a), al. 1, van het koninklijk besluit van 4 maart 1975 en artikel 1, eerste lid, 1, a), van het koninklijk besluit van 13 maart 1985 volgt dat een onderneming niet onder het “Paritair Subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie” ressorteert wanneer zij onder de bevoegdheid valt van het Paritair Comité voor de bouwnijverheid; hieruit volgt dat de Koning ervan is uitgegaan dat een activiteit onder de bevoegdheidsomschrijvingen van de beide paritaire comités kan vallen, en dat in voorkomend geval het Paritair Comité voor het bouwbedrijf de voorrang geniet. Thesaurus CAS: PARITAIR COMITE Vrije woorden: Ressort - Wijze van bepaling Wettelijke bepalingen: Wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités - 05-12-1968 - Art. 35 - 01 ELI link Pub nr 1968120503 KB 4 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf en tot vaststelling van het aantal leden ervan - 04-03-1975 - Art. 1, eerste lid, a), eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1975030401 KB 13 maart 1985 - 13-03-1985 - Art. 1, eerste lid, 1,
- a)Vrije woorden: Ressort - Paritair comité voor de voedingsnijverheid - Bevoegdheid - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités - 05-12-1968 - Art. 35 - 01 ELI link Pub nr 1968120503 KB 4 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf en tot vaststelling van het aantal leden ervan - 04-03-1975 - Art. 1, eerste lid, a), eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1975030401 KB 13 maart 1985 - 13-03-1985 - Art. 1, eerste lid, 1,
- a)Tekst van de beslissing Nr. S.23.0013.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, eiser, vertegenwoordigd door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen STOCK 105 bv, met zetel te 2860 Sint-Katelijne-Waver, Dreefvelden 32, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0699.603.788, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 3 oktober 2022. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Artikel 35 CAO-wet bepaalt dat de Koning, op eigen initiatief of op verzoek van een of meer organisaties, paritaire comités van werkgevers en werknemers kan oprichten en dat Hij bepaalt welke personen, welke bedrijfstak en welk gebied tot het ressort van elk comité behoren. Het ressort van een paritair comité wordt in beginsel bepaald door de hoofdactiviteit van de betrokken onderneming, tenzij uit het oprichtingsbesluit een ander criterium blijkt, zoals de gewone of normale activiteit van de onderneming. 2. Krachtens artikel 1, eerste lid, a), al. 1, van het koninklijk besluit van 4 maart 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf en tot vaststelling van het aantal leden ervan, wordt een paritair comité opgericht, genaamd "Paritair Comité voor het bouwbedrijf", dat bevoegd is voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten, de ondernemingen waarvan de gewone activiteiten bestaan in de opbouw, de verbouwing, de afbouw, het onderhoud, de herstelling of het slopen van bouwwerken. Krachtens artikel 1, eerste lid, a), al. 2, van dat koninklijk besluit valt het aanleggen van installaties voor verwarming, luchtverversing en klimaatregeling onder de door deze ondernemingen uitgevoerde of daarmee gelijkgestelde werken. Het koninklijk besluit van 4 maart 1975 vereist niet dat om onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf te ressorteren, de omschreven activiteit de hoofdactiviteit van de onderneming is, maar dat zij tot de "gewone activiteiten" van de onderneming behoort, ook al vormt zij niet de uitsluitende of hoofdzakelijke activiteit. 3. Krachtens artikel 1, eerste lid, 1, a), van het koninklijk besluit van 13 maart 1985 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van paritaire subcomités voor de sectors die aan de metaal-, machine- en elektrische bouw verwant zijn en tot vaststelling van het aantal leden ervan, wordt een “Paritair Subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie” opgericht, bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten de ondernemingen die, met uitsluiting van die welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, het Paritair Comité voor het garagebedrijf, het Paritair Comité voor de warenhuizen of het Paritair Comité voor de grote kleinhandelszaken, zich hoofdzakelijk bezighouden met de uitsluitende of hoofdzakelijke uitvoering van elektrische en elektronische montage- en installatiewerken, ook op voertuigen en schepen, met huishoudelijke, commerciële, industriële of wetenschappelijke bestemming in de volgende voornaamste gebieden: verlichting, drijfkracht, verwarming, productiematerieel, overbrenging en omvorming van stroom op lage, hoge en zeer hoge spanning, telefonie en signalisatie, explosiemotoren, radio, zwakstroom, telefonie en telegrafie. 4. Uit de samenhang van de twee voormelde wettelijke bepalingen volgt dat een onderneming niet onder het “Paritair Subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie” ressorteert wanneer zij onder de bevoegdheid valt van het Paritair Comité voor de bouwnijverheid. Hieruit volgt dat de Koning ervan is uitgegaan dat een activiteit onder de bevoegdheidsomschrijvingen van de beide paritaire comités kan vallen, en dat in voorkomend geval het Paritair Comité voor het bouwbedrijf de voorrang geniet. 5. De appelrechters stellen vast dat: - de hoofdactiviteit van de verweerster erin bestaat industriële ventilatiesystemen te plaatsen en te onderhouden, naast bijkomstig ook airco-toestellen; - de verweerster buizen op maat zaagt of slijpt en daarna aansluit, hierbij gebruik makend van gaten, sleuven en inslijpingen die door derden zijn aangebracht; - de drie voltijdse arbeiders in hoofdzaak worden tewerkgesteld aan het bevestigen/aansluiten van verluchtingsbuizen in industriële gebouwen/winkelpanden; - het feit dat buizen op maat moeten worden gezaagd eigen is aan de activiteit van het plaatsen van ventilatiesystemen en airco’s en past in de montage en installatiewerken. 6. Gelet op deze vaststellingen, waaruit blijkt dat de gewone activiteiten van de verweerster het aanleggen van installaties voor verwarming, luchtverversing en klimaatregeling uitmaakt, verantwoorden zij met de redenen dat: - uit het advies van de FOD WASO niet blijkt dat de verweerster aanpassingen moet doen aan de bestaande dakconstructie; - de plaatsing van ventilatiesystemen en airco’s een elektrisch procedé is in het gebied van verwarming, productiemateriaal, overbrenging en omvorming van stroom op lage, hoge en zeer hoge spanning en zwakstroom; - het gegeven dat hiervoor buizen op maat moeten worden gezaagd eigen is aan deze activiteit, doch niet het doel ervan is, zodat de analogie met de administratieve interpretatie “luchtkanalen” niet kan worden gevolgd; - er minder arbeidstijd moet worden gespendeerd aan het op maat zagen en aanpassen van buizen in een kleiner project, terwijl het uitgevoerde werk identiek is en het toepasselijk paritair comité bepalen op grond van de geleverde arbeidstijd dan ook niet correct is; - bij koelinstallaties “het Paritair Subcomité voor de elektriciens: installatie en distributie” bevoegd is als de hoofdactiviteit de handel in of plaatsing van deze elementen is, zelfs als bepaalde onderdelen in de werkplaats worden geassembleerd, aangezien het grootste gedeelte van de installatie elektrisch is; - de verweerster geen vennootschap is waarvan de gewone activiteit bestaat in de opbouw, de verbouwing, de afbouw, het onderhoud, de herstelling of het slopen van een bouwwerk en met andere woorden initieel niet voldoet aan het toepassingsgebied van het paritair comité voor het bouwbedrijf; - de plaatsing van ventilatiesystemen en airco’s net zoals koelsystemen een elektrisch procedé is, hun oordeel dat de eerste rechters terecht hebben geoordeeld dat “het Paritair Subcomité van de elektriciens: installatie en distributie” van toepassing is, niet naar recht en schenden zij de voormelde bepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Eric de Formanoir, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Ilse Couwenberg en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 2 juni 2025 uitgesproken door eerste voorzitter Eric de Formanoir, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250602.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.