← België

D. contra Aluvin

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250603.2N.16 Rolnummer: P.24.1676.N Zaak: D. contra Aluvin Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2025-06-20 Raadplegingen: 626 - laatst gezien 2026-06-18 03:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR Fiches 1 - 5 De bevindingen van een technisch raadsman, die een partij bijbrengt ter ondersteuning van een vordering, een exceptie of een verweer, hebben geen wettelijke bewijswaarde, maar behoren tot de vrije bewijswaardering van de strafrechter; aldus oordeelt die rechter onaantastbaar of en in welke mate de bevindingen van de technisch raadsman hem overtuigen en geen enkele bepaling noch enig algemeen rechtsbeginsel verplicht de strafrechter die oordeelt dat de bevindingen van de technisch raadsman niet overtuigend zijn, aanvullend technisch onderzoek te vragen of een gerechtsdeskundige aan te stellen. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Verslag van een technisch raadsman - Vrije bewijswaardering - Onaantastbare beoordeling - Geen verplichting tot aanvullend onderzoek - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Verslag van een technisch raadsman - Vrije bewijswaardering - Onaantastbare beoordeling - Geen verplichting tot aanvullend onderzoek - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Verslag van een technisch raadsman - Vrije bewijswaardering - Onaantastbare beoordeling - Geen verplichting tot aanvullend onderzoek - Gevolg Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Bewijsmiddelen - Verslag van een technisch raadsman - Vrije bewijswaardering - Onaantastbare beoordeling - Geen verplichting tot aanvullend onderzoek - Gevolg Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Strafzaken - Verslag van een technisch raadsman - Vrije bewijswaardering - Onaantastbare beoordeling - Geen verplichting tot aanvullend onderzoek - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.24.1676.N 1. K. D. B., beklaagde, 2. PEKO nv, met zetel te 2280 Grobbendonk, Hazelaardreef 5, ON 0448.357.259, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Erhard Vermeulen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Léon Stynenstraat 75c, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen ALUVIN bv, met zetel te 3290 Diest, Industrieterrein 1 bus 1, ON 0404.926.993, burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Pieter Helsen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 20 november 2024. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Sectievoorzitter Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord 1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de verweerster haar memorie van antwoord ter kennis van de eiseres 2 heeft gebracht, zoals nochtans vereist door artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering. In zoverre gericht tegen de eiseres 2, is de memorie van antwoord niet ontvankelijk. Eerste middel 2. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: niettegenstaande het feit dat de door de eisers aangestelde schriftdeskundige besluit dat de handtekening en de letters “NV” in de beweerde handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 met een aan de zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een vervalsing betreffen en vermoedelijk met behulp van een digitale techniek werden aangebracht, oordeelt het arrest, in algemene bewoordingen en zonder enig concreet gegeven aan te brengen dat toelaat te besluiten tot een gebrek aan bewijswaarde van het deskundigenverslag, dat het bijgebrachte verslag van de schriftdeskundige niet van aard is om met voldoende zekerheid te besluiten dat de handtekening van de eiser 1 en de letters “NV” op de handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 een vervalsing betreffen; aldus is het arrest niet regelmatig met redenen omkleed. Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 8.1, 9° en 8.29 Burgerlijk Wetboek, alsmede miskenning van het begrip “vermoeden” zoals van toepassing in strafzaken: door de vaststellingen en gevolgtrekkingen van de door de eisers aangestelde deskundige naast zich neer te leggen in louter algemene bewoordingen en zonder enig concreet gegeven aan te brengen dat toelaat te besluiten tot een gebrek aan bewijswaarde van het deskundigenverslag, verleent het arrest aan het deskundigenonderzoek niet de bewijswaarde die het in rechte heeft. Het derde onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het vermoeden van onschuld en het recht op een eerlijk proces: het arrest trekt de bevindingen van de door de eisers aangestelde deskundige in twijfel louter op basis van ermee strijdige vermoedens zoals de gelijkenis tussen parafen op verschillende overeenkomsten; het arrest stelt echter niet vast dat de parafen en de handtekening effectief van de hand van de eiser 1 zijn; ten onrechte vragen de appelrechters geen aanvullend onderzoek of bevelen zij een eigen deskundigenonderzoek; aldus laat het arrest het Hof niet toe zijn wettigheidscontrole uit te oefenen. 3. De artikelen 8.1, 9° en 8.29 Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op de bewijsregeling in strafzaken. 4. De bevindingen van een technisch raadsman, die een partij bijbrengt ter ondersteuning van een vordering, een exceptie of een verweer, hebben geen wettelijke bewijswaarde, maar behoren tot de vrije bewijswaardering van de strafrechter. Aldus oordeelt die rechter onaantastbaar of en in welke mate de bevindingen van de technisch raadsman hem overtuigen. Geen enkele bepaling noch enig algemeen rechtsbeginsel verplicht de strafrechter die oordeelt dat de bevindingen van de technisch raadsman niet overtuigend zijn, aanvullend technisch onderzoek te vragen of een gerechtsdeskundige aan te stellen. 5. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 6. Het arrest oordeelt onder meer als volgt: - de vierde opschortende voorwaarde in de intentieverklaring van 6 juni 2015, opgesteld in het kader van de overdracht van de aandelen van de verweerster, kan naar het oordeel van het hof van beroep niet anders worden begrepen dan een substantiële verlenging van de lopende huurovereenkomst van 31 augustus 2009 tussen de eiseres 2 en de verweerster (de contractuele einddatum was immers reeds 31 augustus 2018), zodat de verweerster hierdoor een zekerheid zou verkrijgen dat zij haar productieactiviteiten substantieel langer zou kunnen uitoefenen in het door haar gehuurde gebouw; - essentieel evenwel is dat er, met enkele maanden vertraging, uitvoering is gegeven aan de door de verweerster voorgebrachte handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 door het betalen van de aangepaste verhoogde maandelijkse huurprijs ten bedrage van 7.500,00 euro; - bovendien blijkt dat de indexering van de huurprijs na 29 juli 2015 werd toegepast overeenkomstig de bepalingen van de handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 en niet langer overeenkomstig de bepalingen van de initiële huurovereenkomst van 31 augustus 2009; - de eiseres 2 heeft voor het vredegerecht te Herentals een procedure ingeleid om de verweerster uit te drijven. In het inleidend verzoekschrift van 24 april 2018 werd geen melding gemaakt van een “Addendum aan de huurovereenkomst tussen [de eiseres 2] en [de verweerster] d.d. 31.08.2009”, gedateerd op 15 december 2015. Er bestaat geen enkele juridische of economische verantwoording waarom er tussen de eiseres 2 en de verweerster op 15 december 2015 in een lopende huurovereenkomst retroactief een substantiële verhoging van de huurprijs zou moeten worden doorgevoerd, terwijl er aan deze verhoging geen enkele tegenprestatie, zoals een verlenging van de huurperiode, werd verbonden. Bijgevolg is het hof van beroep van oordeel dat het addendum een vals stuk betreft dat door de eisers werd opgesteld in een poging om de verhoging van de huurprijs naar 7.500,00 euro (die naar het oordeel van het hof van beroep haar grondslag vindt in de door de verweerster voorgebrachte handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015) toch te kunnen verantwoorden; - de eisers hoopten hiermee de procedure tot uitzetting van de verweerster in hun voordeel te kunnen beïnvloeden; - de eiseres 2 heeft het bewuste addendum teruggetrokken uit de procedure voor het vredegerecht te Herentals nadat de verweerster had opgeworpen dat dit een vals stuk betrof en heeft gedreigd met het indienen van een klacht; - het hof van beroep is van oordeel dat het eenzijdig verslag van schriftdeskundige V. niet van aard is om met voldoende zekerheid te besluiten dat de handtekening van de eiser 1 en de letters “NV” op de handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 een vervalsing zouden betreffen; - het onderzoek naar een mogelijke vervalsing van de handtekening van de eiser 1 door schriftdeskundige V. is overigens onvolledig, nu de betreffende handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 niet enkel op bladzijde 5 een handtekening bevat die wordt toegewezen aan de eiser 1, maar tevens op bladzijden 1, 2, 3 en 4 telkens een paraaf die eveneens wordt toegewezen aan de eiser 1; - deze parafen werden vreemd genoeg niet onderzocht door schriftdeskundige V., terwijl zulk onderzoek ontegensprekelijk had kunnen bijdragen tot het beantwoorden van de vraag of de eiser 1 de handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 heeft ondertekend op de laatste bladzijde én geparafeerd op de overige bladzijden; - het hof van beroep ziet alleszins sterke gelijkenissen tussen de paraaf op de bladzijden 1, 2, 3 en 4 van de handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 en één van de vier parafen op de overeenkomst tot koop-verkoop van de aandelen van de verweerster van 29 juli 2015. Met die redenen, die wel degelijk concreet zijn, laat het arrest het Hof toe zijn wettigheidcontrole uit te oefenen en is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel 7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: met het oordeel dat er uitvoering is gegeven aan de door de verweerster voorgebrachte handelshuurovereenkomst van 29 juli 2015 omdat de indexaanpassingen daadwerkelijk werden berekend op de wijze zoals bepaald in artikel 2 van die overeenkomst, maken de appelrechters een feitelijke gevolgtrekking die met deze overeenkomst onverenigbaar is; de indexberekening in de appelconclusie van de verweerster is immers onjuist, daar zij de gezondheidsindex in plaats van de index der consumptieprijzen heeft gehanteerd; bijgevolg is de beslissing niet naar recht verantwoord; minstens laat zij het Hof niet toe zijn wettigheidscontrole uit te oefenen. 8. De motiveringsplicht van artikel 149 Grondwet is een formele verplichting. Wanneer een motivering leidt tot onjuiste gevolgtrekkingen in rechte, levert dit een schending van de wet op maar geen motiveringsgebrek. 9. De wettigheidscontrole van het Hof omvat niet de onaantastbare beoordeling van de feiten door de vonnisrechter. 10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 11. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 137,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 3 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250603.2N.16 Gerelateerde publicatie(
  2. s)zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.