id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250603.2N.17 Rolnummer: P.25.0296.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2025-06-20 Raadplegingen: 402 - laatst gezien 2026-06-18 03:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet moet een afschrift van het proces-verbaal binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de misdrijven, aan de overtreder worden toegezonden; dit kan ook gebeuren op zijn referentieadres bepaald overeenkomstig artikel 1, § 2, zesde lid, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfdocumenten, maar in dat geval dient de rechter wel vast te stellen dat de betrokkene op de hoogte is van dit referentieadres. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Vrije woorden: Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Toezending aan het referentieadres - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen - 19-07-1991 - Art. 1, § 2, zesde lid - 31 ELI link Pub nr 1991000380 Thesaurus CAS: WOONPLAATS Vrije woorden: Artikel 62, Wegverkeerswet - Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Toezending aan het referentieadres - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen - 19-07-1991 - Art. 1, § 2, zesde lid - 31 ELI link Pub nr 1991000380 Fiches 3 - 5 De verplichting het proces-verbaal van overtreding tijdig toe te zenden aan de overtreder heeft tot doel deze in staat te stellen het tegenbewijs te leveren van de vaststellingen die een bijzondere bewijswaarde hebben en bij gebrek aan tijdige toezending verliest dit proces-verbaal dan ook zijn bijzondere bewijswaarde en blijven de erin vervatte vaststellingen enkel gelden als eenvoudige inlichtingen, waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt; hieruit volgt dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde vermoeden niet kan worden ingeroepen tegen een beweerde overtreder aan wie het proces-verbaal van overtreding niet is toegezonden binnen de door artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet bepaalde termijn. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Vrije woorden: Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Doelstelling - Gebrek aan tijdige toezending - Vaststellingen als eenvoudige inlichtingen - Het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde weerlegbaar vermoeden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Vrije woorden: Weerlegbaar vermoeden - Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Doelstelling - Gebrek aan tijdige toezending - Vaststellingen als eenvoudige inlichtingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Proces-verbaal van verkeersovertreding - Bijzondere bewijswaarde - Artikel 67bis, Wegverkeerswet - Weerlegbaar vermoeden - Toezending van een afschrift van het proces-verbaal aan de overtreder - Doelstelling - Gebrek aan tijdige toezending - Vaststellingen als eenvoudige inlichtingen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0296.N I. A. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 10 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiser tegen het beroepen vonnis ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 62, achtste lid en 67bis Wegverkeerswet: het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd doordat het oordeelt, enerzijds, dat de eiser sinds 13 december 2022 niet langer op het adres te (…) kon worden bereikt en het aannemelijk voorkomt dat hij pas naar aanleiding van de dagvaarding kennis nam van de vermeende snelheidsovertreding, en, anderzijds, dat het proces-verbaal rechtsgeldig en tijdig naar het referentieadres werd toegezonden, zodat de eiser tijdig in de mogelijkheid was om zich op de daarin vervatte vaststellingen te verdedigen en derhalve het vermoeden van artikel 67bis Wegverkeerswet tegen hem kan worden ingeroepen; de toezending van het proces-verbaal op 19 april 2023 aan een referentieadres waar de eiser al sinds 13 december 2022 niet kon worden bereikt, moet worden gelijkgesteld met een laattijdige toezending aan de overtreder zodat dit proces-verbaal de bijzondere bewijswaarde verliest en het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening niet kan worden ingeroepen tegen de titularis van de kentekenplaat.
- Artikel 67bis, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt: “Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig.” Overeenkomstig het tweede lid van die bepaling kan de houder van de kentekenplaat dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten.
- Volgens artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet moet een afschrift van het proces-verbaal binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de misdrijven, aan de overtreder worden toegezonden. Dit kan ook gebeuren op zijn referentieadres bepaald overeenkomstig artikel 1, § 2, zesde lid, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfdocumenten. In dat geval dient de rechter wel vast te stellen dat de betrokkene op de hoogte is van dit referentieadres.
- De verplichting het proces-verbaal van overtreding tijdig toe te zenden aan de overtreder heeft tot doel deze in staat te stellen het tegenbewijs te leveren van de vaststellingen die een bijzondere bewijswaarde hebben. Bij gebrek aan tijdige toezending verliest dit proces-verbaal dan ook zijn bijzondere bewijswaarde en blijven de erin vervatte vaststellingen enkel gelden als eenvoudige inlichtingen, waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt.
- Hieruit volgt dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde vermoeden niet kan worden ingeroepen tegen een beweerde overtreder aan wie het proces-verbaal van overtreding niet is toegezonden binnen de door artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet bepaalde termijn.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat een afschrift van het aanvankelijk proces-verbaal op 19 april 2023 werd overgemaakt op het adres (…) en dat dit een op 10 juni 2022 voor de eiser opgemaakt referentieadres betreft. Het stelt vervolgens vast dat het navolgend proces-verbaal van 26 juni 2023 vermeldt dat de eiser ambtshalve werd geschrapt op 10 mei 2023 en zijn laatst gekende adres (…) betreft en dat uit de beschikbare informatie en het kantschrift van de procureur des Konings van 15 mei 2023 blijkt dat de eiser sinds 13 december 2022 niet langer op het adres te (…) kon worden bereikt, zodat ongeveer zes maanden later op 10 mei 2023 tot afvoering van ambtswege werd beslist. Het bestreden vonnis oordeelt verder dat de beweringen van de eiser dat hij niet op de hoogte was van het feit dat er tijdens zijn voorlopige hechtenis een referentieadres was aangemaakt, aannemelijk voorkomt.
- Het bestreden vonnis oordeelt evenwel dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde vermoeden niettemin op de eiser van toepassing is omdat de kennisgeving van het proces-verbaal van overtreding wettig is gebeurd op het referentieadres van de eiser, de eiser zodoende in de mogelijkheid was kennis ervan te nemen en het tijdstip van de effectieve kennisneming door de eiser niet van belang is. Met die redenen verantwoordt het bestreden vonnis de beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
- De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre het de hogere beroepen ontvankelijk verklaart en de saisine bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een vijfde van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 156,97 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Erwin Francis, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 3 juni 2025 uitgesproken door sectievoorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250603.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div