← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.13 Rolnummer: P.25.0516.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 495 - laatst gezien 2026-06-15 04:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche Artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet bepaalt dat het openbaar ministerie ingeval van een vordering tot herroeping van de maatregel van uitstel van tenuitvoerlegging wegens de niet-naleving van probatievoorwaarden, de betrokkene dagvaardt voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats en die verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet is de werkelijke en feitelijke verblijfplaats van de betrokkene zodat die plaats, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, in de regel de plaats is waar de betrokkene is ingeschreven in de bevolkingsregisters als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats en in de regel niet de gevangenis waar de betrokkene tijdelijk is opgesloten; uit het enkele gegeven dat volgens de vermeldingen van het rijksregister een persoon tijdelijk afwezig is op zijn adres van inschrijving in de bevolkingsregisters als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats omdat hij opgesloten is in een penitentiaire inrichting, volgt niet dat zijn verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet niet langer de plaats van inschrijving in de bevolkingsregisters is als hebbende zijn hoofdverblijfplaats en het tijdelijk verblijf in een penitentiaire inrichting heeft niet tot gevolg dat die inrichting automatisch de werkelijke en feitelijke verblijfplaats van de betrokkene wordt en het staat aan de rechter te oordelen of dit het geval is

(1).
(1)Cass. 1 april 2025, AR P.24.1760.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.30; Cass. 27 mei 1986, AC 1985-86, 1301; Antwerpen 14 september 1998, RW 1994-1995, 855 met noot A. VANDEPLAS, “Over de bevoegdheid ratione loci van de strafrechter”; R. VERSTRAETEN en F. VERBRUGGEN, Inleiding tot het Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, Antwerpen, Intersentia, 2023, nr. 1133, p.
  1. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Herroeping - Dagvaarding door het openbaar ministerie voor de rechtbank van eerste aanleg van de verblijfplaats van de betrokkene - Begrip verblijfplaats - Betrokkene verblijvend in de gevangenis - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, § 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0516.N H. H., gedaagde tot herroeping van het probatie-uitstel, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent, beiden met kantoor te 9000 Gent, Baudelostraat 36, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 5 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 14, § 2, Probatiewet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de herroepingsvordering werd aanhangig gemaakt bij de territoriaal bevoegde rechtbank; de eiser was op het ogenblik van de betekening van de herroepingsdagvaarding weliswaar ingeschreven te M. als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats, maar hij verbleef daar noch feitelijk noch werkelijk aangezien hij in de gevangenis te Dendermonde was opgesloten in de periode van 1 juni 2023 tot 22 mei 2024; het openbaar ministerie en de gerechtsdeurwaarder wisten dat of behoorden dit te weten; het bleek uit het rijksregister dat de vermelding bevatte dat de eiser afwezig was en gedetineerd was in de gevangenis te Dendermonde, wat wil zeggen dat hij er niet werkelijk en ook niet feitelijk verbleef; het bleek ook uit het gegeven dat de onderzoeksrechter op 6 februari 2024 tegen de eiser een bevel tot aanhouding had uitgevaardigd.
  4. Artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet bepaalt dat het openbaar ministerie ingeval van een vordering tot herroeping van de maatregel van uitstel van tenuitvoerlegging wegens de niet-naleving van probatievoorwaarden, de betrokkene dagvaardt voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats.
  5. Een verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet is de werkelijke en feitelijke verblijfplaats van de betrokkene. Die plaats, die een zekere duurzaamheid veronderstelt, is in de regel de plaats waar de betrokkene is ingeschreven in de bevolkingsregisters als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats. Die plaats is in de regel niet de gevangenis waar de betrokkene tijdelijk is opgesloten.
  6. Uit het enkele gegeven dat volgens de vermeldingen van het rijksregister een persoon tijdelijk afwezig is op zijn adres van inschrijving in de bevolkingsregisters als hebbende er zijn hoofdverblijfplaats omdat hij opgesloten is in een penitentiaire inrichting, volgt niet dat zijn verblijfplaats in de zin van artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet niet langer de plaats van inschrijving in de bevolkingsregisters is als hebbende zijn hoofdverblijfplaats. Het tijdelijk verblijf in een penitentiaire inrichting heeft niet tot gevolg dat die inrichting automatisch de werkelijke en feitelijke verblijfplaats van de betrokkene wordt. Het staat aan de rechter te oordelen of dit het geval is.
  7. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  8. Het arrest oordeelt dat: - uit de samenhang van de artikelen 10, negende lid, en 14, § 2, tweede lid, Probatiewet en de algemene economie van het probatietoezicht en de herroepingsregeling volgt dat het onmogelijk de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest dat de tijdelijke detentie van een veroordeelde onder probatie, die tijdens de detentie zijn inschrijvingsadres-woonplaats buiten de gevangenis behoudt, tot gevolg heeft dat de rechter van de plaats van de detentie bevoegd wordt om kennis te nemen van de herroepingsvordering; - de plaats van detentie in het licht van de gevangeniscapaciteit en het gevangenisbeleid snel kan fluctueren en wisselen, zoals ook in deze zaak het geval was, wat blijkt uit de door de eiser overgelegde stukken betreffende zijn detentietoestand; - er moet worden aangenomen dat in een dergelijk geval de rechtbank van eerste aanleg van het inschrijvingsadres-de woonplaats van de betrokkene op het ogenblik dat hij wordt gedagvaard, bevoegd blijft om kennis te nemen van de herroepingsvordering; - in dit geval het inschrijvingsadres-de woonplaats van de eiser in K. was gelegen en de eiser daar werd gedagvaard. Aldus verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat de herroepingsvordering werd aanhangig gemaakt bij de bevoegde rechtbank. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 94,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250401.2N.30 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.