← België

PROCUREUR DES KONINGS BIJ SUR BRUSSEL contra R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.14 Rolnummer: P.25.0702.N Zaak: PROCUREUR DES KONINGS BIJ SUR BRUSSEL contra R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 602 - laatst gezien 2026-06-18 13:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250610.2N.14 Fiches 1 - 4 Wanneer als cassatiemiddel de niet-naleving van een pleegvorm wordt aangevoerd, terwijl de eiser in cassatie de naleving van die pleegvorm onmogelijk heeft gemaakt en er dus zelf verantwoordelijk voor is, is het middel in die omstandigheden bij gebrek aan rechtmatig belang niet ontvankelijk

(1).
(1)Zie concl. “in hoofdzaak” OM; zie JT 2025, p. 421 met noot B. DEJEMEPPE, “Le parquet et la loyauté procédurale ». Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit - Wet Strafuitvoering - Artikel 53, eerste lid - Horen van het openbaar ministerie - Afwezigheid van het openbaar ministerie ter zitting - Niet naleving van deze pleegvorm - Vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank - Cassatieberoep door het openbaar ministerie - Belang - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 53, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 61 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit - Wet Strafuitvoering - Artikel 53, eerste lid - Horen van het openbaar ministerie - Afwezigheid van het openbaar ministerie ter zitting - Niet naleving van deze pleegvorm - Vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank - Cassatieberoep door het openbaar ministerie - Belang - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 53, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 61 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit - Wet Strafuitvoering - Artikel 53, eerste lid - Horen van het openbaar ministerie - Afwezigheid van het openbaar ministerie ter zitting - Niet naleving van deze pleegvorm - Vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank - Cassatieberoep door het openbaar ministerie - Belang - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 53, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 61 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Strafzaken - Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit - Wet Strafuitvoering - Artikel 53, eerste lid - Horen van het openbaar ministerie - Afwezigheid van het openbaar ministerie ter zitting - Niet naleving van deze pleegvorm - Vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank - Cassatieberoep door het openbaar ministerie - Belang - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 53, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 59, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 61 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.25.0702.N PROCUREUR DES KONINGS TE BRUSSEL, eiser, tegen R. R., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel van 12 mei 2025. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechtbank heeft nadat bij haar op grond van artikel 61 Wet Strafuitvoering een vordering tot wijziging van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht was aanhangig gemaakt en zij bij tussenvonnis van 17 maart 2025 aan de verweerder overeenkomstig artikel 59, eerste lid, Wet Strafuitvoering penitentiaire verloven had toegekend, op de bij toepassing van artikel 59, tweede lid, Wet Strafuitvoering gehouden rechtszitting van 29 april 2025 de zaak behandeld zonder dat het openbaar ministerie werd gehoord; artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering schrijft nochtans het horen van het openbaar ministerie voor; dit horen was noodzakelijk opdat het openbaar ministerie het schriftelijk advies had kunnen toelichten of aanpassen; de rechtbank kon de zaak niet in beraad nemen zonder dat het openbaar ministerie werd gehoord. 2. Het vonnis (p. 2) stelt vast dat daags vóór de rechtszitting van 29 april 2025 de rechtbank vanwege het openbaar ministerie de volgende communicatie ontving: “Ten gevolge van de onderfinanciering van justitie en het uitblijven van een snelle reactie van de federale regering op onze eisen, zoals het invullen van het administratief kader en het onvoldoende aantrekkelijk maken van onze functies, heeft het Directiecomité, in overleg met de procureur-generaal en de andere parketten, beslist tot de volgende maatregel: - het parket van Brussel zal niet meer deelnemen aan de zittingen van de SURB en geen advies meer geven aan de SUR, met uitzondering van de herroepingszittingen. (…)”. Het stelt verder vast dat het openbaar ministerie afwezig bleef op de rechtszitting van 29 april 2025. Die gegevens blijken ook uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 29 april 2025. 3. Uit het voormelde volgt dat de eiser als cassatiemiddel de niet-naleving aanvoert van een pleegvorm, terwijl hijzelf de naleving van die pleegvorm onmogelijk heeft gemaakt en er dus zelf verantwoordelijk voor is. Het middel is in die omstandigheden bij gebrek aan rechtmatig belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Laat de kosten ten laste van de Staat. Bepaalt de kosten op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250610.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250722.VAK.4 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250729.VAK.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.