← België

P. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:

Art. 135

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Raadkamer - Beslissing tot buitenvervolgingstelling - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regeling van de rechtspleging Vrije woorden: Raadkamer - Beslissing tot buitenvervolgingstelling - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Ontvankelijkheid - Voorwaarde - Belang Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de

Art. 135, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.25.0239.N

  1. F. P., burgerlijke partij,
  2. R. V., burgerlijke partij, eisers, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent, beide cassatieberoepen tegen
  3. W. V., inverdenkinggestelde,
  4. BK ARCHITECTEN bv, met zetel te 9700 Oudenaarde, Boskant 17, ON 0897.629.783, inverdenkinggestelde, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 januari
  5. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 135, § 1, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat indien het belang dat een burgerlijke partij heeft bij haar hoger beroep tegen een buitenvervolgingstelling ophoudt te bestaan, dit hoger beroep onontvankelijk wordt; het doel van en het gevolg van het hoger beroep tegen een buitenvervolgingstelling bestaan erin dat de strafvordering wordt voortgezet; het arrest oordeelt dat op het ogenblik van de burgerlijkepartijstelling de eisers nog niet wisten dat hun juridisch belang bij het hoger beroep zou verdwijnen en het neemt aldus aan dat de eisers wel degelijk rechtstreeks en persoonlijk door het misdrijf werden benadeeld, de strafvordering door hun burgerlijkepartijstelling op gang is gebracht en die burgerlijkepartijstelling rechtsgeldig was; bovendien blijkt niet dat het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 november 2024 waarnaar het arrest verwijst kracht van gewijsde heeft, waardoor de argumentatie van de appelrechters op losse schroeven komt te staan en de beslissing niet naar recht verantwoord is.
  7. De ontvankelijkheid van het hoger beroep van een burgerlijke partij tegen een beslissing van buitenvervolgingstelling vereist niet enkel dat die stelling als burgerlijke partij ontvankelijk is, maar ook dat de burgerlijke partij haar belang behoudt bij dit hoger beroep tijdens de appelprocedure. De algemene bewoordingen van artikel 135, § 1, Wetboek van Strafvordering houden voor de burgerlijke partij geen vrijstelling in van de vereiste van een volgehouden belang als algemene voorwaarde voor de ontvankelijkheid van dit rechtsmiddel. De omstandigheid dat het hoger beroep van een burgerlijke partij tegen een buitenvervolgingstelling tevens strekt tot het voortzetten van de strafvordering doet daaraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het arrest oordeelt dat de burgerlijke vorderingen van de eisers reeds definitief in hoger beroep werden beoordeeld bij arrest van het hof van beroep van 14 november
  9. Daarmee geeft het arrest te kennen dat dit arrest kracht van gewijsde heeft. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 103,81 euro, waarvan 68,81 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.