id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2025:
Art. 6
.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Beklaagde vrijgesproken in eerste aanleg - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Geen hoger beroep op strafgebied - Bevoegdheid van het appelgerecht beperkt tot de burgerlijke rechtsvordering - Vermoeden van onschuld - Geen uitspraak over de vraag of de beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Beklaagde vrijgesproken in eerste aanleg - Hoger beroep van de burgerlijke partij - Geen hoger beroep op strafgebied - Bevoegdheid van het appelgerecht beperkt tot de burgerlijke rechtsvordering - Vermoeden van onschuld - Geen uitspraak over de vraag of de beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.1797.N J. V.W., beklaagde eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij de Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen Y. C., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 10 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissing waarbij de eiser wordt veroordeeld om aan de verweerder een schadevergoeding te betalen van 15.544,21 euro, voorbehoud wordt verleend voor de traumatische gevolgen van de letsels ingevolge het feit van 8 maart 2020 en de kosten operatieve ingreep en medicatie en de overige burgerlijke belangen worden aangehouden in zoverre dit geen eindbeslissing is. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld: de appelrechter beperkt zich niet tot de beoordeling of het gedrag van de eiser, zoals dat blijkt uit de met de strafvordering aanhangig gemaakte feiten, een fout oplevert in oorzakelijk verband met de schade die door de verweerder wordt gevorderd, maar hij spreekt zich gelet op de gebruikte bewoordingen ook uit over de schuld van de eiser aan het in eerste aanleg en in hoger beroep heromschreven ten laste gelegde misdrijf; de appelrechter zegt immers voor recht dat de eiser een fout heeft begaan bestaande in het plegen van het misdrijf dat zich vereenzelvigt met het feit van de vervolging, anders gekwalificeerd en hij zegt voor recht dat het gepleegde misdrijf betreft: “te A. op 8 maart 2020, opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan [de verweerder], de slagen of verwondingen en ziekte of een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolg gehad hebbende (art. 399, 1 Sw.)”.
- Uit artikel 6.2 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt dat indien een beklaagde in eerste aanleg werd vrijgesproken voor het misdrijf waarvoor hij werd vervolgd en het appelgerecht ingevolge de afwezigheid van een hoger beroep op strafgebied enkel nog te oordelen heeft over de door de burgerlijke partij tegen de beklaagde aanhangig gemaakte burgerlijke rechtsvordering gegrond op het feit waarvoor de vrijspraak werd verleend, het appelgerecht zich niet mag uitspreken over de vraag of de beklaagde zich aan dat misdrijf heeft schuldig gemaakt.
- Het appelgerecht mag in een dergelijk geval uitsluitend oordelen of het gedrag, zoals dat blijkt uit het met de strafvervolging aanhangig gemaakte feit, een fout oplevert in oorzakelijk verband met de schade die door de burgerlijke partij wordt gevorderd. De strafrechter bevindt zich in een dergelijk geval in dezelfde situatie als de burgerlijke rechter die zich moet uitspreken over een schadevergoedingsvordering die is gesteund op een strafbaar feit.
- De strafrechter moet, wil hij het door artikel 6.2 EVRM gewaarborgde vermoeden van onschuld niet miskennen, zich onthouden van bewoordingen waaruit de vaststelling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de betrokkene voor een feit waarvoor hij definitief is vrijgesproken, kan worden afgeleid.
- De appelrechter oordeelt zoals het middel aanvoert. Aldus beperkt hij zich niet tot de beoordeling of het gedrag van de eiser zoals blijkt uit de met de strafvervolging aanhangig gemaakte feiten, een fout oplevert in oorzakelijk verband met de door de verweerder gevorderde schade, maar spreekt hij zich gelet op de gebruikte bewoordingen uit over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de eiser aan het hem verweten misdrijf. Aldus schendt de appelrechter artikel 6.2 EVRM en miskent hij het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing over eisers aansprakelijkheid wegens de voormelde onwettigheid leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen van het arrest, die gevolgbeslissingen zijn. Er is dan ook geen grond om akte te verlenen van de gevraagde afstand. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, sectievoorzitter Erwin Francis, de raadsheren Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 10 juni 2025 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250610.2N.26 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251021.2N.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251007.2N.33 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251202.2N.5 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div